Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij stichten een tweeden Italiaanschen staal, tot welks hoofdstad de stad Cor(inium gekozen werd, die in het hart van de opgestane landstreken «eieren was en den gepasten naam Italia ontving.

De regeeringsvorm van den nieuw gevestigden staat werd geheel op Romeinsche leest geschoeid; twee consuls en twaalf praetors zouden, in vereeniging met een senaat van 500 leden, de teugels van het staatsbestuur voeren Tot consuls werden gekozen de Mars Quintus Pompaedius Silo en de Samniet Gajus Papius Mutilus, twee bekwame veldheeren, en dezen stonden na korten tijd aan het hoofd van een leger, dat zich zoowel in getalsterkte als uitrusting en dapperheid gerust met het Romeinsche kon meten, want deze soldaten der bondgenooten hadden reeds vroeger onder hunne Romeinsche opperbevelhebbers zich als wakkere soldaten doen kennen. Te Rome doorzagen senaat en volk zeer goed hel gevaar, waaraan de republiek bloot stond ten gevolge van den opstand der bondgenooten, een gevaar, dat zich nog dreigender liet aanzien, naardien ook de politieke horizon in Azië onweer'voorspelde. Daar nam Mithridates, koning van Pontus, eene hoogst bedenkelijke houding aan en bedreigde hij de provincie Azië, de goudmijn van Rome.

Thans echter hielden de onderlinge veeten te Rome ook op; het Romeinsche volk vergat alle tweedracht en greep naar de wapenen, om voor de macht der republiek te strijden. De oude Marius stelde zich zoowel ter beschikking van de consuls, als zijn ijverigste tegenstander, de trotsche aristocraat Sulla° Beiden boden zich aan, om als legaat onder het opperbevel der consuls te dienen.

Omtrent dezen oorlog, die kort daarna ontbrandde en van beide zijden met groote verbittering gevoerd werd, bezitten wij slechts onvolledige berichten. Derhalve zullen wij ons hier niet bezig houden met de kleine bijzonderheden, die voor ons bewaard zijn, maar onzen lezers slechts de uitkomst van den krijg mededeelen.

Wel zegevierden de Romeinen hier en daar, doch meermalen leden zij ook de nederlaag, en toen het eerste jaar van den opstand, het jaar 00 v. Chr., verstreken was, had deze veld gewonnen en zich zelfs in Etrurië en IJinbrië verbreid.

De consul Lucius Julius Caesar begreep, dat de bondgenooten alleen ten onder konden gebracht worden, wanneer het Rome gelukte, de nog trouw gebleven steden voor afval te bewaren en tevens tweedracht onder de vijanden zelf te doen ontstaan.

Te dien einde wist hij eene wet te doen aannemen, die, ware zij een jaar vroeger in werking getreden, het uitbreken van den oorlog zou voorkomen hebben. Aan de burgers van al die Italiaansche steden, welke aan Rome nog niet openlijk den oorlog verklaard hadden, werd hel Romeinsche burgerrecht verleend. Eene tweede, niet minder belangrijke wet werd op voordracht van de tribunen Marcus Plautius Silvanus en Gajus Papirius Carbo uitgevaardigd. Zij vergunde aan ieder Raliaansch burger zich binnen twee maanden bij een Romeinschen staatsbeambte aan te melden om bet burgerrecht te verkrijgen. Door deze beide wetten werden groote voorrechten aan de Italiaansche steden toegestaan; toch openbaarde de Romeinsche trots zich weder hierin, dat zelfs in dit hoogstgevaarlijk tijdsgewricht zij, die men voor Rome trachtte te winnen, door vernederende beperkingen van het stemrecht beleedigd werden. \\el werd de wet der volkstribunen aangenomen, doch met bepaling, dat de nieuwe burgers, evenals de vrijgelatenen, slechts in acht van de vijf en dertig districten konden worden ingeschreven, opdat zij niet te eeniger tijd door hel uitbrengen van hunne stemmen voor dé oud-burgers gevaarlijk konden worden.

Al zaaide deze kleingeestige bepaling nieuwe ontevredenheid voor de toekomst, op dit oogenblik werd het onrechtvaardige daarvan minder gevoeld. De toegestane vrijheden haalden de Etruscen en Umbriërs tot de zijde deiRomeinen over, zoodat in het noorden de opstand spoedig onderdrukt werd. Wij hebben reden om te veronderstellen dat het toestaan van het burgerrecht

29*

Sluiten