Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij nu daarenboven twist kreeg met een zijner knapste onderbevelhebbers, Gajus Flavius Fimbria, en dezen wilde verwijderen, kwam het in het leger tot openlijke muiterij.

Flaccus zelf werd afgezet en vermoord, en Fimbria in zijne plaats dooide soldaten als opperbevelhebber uitgeroepen. Fimbria was een man van groote geestkracht en grool talent; al wordt hein ook met recht door alle geschiedschrijvers ten laste gelegd, dat hij wreed en verraderlijk was, zijne vastberadenheid en zijn veldheerstalent worden door niemand in twijfel getrokken. Hij versloeg de Pontische troepen, rukte aanstonds op naar Pergamum, dat thans de residentie van Mithridates was, verdreef dezen en dwong hem, naar de haven Pitane te vluchten. Daar sloot hij den koning in, die ook niet meer te water kon ontkomen, indien Lucullus zijn plicht deed. En deze verscheen op het rechte tijdstip met zijne vloot voor Pitane.

Fimbria vergat in zulk een gewichtig oogenblik, dat Lucullus zijn tegenstander op staatkundig gebied was. Ilij zond hem eene boodschap en bezwoer hem, zich met hem te vereenigen, om door de gevangenneming van den koning met één slag den oorlog te eindigen. Doch Lucullus weigerde, zich met den gehaten democraat in te laten en liet liever den vijand van het Romeinsche rijk ontkomen, dan dat hij, de optimaat. zou medewerken tot de zegepraal van een veldheer, die door het volk verkozen was.

Al ontsnapte Mithridates zonder slag of stoot, toch bleef zijn toestand hachelijk. Europa was voor hem verloren, Klein-Azië in opstand en voor een groot deel reeds door de Romeinsche legers bezet. De koning poogde derhalve door onderhandelingen tot den vrede te geraken en wendde zich tegelijk tot Sulla en tot Fimbria. Archelaüs bood Sulla aan, dat Mithridates hem hulptroepen zou verschatten om de democratische partij in Rome ten onder te brengen, op voorwaarde, dat deze beheerscher van Azië blijven zou. Wel wenschte Sulla spoedig een einde te maken aan den oorlog, om zijn leger tegen de hoofdstad aan te voeren, doch de gestelde voorwaarden kon liij niet aannemen; — zijn eigen leger zou de hulp der barbaren in den strijd legen Rome versmaad en zijne aanhangers aldaar zouden den veldheer veracht hebben, die zulk een onvoordeeligen, ja schandelijken vrede gesloten had. Ilij de vredesonderhandelingen weigerde bij dus bepaald een duimbreed grond af te staan; van een eigenlijken vrede kon slechts sprake zijn, indien Mithridates afstand deed van al de landen, doorhem veroverd, als: Cappadocië, Paphlagonië. Galatië, Bithynië, Klein-Azië en de eilanden, indien hij voorts de gevangenen en overloopers uitleverde, 80 oorlogsschepen ter beschikking van Rome stelde en de oorlogskosten vergoedde.

Een dergelijke vrede was altijd nog eervol genoeg voor Mithridates, althans voordeeliger dan elk verdrag, dat de Romeinen ooit aan een overwonnen vijand hadden voorgeslagen; hij bleef daarbij in bezit van alles, wat hij vóór den oorlog bezeten bad, zonder op krenkende wijze vernederd te worden. Archelaüs bracht verheugd de vredesvoorwaarden naar zijn koning over. Mithridates nam ze echter niet aan, maar eischte, dat Sulla de voorwaarde tot uitlevering van zijne schepen en tot de ontruiming van Paphlagonië zou intrekken.

Op het vernemen van dat antwoord was Sulla ten hoogste verbaasd. ■■Waarom dankt Mithridates mij niet op zijne knieën," riep hij toornig uit. »dat ik hem zijne rechterhand nog laat behouden, waarmede hij zooveel Romeinen heeft ontzield." Van verdere onderhandelingen wilde hij niets meer weten, en hij ging daarom in het jaar 84 uit Thessalië door Macedonië naar Azië opmarsch.

Mithridates, die den lust tot verder oorlog voeren verloren had, gal eindelijk gehoor aan de dringende vertoogen van zijn veldheer Archelaüs. om opnieuw onderhandelingen aan te knoopen. In een mondgesprek, dat hij met Sulla te Dardanus aan den Hellespont bad, bewilligde bij in aldeeischen van den Romeinschen veldheer, die daardoor aldus van zijn kaul zijne wenschen vervuld zag.

Sluiten