Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij de lijsten der vogelvrij verklaarden in zijn voordeel had vervalscht, dat hij zich met geweld in het bezit had gesteld van goederen, waarop hij volstrekt geen aanspraak had. In weerwil van dit alles bleef hij echter een hooggeacht en machtig man, hoewel hij zich door niets ter wereld dan door zijn rijkdom onderscheidde.

Hij dankte zijne macht aan het overleg, waarmee hij zijn geld wist te gebruiken. Aan al zijne vrienden, zelfs aan invloedrijke mannen der tegenpartij , gaf hij zonder rente geld te leen; hierdoor maakte hij zijne schuldenaars van zich afhankelijk en eindelijk stond de halve senaat bij hem in het schuldboek.

Een derde man, die zich terstond na Sulla's dood een machtigen invloed wist te verwerven, was Marcus Aemilius Lepidus. Hij was vroeger een der trouwste aanhangers van den dictator geweest en was, evenals de overigen, bij de verkoopingen van de bezittingen der ballingen ijverig in de weer geweest. Tot belooning hiervoor was hij met het stadhouderschap op Sicilië bekleed. Hier echter had hij zóó schandelijk huis gehouden en zich op zulk eene onbeschaamde wijze verrijkt, dat hem eene aanklacht boven het hoofd hing. Om dit gevaar af te wenden liep hij tot de partij der vijanden van de aristocratie over; hij gedroeg zich minzaam jegens allen, die over den gang van zaken ontevreden waren, namelijk de zonen der ballingen, de vrijgelatenen, die in de uitoefening van hun stemrecht warei; beperkt, de proletariërs, wien Sulla de korenuitdeetingen ontnomen had. de ridders, die op de macht van den senaat naijverig waren, en de weinige democraten, die over de beperking van de macht der volkstribunen klaagden, en verklaarde dat hij voor hunne belangen in de bres wilde springen, De volksmenigte, die tot dusver tevergeefs naai' een leidsman had omgezien, vertrouwde hem, schaarde zich met geestdrift rondom den gewetenloozen optimaat, die vroeger de meest verbitterde vijand des volks geweest was, ja zij dreef zelfs zijne verkiezing tot consul voor het jaar 78 v. Chr. door.

Lepidus trad terstond op met een aantal voorstellen, die geen ander doel hadden dan de door Sulla in het leven geroepen staatsregeling omver te werpen. Hij eischte, dat de korenuitdeelingen weder plaats zouden hebben, dat de volkstribunen in hunne vorige macht hersteld, de ballingen teruggeroepen en alle verbeurdverklaarde goederen aan de eigenaars teruggegeven zouden worden. De senaat, met den tweeden consul Lutatius Catulus aan het hoofd, verzette zich tegen deze voorstellen, welke door de volkspartij krachtig verdedigd werden; er ontstonden ernstige twisten tusschen de beide consuls, waaraan de senaat een einde poogde te maken, door van beiden onder eede de belofte te vergen, dat zij, zoolang zij hun ambt bekleedden, geen geweld tegen elkaar zouden gebruiken. Lepidus legde den eed af, doch stookte heimelijk het vuur der ontevredenheid aan, welke in Etrurië het eerst tol een openlijken opstand oversloeg.

De senaat beval, dat de beide consuls zich naar het tooneel van den opstand begeven en de beweging onderdrukken zouden. Lepidus volgde dit bevel bereidwillig 00, doch maakte van zijne macht gebrnik om zich niet tegen den opstand en voor den senaat, maar integendeel in het belang der opstandelingen ten strijde te rusten. Toen men hem hierover berispte, gaf hij het uittartend antwoord, dat de door hem afgelegde eed hem wel voor het loopende jaar de handen bond, maar dat hij in het jaar 77 het recht had om naar eigen goedvinden te handelen. Ook toen hij in den aanvang van het jaar 77 een bevel van den senaat ontving om terug te keeren, weigerde hij, daaraan te gehoorzamen en eischte op dreigenden toon, dat het ambt van volkstribuun op den vorigen voet teruggebracht en dat alle ballingen teruggeroepen en in het bezit van hun burgerrecht en van hunne bezittingen hersteld zouden worden. Voor zich zelf verlangde hij als consul te worden herkozen, en hij voegde er bij, dat hij, indien dit niet geschiedde, den oorlog naar Rome overbrengen zou.

Sluiten