Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lol den krijgsdienst op minder bezwarende wijze geregeld. Ten gevolge van dit alles was Gajus Gracchus binnen weinig lijds een geliefd volksman geworden. Doch hiermede had hij nog niet veel gewonnen, want hij wist, dat hij zich op de sleeds weifelende volksmassa niet verlaten kon. Hierom poogde hij ook de rijken aan zich le verbinden en zijn oog viel daarbij in de eerste plaats op de ridderschap, die tusschen de oplimaten en het volk stond.

De ridders maakten niet langer een zuiver adellijken stand uit: lol de ridderschap behoorden alle burgers, die door het bezit van een vermogen van ten minste 400,000 sestertiën tot den dienst bij de ruiterij verplicht waren, voornamelijk dus de rijke kooplieden, de speculanten en wisselaars. Dezen vormden eene geldaristocratie, die naasl den regeerenden adel stond, en zich tot heden tegenover hel volk altijd nauw aan dezen had aangesloten. Ook de zonen der senatoren behoorden tot de ridderschap, doch werden, om hen van de burgerlijken te onderscheiden, de adellijke ridders genoemd. Gajus Gracchus was er nu in de eersle plaats op uit om de vriendschap der ridders van burgerlijke al komst te vei werven, opdat hij in den strijd tegen de senaatspartij op hunne hulp zou kunnen rekenen. Met dit doel deed bij eene wet vaststellen, die aan de ridders een hoogst gewichtig recht verzekerde; hij onlnam aan den^ senaat hel rechterambt over de optimaten en droeg dit aan de ridders op. Moriaan konden de edellieden niet meer de hoop koesteren, dal zij door huns gelijken gevonnisd en dus vrijgesproken zouden worden, wanneer zij zich in de provinciën aan de schandelijkste afpersingen hadden schuldig gemaakt. Daarentegen was voor de bedriegerijen der geldmannen thans de deur wagenwijd opengezet.

In vereeniging inel het volk en met de ridderschap kon Gajus Gracchus nu ook zijne verdere hervormingsplannen doorzetten. De akkerwet zijns broeders werd vernieuwd en waarschijnlijk met strenger bepalingen vermeerderd; ten einde een zoo groot mogelijk aantal burgers binnen korten lijd tot grondeigenaars te maken, bevorderde bij de stichting van koloniën. De belangrijkste maatregel echter was het weder indienen van de door Fulvius Flaccus voorgestelde wet, volgens welke den bondgenooten hel burgerrecht verleend zou worden.

Al deze belangrijke wetten, die schier eene nieuwe Romeinsche staatsregeling vormden, konden niet binnen één jaar ingevoerd worden. Na het verstrijken van zijn ambtsjaar dong Gajus Gracchus daarom opnieuw naar het tribunaat en. gelukkiger dan zijn broeder, wist hij zijne herkiezing door te zetten. Eerst nu gelukte liet hem. met de trouwe hulp van Fulvius Flaccus de meeste zijner hervormingswetten in te voeren.

En de senaat? Schikte hij zich gedwee in al deze nieuwigheden, die de heerschappij des adels naar de hartader staken? Hij beproefde tegenstand te bieden, maar vruchteloos. De vurige en stoute welsprekendheid van Gajus Gracchus sleepte het volk mede; op zulk eene schilferende en overtuigende wijze wist bij zijne wetsvoorstellen aan te bevelen, dat hij bijna overal zegevierde, dat hij gedurende de twee jaren van zijn tribunaat te Rome bijna als dictator regeerde. Niemand verstond beter dan hij de kunst om door liet aanhalen van feiten de Romeinen tot zijn gevoelen over te halen. Zoo schetste lijj eens tien treurigen toestand der bondgenooten in de volgende woorden: «Onlangs , sprak hij, »kwam een consul te Teanum Sidicinum. Zijne vrouw gaf haar verlangen te kennen om zich in het bad der mannen te baden. Den quaestor van Sidicinum werd last gegeven om allen, die zich juist baadden, uil het bad te verwijderen. De vrouw des consuls beklaagde zich daarop bij' haar echtgenoot, dat het bad niet spoedig genoeg gereed en niet zindelijk genoeg geweest was. Nu werd een paal op de markt opgericht en M. Marius, de aanzienlijkste man der slad, er heen gevoerd. De kleederen werden hem van het lijf gescheurd en hij werd met roeden gegeeseld. Toen de inwoners van Gales dit hoorden, vaardigden zij een besluit uit, dat niemand in de openbare baden een bad nemen mocht, wanneer een Romeinsch magistraats-

Sluiten