Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opzicht van zijne moeder en zijn stiefvader opgegrosid. De moeder was haar man mei hart en ziel toegedaan, doch deze, die zijne voogdij zoo slecht gevoerd had. dat hij geene voldoende rekenschap van zijn beheer kon afleggen, wenschte zijn stiefzoon uit den weg te ruimen of hem geheel van zich afhankelijk te maken door hem tot allerlei misdaden te verleiden; hij poogde hem dus deel ie doen nemen aan de Bacchanaliën. De moeder zelf moest den jongeling daarop voorbereiden; zij verhaalde haar zoon, dat ze tijdens eene ziekte de gelofte gedaan had, om hem in den Bacchusdienst te laten inwijden, dat zij thans hare gelofte volbrengen wilde, dat hij zich tien dagen lang door strenge onthouding daarop moest voorbereiden; dan zou zij hem, nadat hij zich door een bad gereinigd had, zelf het heiligdom binnenvoeren.

De jongeling was bekend met eene vrijgelatene slavin Fecenia, die als lichtekooi te Rome leefde. Fecenia was, gelijk Livius zegt, beter dan het handwerk, dat ze dreef; zij beminde den jongeling werkelijk en toen deze haar mededeelde, dat hij op aandringen zijns vaders in de Bacchanaliën ingewijd zou worden, riep zij vol ontzetting uit: »dat mogen de goden verhoeden!" Zij verklaarde, dat zij eens als slavin, om haar meesteres te vergezellen, liet heiligdom bezocht bad, en derhalve wist dat het de werkplaats van misdaden van allerlei aard was, dal ieder, die daar binnentrad, als slachtolfer den priesters werd overgegeven, die hem naar eene plaats voerden, waar een veelstemmig gezang en paukengeluid eiken kreet om hulp onhoorbaar maakten.

Aebutius weigerde ten gevolge van deze mededeeling, zich in de Bacchanaliën te laten inwijden en zijn stiefvader, woedend over die weigering, verdreef hem uit zijn huis. De jongeling werd door de zuster zijns vaders vriendelijk opgenomen; doch deze wendde zich lot den consul Postumius, die terstond Fecenia roepen liet. In den beginne wilde het meisje, dat zoowel den toorn des consuls als de wraak der misdadigers vreesde, niets omtrent de Bacchanaliën meedeelen; doch eindelijk, toen baar straffeloosheid en bescherming beloofd werd, besloot zij te bekennen wat ze wist. Zij gaf eene getrouwe schels van de afschuwelijke feiten, waarvan zij in vroegeren tijd getuige was geweest, waarbij een aan waanzin grenzende godsdienstige geestdrift zich aan de dierlijksle ongebondenheid en de gruwelijkste misdaden paarde.

De mannen spraken bij de Bacchanaliën orakelen uit met de houding en in de taal van bezetenen; de vrouwen liepen in de dracht van Bacchanten met vliegende haren en brandende fakkels rond. Velen van hen, die hel feest bijwoonden, verdwenen eensklaps; dan heette het, dat de goden hen weggerukt hadden, doch inderdaad waren zij in verborgen holen vermoord; dit waren dezulken, die weigerden den eed van geheimhouding af te leggen of deel te nemen aan de misdaden der overigen. Fecenia voegde er nog bij, dat het aantal Bacchanten zeer groot was en dat zich ook rijke mannen en vrouwen van den aanzienlijken stand daaronder bevonden.

De consul deelde de door hem ingewonnen berichten aan den senaat mede en deze besloot een streng onderzoek in te stellen. Een proces, dal geheel Rome in rep en roer bracht, werd op het touw gezet; 7000 mannen en vrouwen werden daarin betrokken en een groot aantal menschen. van wie het bewezen was, dal zij zware misdaden begaan hadden, werd ter dood gebracht. Bij senaatsbesluit werd bepaald, dat voortaan geene Bacchusfeesten noch te Rome, noch in Italië gevierd mochten worden.

In weerwil van de krachtige wijze, waarop de senatoren de Bacchanaliën onderdrukt hadden, werden deze toch in het geheim nog voortgezet en waren zij de bron van allerlei misdaden; vooral duurde de giftmengerij onder alle standen voort, Enkele jaren na de onderdrukking van de Racchanaliën moest een nieuw onderzoek op groote schaal ingesteld worden; in één enkel jaar werden 3000 menschen door den praetor als giftmengers veroordeeld.

Wanneer wij terugzien op de verbazende verandering, welke het Romeinsche volkskarakter binnen een betrekkelijk klein tijdsbestek ondergaan had,

Sluiten