Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marius keerde naar Rome terug, waar hij met eene toejuiching, die aan vergoding grensde, ontvangen werd, doch hij wees de hem aangeboden eer van een zegepratenden intocht van de hand, daar der wereldstad nog altijd hel dreigendst gevaar van de zijde der Germanen boven het iioofd hing, zoolang de Kimbren niet waren overwonnen.

Dezen waren, nadat zij zich van de Teutonen gescheiden hadden, door Duitschland getrokken en hadden zich onderweg versterkt door het opnemen van meer dan één volksstam. Ofschoon de winter reeds ingevallen was, besloten zij de Alpen over te trekken. Waarschijnlijk zijn zij over den Brenner gegaan. Eene legermacht van HOI)0 man lieten zij ach'er om hun terugweg, zoo noodig, open te houden.

Deze overtocht over de Alpen in het midden van den winter was in het oog der Romeinen eene ongehoorde, ja dolzinnige onderneming; met de grootste verbazing zagen zij, hoe die halfnaakte reuzen de met sneeuw bedekte berghellingen op hunne schilden lachend en juichend afgleden, met het meeste beleid gapende afgronden ontweken en zonder eenig letsel aan den voet aankwamen. Waarschijnlijk hadden de Germanen in hun vaderland zich dikwijls met dergelijke sledevaarten vermaakt, gelijk de knapen in Duitschland nog lieden ten dage doen; voor hen waren zulke tochten derhalve kinderspel, terwijl zij in het oog der Romeinen een ongehoord waagstuk waren.

De consul Quintus Lutatius Gatulus moest de Alpenpassen bewaken. Reeds bij den eersten aanval der voorwaarts dringende Germanen onderging hij eene beslissende nederlaag. Hadden de Kimbren hunne zegepraal vervolgd, wellicht had de geschiedenis des menschdoms een geheel anderen loop genomen, want de weg naar Roine lag voor hen open. Maar zij wisten van de behaalde overwinning geen partij te trekken. Het schoone, tot genieten uitlokkende land hield hen aan zijn vruchtbaren bodem gekluisterd. In het tegenwoordige Lotnhardije verspreidden zij zich, roovend en plunderend, heinde en ver. Aan al de genietingen, door het zuiden hun geboden, gaven zij zich onbeteugeld over. Terwijl zij anders onder het loeien van den storm of het nijpen der winterkoude zich onder den blooten hemel legerden, en hunne lichamen daardoor tot het verduren van de grootste ontberingen hardden, bleven zij thans onder het beschuttende dak vertoeven, baadden zij zich niet in ijs water, maar in lauwe baden. Zij bedwelmden zich door het drinken van kostelijke wijnen, zwelgden zonder maat de heerlijke vruchten van het zuiden in en verloren ten gevolge van dal overdadige leven hun oiiweerstaanbaren, met alle gevaar spottenden heldenmoed. Van dezen tijd van verademing, den Romeinen geschonken, maakte Marius gebruik. Hij verzamelde de overblijfsels van het verstrooide leger van Gatulus en weldra stond hij aan hel hoofd eener aanzienlijke legermacht, waarmee bij de Kimbren te gemoet trok, den Po overstak en aan de overzijde dier rivier eene sterke stelling innam. Reeds waren de Kimbren minder strijdlustig dan vroeger. Zij zonden onderhandelaars tot Marius en verlangden van hem de ontruiming van Gallië en land en steden voor zich en hunne broederen; dan wilden zij vreedzaam naast de Romeinen wonen. Spottend vroeg Marius, waar toch wel de broeders der Kimbren waren, en toen deze de Teutonen noemden, wier aankomst zij verwachtten, zeide hij op schamperen toon, dat zij die broeders maar buiten spel moesten laten, daar hij gezorgd had, dat deze voor alle eeuwigheid land genoeg bezaten.

Reeds vroeger hadden de Kimbren tijding van het ongelukkig lot der Teutonen ontvangen, doch zij wilden daaraan geen geloof slaan; zij hadden de overbrengers dier treurmare leugenaars en verraders genoemd, ja hen deerlijk mishandeld. Ook toen Marius hun dit schamper antwoord gaf, spotten zij met diens woorden. Nu liet de consul den gevangen reus Teutobod en de andere geboeide aanvoerders der Teutonen in hunne tegenwoordigheid brengen en uit den mond hunner vrienden vernamen de Kimbren het vreeslijk lot. dat hunne broederen getroffen had.

Sluiten