Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(liU'jls nagevolgd, o. a. door Shakespeare in zijne «Comedy of errors", door üuilscne dichters in de «Drielingen", den «Dubbelganger", enz.

Na bovenstaande uitweiding over het Romeinsche blijspel kunnen wij ons verder tot enkele opmerkingen omtrent de andere blijspeldichters van dien tijd bepalen. Wij noemen dus slechts Quintus Ennius een Griek uit Campanie van aanzienlijke afkomst, die zich het Romeinsche burgerrecht en de vriendschap van den ouden Scipia wist te verwerven. Behalve een aantal blijspelen, vervaardigde lnj ook een groot heldendicht in hexameters, waarin de Romeinsche geschiedenis behandeld werd; in een ander gedicht bezon" hii de daden van den ouden Scipio. Zijne treurspelen werden insgelijks door de Romeinen geroemd. J

Boven Quintus Ennius stond als blijspeldichter Publius Terentius 4fer een te Carthago geboren slaaf, die om zijne talenten in vrijheid gesteld werd en wiens omgang door meer dan een aanzienlijk Romein gezocht was dewiil zijn onderhoud door geest en vernuft uitmuntte. De stukken van Terentius zijn navolgingen van die van Menander; zij onderscheiden zich door zuiverheid van taal, door vernuftige behandeling der gekozen stof en door schoone vormen; in geestigheid en puntige schildering van de karakters staan zij echter bij die van Plautus ten achter. J

Het treurspel beteekende bij de Romeinen veel minder dan het blijspelliet werd, evenals liet laatste, naar Grieksche modellen gevormd. Euripides was de man, dien de Romeinsche dichters navolgden. Wij hebben boven reeds met een woord gezegd, dat Ennius en Naevius zich omtrent het Romeinsclie treurspel verdienstelijk hebben gemaakt.

Evenals het Grieksche drama, zoo vonden ook de Grieksche wijsbegeerte en redekunst haar weg naar Rome. Uit alle macht kantte Cato zich teaen het indiingen der wijsgeeren aan. Hij sprak van hen met de grootste verachtuU. oocrates noemde hij een klapper; de Grieksche wijze was, volgens zijn beweren, een bespotter van den godsdienst geweest en met volle recht als oproermaker ter dood gebracht. Ook metterdaad toonde hij zijn afkeer van de Grieksche wijsbegeerte, door als censor eene menigte wijsgeeren, die zich metterwoon te Rome gevestigd hadden, uit de stad te verbannen en de door hen geopende leerscholen te sluiten. Doch al zijne pogingen waren vruchteloosde Urieksche redekunst werd door de senatoren met des te grooter bijval ontvangen' naarmate de gave der welsprekendheid eene zaak van meer gewicht voor eiken eerzuchtigen senator was. Ook de wijsgeeren vonden leerzame toehoorders

Het is een vreemd verschijnsel, dat onder den losbandigen adel de stoïsche wijsbegeerte vele aanhangers vond, misschien juist, dewijl eenigebetergezinden in haai een tegenwicht tegen het hand over hand toenemend zedenbederf meenden te vinden. Anderen daarentegen werden volgelingen van Epicurus.

Met de Grieksche wijsbegeerte werd de beoefening der overige wetenschappen verbonden, wier kennis insgelijks door de Grieken naar Rome werd overgebracht. Vooral bleef de geneeskunde langen tijd uitsluitend in handen der vreemdelingen, die zich als artsen te Rome nederzetten en grooten toeloop hadden. A\el schimpte Cato, die overal der Grieksche beschaving vijandi" in den weg trad, bij elke gelegenheid op de Grieksche kwakzalvers, wel gaf hij zich de grootste moeite om de huismiddeltjes weer in eere te brengen, wel schreef hij zelfs een leerboek over de geneeskunde, maar al zijne pogingen bleven zonder gevolg; gedurende de eerstvolgende eeuwen bleef de geneeskunde bijna uitsluitend in het bezit der Grieken. Meer zelfstandig ontwikkelde zich de wetenschap van het recht; zij was zoozeer in overeenstemming met het Romeinsche volkskarakter, dat reeds vroegtijdig de onderzoekingen op dit gebied te Rome belangrijke vruchten afwierpen. D

De rij der Romeinsche geschiedschrijvers wordt door Cato geopend. De vijand der Grieken wilde aan zijne vaderstad eene in de Romeinsche taal beschreven geschiedenis schenken, terwijl de weinige mannen, die tot dusver

Sluiten