Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

marschen en liet opwerpen van vestingwerken te oefenen. De Galliërs dankten hem een kanaal, dat met de Rhóne in verband stond, hetwelk door de Romeinsche soldaten gedurende dien tijd van rust aangelegd werd. De grenzen der Romeinsche Provincie overschreed Marius niet; hij wachtte den aanval der Kimbren af.

In het jaar 103 keerden de Germanen uit Spanje terug, waar zij bij de dappere Keltiberiërs den krachtigsten tegenstand ontmoet hadden. Het allereerst wierpen zij zich op bet noordelijk gedeelte van Gallië. Alles zwichtte voor hun geweld. Eerst aan den noordelijken grens des lands stieten zij op een volk, dat een krachtigen tegenweer bood, de Delgen. Dezen bleven onverwonnen. ofschoon de Helvetiërs zich bij de Kimbren voegden, ofschoon daarenboven een tweede Gertnaansch leger, de stam der Teulonen, onder koning Teutobod, waarschijnlijk van de kusten der Oostzee, zich bij hen aansloot.

De Kimbren en Teulonen besloten hunne legermacht vereenigd tegen de Romeinen aan te voeren, zij wilden in Italië doordringen, om in bet land, van welks vruchtbaarheid en rijkdom zij zooveel gehoord hadden, zich vasle woonplaatsen te veroveren.

De tallooze troepenmassa der beide vereenigde stammen was te groot om gezamenlijk de schier onbegaanbare passen der Alpen over te trekken. Waarschijnlijk om deze reden, scheidden de Kimbren en Teutonen zich weder van elkaar; de eersten besloten den Rijn over te steken en door de oostelijke passen naar Italië te trekken, terwijl de Teutonen hun marsch door Romeinsch Gallië wilden nemen.

In den zomer van het jaar 102 staken de Teulonen de Rhóne over; aan dezen stroom, dicht bij de plaats waar bij de wateren der Isère opneemt, wachtte Marius hen in eene voortreffelijk verschanste legerplaats op. Beschut door stevige, bijna onneembare wallen, was Marius er in de eerste plaats op uit om zijne soldaten aan den aanblik der Germanen te gewennen. Ilij zond den een na den ander op de wallen, van waar zij de Barbaren, die het kamp omringden, rustig konden aanschouwen. Dit was ook zeer noodzakelijk, want reeds de aanblik der reusachtige, deels half naakte, deels met een pantser bedekte gestalten, met hunne van twee tanden voorziene speren en hunne hooge, beschilderde schilden, joegen den Romeinen schrik aan, terwijl hunne vrees niet weinig vermeerderd werd door het woeste krijgsgeschreeuw der Teutonen. dat aan het gehuil van een troep wolven denken deed.

Ook op het bijgeloof zijner soldaten moest Marius werken, om hun moed in te boezemen. Hij bad eene Syrische waarzegster, met name Martha bij zich, die in een magnetischen slaap den Romeinen de overwinning voorspelde. Twee gieren waren daarenboven gevangen en tam gemaakt; nu liet Marius die vogels vliegen en toen zij zich in de nabijheid van de legerplaats vertoonden, vverdpn zij als boden der aanslaande overwinning beschouwd.

De Teutonen omringden het kamp en verwachtten, dat Marius hen aantasten zou; doch zij bedrogen zich. Marius hield zich tusschen zijne sterke wallen schuil. Dit gedrag was in het oog der Germanen niets dan lafhartigheid, met smaad- en spotredenen overlaadden zij de Romeinsche soldaten, die geen moed hadden om een gevecht aan te nemen, maar in weerwil van hun aantal, in weerwil van hunne voortretlelijke wapens achter sterke wallen gevlucht waren. Zij daagden de Romeinen ten strijde, maar Marius liet zich door niets lot een aanval verlokken. De stoutmoedigsten der Romeinsche soldaten werden zelfs over dit dralen ontevreden. Zij eischten, tegen den vijand aangevoerd te worden, die hunne eer aanrandde. Doch Marius noemde ieder een verrader van het vaderland, die in de ure des gevaars zijn strijdlust niet wist te bedwingen. Het gold hier immers niet de overwinning in een ijdelen wedstrijd, niets minder dan de vrijheid van Rome stond op het spel!

De Teutonen gingen van woorden tot daden over. Zij waren het wachten moede. Drie dagen lang bestormden hunne ordelooze benden de wallen der

Sluiten