Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daagsche Beieren en Boheme hadden; de Tauriscers, ook iNorikers en Carners genaamd, die zuidoostelijk van de Bojcrs in Stiermarken. Karintliië Krain en lstrie woonden. werden bedreigd door een ruw, krijgshaftig volk, de Kimbren.

In liet booge noorden, zoo verhalen de Bomeinen, hadden geweldige watervloeden geheele landstreken verwoest en onder de golven der IJszee besraven ' noord sche volken, hierdoor uit hunne woonplaatsen verdreven zochten nu een nieuw vaderland op en waren thans in tallooze benden met vrouw en kind zuidwaarts getrokken.

De Barbaren behoorden niet tot de Keltische stammen, al hadden zij on hun avontuurlijken tocht zich ook met menigen Keltischen volksstam vereeni4| en dezen in zich opgenomen: zij waren Germanen, de voorvaders der tegenwoordige Duitschers. Wonderlijke dingen werden er van de Kimbren verhaald lan8t!- ,slnnke mannen, met hunne lichtblonde lokken en helderblauwe oogen maakten geene minder vreemde vertooning dan de krachtige vrouwen die bijna even groot en sterk waren als de mannen. En wat het merkwaardigst van alles was, de kinderen droegen hetzelfde haar als de grijsaards!

e zwar gelokte bewoners van Zuid-Europa zagen het vlasbonte haar der Kimbnsche knapen voor wit aan.

Op de ontelbare scharen der vreemdelingen volgde de onafzienbare trein dei wagens, waarover eene lederen kap gespannen was en die de woningen de Kimbrei uitmaakten. Hier sliepen de krijgers met vrouw en ffi Wanneer de tocht voor korter of langer tijd gestaakt werd, vormde men van de wagens een wagenburg, die bij een vijandelijken aanval door de mannen en de vrouwen beiden verdedigd werd. '"«"men

oor,lenKimb"" rr: T Zwervuend v°l,k-1 (!al ten Sev»>8e van ons onbekende ooizaken — want liet Bomeinsche verhaal is ver van geschiedkundig zeker

L ./!lJn .. .woonplaatsen verlaten had en thans een nieuw vaderland zocht

Zij trokken zuidwaarts en rukten in het jaar 113 v. Chr. tegen de Krainer-

hPt lanF'. eriPaS 'i de" cousul CneJ'i's Papirius Carbo bezet was) om liet land ten zuiden van den Donau op de Norikers te veroveren. Aan een

dan (iV'coi/'nl f1"6" Z'J nieL ZlJ Stegen zich zelfs vreedzamer

dan de consul had durven hopen, want toen deze hun te gemoet trok. vaardigden zij gezanten naar hem af, die verklaarden: »Wij zijn niet gekomen om oorlog te voeren tegen het machtige Bome. Wij wisten niet dat de

Ülf'ifu UW6 T."de" ,Ware?' ,an(Jers Z0l,(lei1 wiJ hen niet hebben aangevallenwij beloven u dat wij hen in het vervolg met vrede zullen laten"

De consul ontving de gezanten met geveinsde vriendelijkheid en gaf hun

wegwijzers mede, om bet Kimbrische leger langs veilige we^n verder te

leiden. Doch deze gidsen hadden het bevel ontvangen om de Germanen lan«s

enge onbegaanbare kloven en passen te voeren. Dit bevel werd opgevoed

terwijl Papirius Carbo langs een korteren weg met zijn leer de Germinen'

te gemoet trok. Eensklaps overviel hij hen,"terwijl 'üjj geengev~-

Xï nf aa" fe" aanv,al (lenken'1- rustig hunne legerplaats hadden opgeslagen. Ilij meende van de overwinning zeker te zijn. doch hij zou zich vreesehjk bedrogen vinden, want met de grootste dapperheid ontvingen de Duitsche krijgers de Bomeinsche legermacht. ° üe

In een oogwenk hadden de eersten zich in het gelid gesteld en met eene weergalooze dapperheid sloegen zij den aanval af. Het duurde niet laii", of het Bomeinsche leger was verstrooid, en het zou geheel vernietigd zijn geworden, indien niet een vreeselijk onweer het bad ontzet. Terwijl de donder ratelde en de bliksem flikkerde, stroomde er een plasregen neder, die de

r^L°" gKanb?ari ' en. <le ,luisternis was zóó groot, dat de Germanen de Bomeinsche vluchtelingen niet verder konden vervolgen.

. - , le*F .der Romeinen was deels vernietigd deels in de wouden verstrooid zoodat de vluchtelingen eerst na verloop van drie dagen zich weer tot eene kleine bende konden verzamelen. Dit was de slag bij Noreja in het jaar Stkeckfuss. II. 2g

Sluiten