Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De slraten en openbare pleinen der stad waren bezet met stellages, die liet volk gebouwd had om van daar den optocht te kunnen zien; want geheel Rome was uitgeloopen. De burgers liepen in feestgewaad, de tempels waren geopend en met kransen versierd, de geur van de kostbaarste reukwerken vervulde de lucht.

Op den eersten dag van het overwinningsfeest werden de kunstwerken, die men den Hellenen ontroofd had, op 250 wagens door de straten gevoerd. Op den tweeden dag droegen de wagens in plaats van de kunstschatten de buitgemaakte wapens en rustingen, die zeer kunstig geschikt waren. Achter de wagens gingen 3000 mannen, die in 750 open schalen het gemunte zilvergeld droegen; ze werden door anderen gevolgd, die het zilveren vaatwerk lieten zien.

De derde dag was voor den eigenlijken triomftocht bestemd; 120 prachtige offerdieren, die met kransen en linten versierd waren en wier vergulde horens hunne bestemming verrieden, openden den stoet en werden door knapen en jongelingen, die het olfergereedschap droegen, naar het altaar geleid; hierop volgde eene schaar van mannen, die zeven en zeventig schalen, waarin buitgemaakte goudstukken lagen, ten toon droegen, terwijl achter hen eene prachtige, gouden, met edelgesteenten bezette offerschaal en al liet uit Perseus' schatten geroofd gouden vaatwerk gedragen werd. Hierop volgde de wagen van Perseus met den diadeem des onttroonden konings er op. Daarachter kwamen de gevangen kinderen van Perseus, en vervolgens Perseus zelf met zijne vrienden en verwanten. Beschaamd sloeg hij de oogen neder, om maar niet de spottende, in zijne schande zich verheugende aangezichten der Romeinen te zien.

De Grieksche steden hadden den overwinnaar VOO gouden kronen geschonken uit dankbaarheid voor zijne welwillende gezindheid jegens de Hellenen, deze werden achter Perseus aan gedragen. Eindelijk kwam de zegekar, waarop de overwinnaar Aemilius zich bevond, die in een met goud doorstikt purperen kleed gehuld was en' een lauriertak in de hand hield. Op den zegewagen volgde het met laurierkransen versierde, zegepralende leger; toch klonken er uit de gelederen der soldaten nu en dan spotliederen op den veldheer, de soldaten hadden het hem nog maar niet kunnen vergeven, dat hij door zijne strenge maatregelen hunne roofzucht gebreideld had.

Werd op die wijze de zegetocht van den levenden veldheer gevierd, niet minder luisterrijk was de uitvaart van den overledene. Na het overlijden van een beroemd staatsman of veldheer maakte de heraut aan het Romeinsche volk bekend: »Deze of gene veldheer is gestorven en wie maar kaa kome om hem uitgeleide te doen; hij wordt uit zijn huis ten grave gedragen.'

De lijkstoet werd geopend door de klaagvrouwen, op wie de muzikanten en dansers volgden; één hunner droeg eene kleeding en een masker, geheel en al aan het gewaad en het aangezicht vau den afgestorvene gelijk, op hem rustte de taak om den overledene zooveel mogelijk in al zijne manieren na te .bootsen.

De voorvaders des dooden sloten zich, op wagens gezeten, aan den lijkstoet aan. Wij zeiden reeds, dat in liet huis van eiken aanzienlijken Romein eene zaal gevonden werd, waar de beschilderde wasmaskers van de voorvaderen der familie in groote kasten bewaard werden. Zoodra de uitvaart plaats hebben zou, werden deze maskers uit de kasten genomen; een aantal tooneelspelers moest ze voor het gelaat binden en zich kleeden overeenkomstig den persoon desgenen, dien het masker voorstelde. De censor ging in een purperen mantel, de triumpliator droeg het met goud doorstikt gewaad, voor de consuls gingen de lictoren uit. Zoo begeleidden de dooden op wagens den gestorvene op zijn laatsten tocht.

Het lijk des overledenen lag in den vollen tooi, die aan het door hem bekleede ambt paste, op eene baar, welke zoowel met zware purperen, met

25*

Sluiten