Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijkste optimaten, verwoestte Fregellae; allen, die aan de samenzwering hadden deelgenomen, zelfs alle verdachten werden ter dood gebracht.

Dit vreeselijke voorbeeld bleef niet zonder uitwerking, de overige bondgenooten waagden het niet, de vaan des opstands op te steken.

Zoo had dan de senaat eene nieuwe zegepraal behaald; de rust te Rome en in Italië was hersteld, doch onder de asch smeulde de vonk voort, die weldra tot eene laaie vlam aanwakkeren zou.

In het jaar 124 keerde Gajus Gracchus uit Sardinië naar Rome terug; hij kwam zonder toestemming van den senaat, die den broeder van Tiberius zoo ver mogelijk van de hoofdstad verwijderd wenschte te houden. Ter zake van deze eigenmachtige handeling werd hij bij den censor aangeklaagd; doch hij verdedigde zich in mannelijke taal. «Twaalf jaren heb ik gediend", riep hij uit; «terwijl de wet slechts een diensttijd van 10 jaren voorschrijft; ik heb mijn geldbuidel vol naar Sardinië medegenomen en hem ledig teruggebracht, terwijl anderen alleen hun wijnzakken gevuld naar de provinciën meenemen, om ze daar leeg te drinken, en ze met goud en zilver gevuld weder terugbrengen". Hij beriep zich op zijne trouwe diensten, op zijne onomkoopbaarheid, op zijn onbesproken wandel en alles wat hij zeide was zoo volkomen waar, dat de censoren hem niet durfden veroordeelen.

De optimaten verwachtten met vrees en beven de eerstvolgende slappen van den jongen man; zij vermoedden, dat hij gekomen was om het doorzijn broeder begonnen werk te voltooien, en zeer spoedig bemerkten zij, dat zij zich niet bedrogen hadden.

Gajus Gracchus dong naar het ambt van volkstribuun; hij werd verkozen en begon terstond zijne werkzaamheid als hervormer, die nog veel belangrijker was dan die zijns broeders. De beide broeders, die elkander volkomen evenaarden in liefde tot liet volk. in fleren moed om den strijd tegen den machtigen adel te aanvaarden en in de reinheid hunner bedoelingen, waren toch overigens zeei verschillend van karakter. Gajus bezat niets van die zachtmoedigheid en gematigdheid, waardoor Tiberius zich onderscheiden had, hij was heftig en hartstochtelijk. Alleen door den nood gedrongen had Tiberius lot doorzetting van zijne hervormingsplannen den wettigen weg verlaten. Gajus daarentegen deinsde niet voor eene omwenteling terug; zijn besluit stond vast om zich van dezelfde middelen te bedienen, ten einde aan het volk de vrijheid te schenken, welke zijne vijanden aanwendden om die vrijheid te onderdrukken. Hij wilde wraak nemen voor den moord op zijn edelen broeder gepleegd, en dit voornemen konden zelfs de beden zijner moeder, die begreep, dat zij weldra van haar laatsten zoon beroofd zou zijn, niet aan het wankelen brengen. Cornelia schreef hem: «Ook in mijn oog bestaat niets schooners en verheveners dan onzen vijand te straffen, wanneer dit kan geschieden, zonder dat het vaderland te gronde gaat. Is dit echter niet mogelijk, dan moge duizendmaal liever onze vijand ongestraft en ongedeerd blijven, dan dat het vaderland onderga". Zulke woorden maakten op den vastbesloten man geen indruk; hij was zich bewust van zijne kracht en met geheel zijne ziel begon hij het hervormingswerk op veel doortastender wijze dan zijn broeder, dien hij in talent en moed verre overtrof. De akkerverdeeling met billijke schadevergoeding was niet langer voldoende in het oog van den hervormer, die van diep ingrijpende plannen zwanger ging. Hij wilde eene geheele hervorming tot stand brengen, waardoor zoowel de gekrenkte bondgenooten als het arme volk in hun geschonden recht hersteld zouden worden. Tot bereiking van dit doel echter moest hij eene vast aaneengesloten partij vormen, bij welke hij in zijn strijd tegen den adel steun vinden kon, en dit beoogde hij met zijne eerste wetsvoorstellen.

De lagere volksklasse haalde hij tot zijne zijde over, door eene wet te doen aannemen, waarbij bepaald werd, dat maandelijks graanuitdeelingen tot zeer lagen prijs zouden plaats vinden. Met hetzelfde doel werd de verplichting

Sluiten