Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na liet sluiten van het verdrag had Sulla zich terstond tegen Rome kunnen wenden; daar hij ecliter het voornemen had, met zijne legioenen, de partij, die thans in de hoofdstad den boventoon voerde, te vernietigen, achtte hij het ongeraden eene legerbende der democraten in zijn rug achter te laten. Daarom trok hij over den Hellespont het leger van Fimbria te gemoet. Bij Thyatira in de nabijheid van Pergamum ontmoette hij het; hier sloeg hij zijn kamp dicht bij dat van zijne tegenpartij op.

Het kwam hier niet tot een strijd. Toen Fimbria bevel tol den aanval gaf, weigerden zijne soldaten, tegen hunne medeburgers te vechten; een deel van hen liep tot Sulla over en toen Fimbria Sulla om een onderhoud verzocht, kreeg hij een weigerend antwoord. Nochtans werd hem door Sulla lijfsbehoud toegezegd en zelfs een schip lot de vlucht aangeboden, hetgeen Fimbria evenwel van de hand sloeg. Hij wilde de nederlaag van zijne partij niet overleven. Nadat de strijd aldus onmogelijk was geworden, verliet hij zijn leger en stortte hij zich te Pergamum in den tempel van Aesculapius in zijn zwaard.

Een gedeelte zijner onderbevelhebbers vluchtte naar Mithridates, terwijl het overige gedeelte des legers zich onder de vanen van Sulla schaarde. De opperbevelhebber liet de beide democratische legioenen, op welke weinig staal te maken was, in Azië achter en droeg aan zijn besten onderbevelhebber. Lucius Licinius Murena, het bevel daarover, benevens het stadhouderschap in Romeinsch-Azië op.

Nog moest men orde stellen op de zaken der afgevallen provincie; alleen de belhamels, die zich inzonderheid hadden schuldig gemaakt aan het vermoorden van de Romeinen, werden omgebracht. De weinige steden en eilanden. die getrouw waren gebleven, ontvingen rijke belooningen. Daarentegen legde Sulla aan die steden, welke de zijde van Mithridates hadden gekozen, zware geldboeten op; hij eischte van haar zulke groote sommen in klinkende munt. dat het land daardoor bijna ten gronde werd gericht. Na aldus zijne maatregelen genomen te hebben, aanvaardde hij den terugtocht.

VIER EN VIJFTIGSTE HOOFDSTUK.

Strijd der partijen te Rome. Zegepraal van den adel. Cinna en Marius voor Rome. Nederlaag der optimaten. Schrikbewind van Marius. Het zevende consulaat en de dood van Marius. Bewind van Cinna. Terugkeer van Sulla. Cinna's dood. Sulla en Pompejus. Marius de jonge. Slag voor de poorten van Rome. Heerschappij van Sulla. Zijne bloedige bevelen. Lijsten der vogelvrijverklaarden. Moordtooneelen te Rome. De aristocratie weer aan het roer. Sulla's wetten. Zijne aftreding en dood.

Sulla had wel is waar door zijn despotisch bestuur te Rome voor korten tijd in schijn de rust hersteld, maar was toch niet in staat geweest de algemeene ontevredenheid te doen ophouden. Nauwelijks was de democratische partij ontslagen van den druk, dien hij op haar had uitgeoefend, of terstond na zijn vertrek begon zij het hoofd weer op te steken. Nieuwe leiders, de onstuimige volksredenaar en tribuun Cnejus Papirius Carbo en een dapper talentvol legerhoofd, Quintus Sertorius, plaatsten zich aan het hoofd der democraten. Bij hen sloot zich Lucius Cornelius Cinna aan, die door toedoen der democraten tot consul was verheven.

Sluiten