Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dood verdiend hadden. Mei den I™ Juni 81 zouden de doodvonnissen gestaakt worden.

Niemand was in dezen schrikkelijken tijd te Rome zijn leven zeker; alle banden van bloedverwantschap, vriendschap of gastvrijheid werden opdeonbeschaamdste wijze verscheurd. De aanhangers van Sulla bewerkten, dat de namen hunner vijanden, ook van hen die zich nooit tegen de adelregeering verzet hadden, op de proscriptielijsten voorkwamen. Wanneer dit hun niet gelukte, spaarden zij zelfs die moeite; zij waren zeker dal zij voor sluipmoord, die toenmaals te Rome begunstigd, ja ongestraft bedreven werd, niet ter verantwoording zouden worden geroepen.

Eene afdeeling Kelten belastte zich in de hoofdstad met de uitvoering van de moord bevelen, en trok van huis tot buis. In de Italiaansche steden waren hel soldaten van Sulla, aan wie die taak was opgedragen. Maar ook vrijwilligers. zelfs aanzienlijke optimaten kwamen zich hiertoe aanbieden, om de uitgeloofde belooningen (e verdienen. Anderen weer achtten het voordeeliger eerst hunne tegenpartij uit den weg te ruimen, om daardoor hunne roof- en wraakzucht te voldoen, en later eerst te bewerken, dat de naam van den verslagene op de proscriptielijst voorkwam. Een voorbeeld hiervan gaf Catilina, die later zoo berucht is geworden; hij bracht zijn eigen broeder om en liet daarna diens naam op de proscriptielijst zetten.

Sulla's persoonlijke wraak trof bij voorkeur de vrienden en verwanten van Marius. Om zijn onedelen haat tegen den overwinnaar van Aquae Sextiae te bevredigen, liet de dictator het graf van Marius openen en diens asch in de Arno strooien. Tot Sulla's onuitsprekelijke spijt, was Marius Zoowel als zijn zoon door den dood aan zijne wraak onttrokken, doch daarvoor moesteen aangenomen neef van zijn vijand boeten. Marcus Marius Gratidianus. een aanzienlijk en bij bet volk zeer geliefd man, die tweemaal praetor geweest was, werd bij het graf van Catulus onder vreeselijke folteringen ter dood gebracht. De goederen der vermoorden liet Sulla in het openbaar veilen, wanneer hij ze niet eenvoudig in beslag nam; al zijne bloedverwanten en vrienden werden door hem met geschenken overladen, terwijl hij zelf met de grootste onbeschaamdheid uit den met bloed bevlekten buit een onmetelijk vermogen samenschraapte. Al zijne aanhangers verrijkten zich, het meest van allen echter Marcus Licinius Crassus, wiens hebzucht elk middel geoorloofd achtte om zich bij de openbare verkoopingen te verrijken.

De len Juni des jaars 81, de dag, waarnaar men met zooveel verlangen had uitgezien, omdat hij een eind zou maken aan de moordtooneelen, biak aan. Wel bracht hij verzachting, maar geene opheffing aan van den druk, waaronder de Romeinen zuchtten. Zoolang Sulla de macht in handen had, luisterde bij noch naar de stem van het recht, noch naar die van het menschelijk gevoel. Zelfs zijne trouwste aanhangers waren hun leven niet zeker, wanneer zij het waagden hem ongehoorzaam te zijn. Toen die Quintus Lucretius Ofella, die zich bij de belegering van Praeneste zoozeer onderscheiden bad, steunend op de verdiensten, die hij zich had verworven, legen Sulla's wil naar het ambt van consul dong, liel de dictator hem op de markt nederliouwen. Zonder de minste schaamte kwam hij voor deze daad uit, daar hij aan het onthutste volk verhaalde, dat hij gehandeld had als zekere boer, die zijne plunje tweemaal van ongedierte gezuiverd, doch daarna, toen deze pogingen vruchteloos bleven, zijne kleeren met het ongedierte op het vuur geworpen had.

Het voorbeeld, door Sulla te Rome gegeven, werd in de provinciën door zijne aanhangers (rouw gevolgd. Bij het vervolgen van de vrienden der omvergeworpen regeering onderscheidde zich boven alle anderen Pornpejus, die zich de verdienste verwierf, dat hij den voortvluchtigen Papirius Carbo gevangen nam en hem, zijn vroegeren weldoener, aan den beul overleverde.

Nadat Sulla zoowel in de provinciën als in de hoofdstad door middel

Sluiten