Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelijk liij de ziel der samenzwering onder de slaven was geweest, zoo werd hij thans de eerste aanvoerder der vluchtelingen. Uit hunne schuilplaats bij den Vesuvius ondernamen de 74 gladiatoren strooptochten in hel omliggende land en weldra groeide hun getal aan, want overal braken zij op de naburige landgoederen de slavenkerkers open, om hunne makkers te bevrijden; weldra maakten zij het den Campanisehen grondeigenaars zóó lastig, dat deze bericht van het voorgevallene naar Rome zonden en om hulp smeekten.

Eene bende van 3000 man werd tegen de opstandelingen afgezonden eii bezette de bergpaden, die naar den Vesuvius leidden: toch konden de Romeinen hun plan om de slaven in te sluiten en uit te hongeren, niet ten uitvoer brengen. De stoutmoedige gladiatoren klauterden langs de steilste rotshellingen naar beneden, overvielen eensklaps de Romeinsche wachtposten en joegen het gansche leger, dat lafhartig op de vlucht ging, uit elkaar.

Met de wapens, door de vluchtelingen weggeworpen, rustten de slaven zich tot den verderen strijd toe. Deze schitterende overwinning, in het eerste trelïen door de opstandelingen behaald, verhoogde natuurlijk hun moed in groote mate. Van alle kanten kregen zij versterking. Overal werden de slavenkerkers opengebroken, dagelijks voegden zich nieuwe strijders bij de bende van Spartacus, welke binnen korten tijd aangegroeid was tot een leger, dat aan twee Romeinsche legioenen hel hoofd bieden kon, en eindelijk 70,000 man telde. Weldra had het slavenleger Apulië en Campanië in zijne macht en was het in slaat zelfs versterkte steden met een goeden uitslag aan te tasten. De oorlog werd mei on menschel ij ke wreedheid gevoerd. De Romeinen lieten eiken slaaf, dien zij krijgsgevangen maakten, aan hel kruis hechten of onder andere folteringen ter dood brengen. De slaven betaalden hunne vijanden natuurlijk met dezelfde munt; thans namen zij eene vreeselijke wraak op hunne vroegere beulen en smaakten een onuitsprekelijk, helsch genot, zoo dikwijls zij hunne voormalige meesters nog in hun sterven konden verguizen. Zij hielden op hunne beurt wedspelen en dwongen de gevangen Romeinen om daarin als gladiatoren op te treden, als het voorwerp van den onmeedoogenden spot der overwinnaars.

Twee jaren lang zette Spartacus met schitterende bekwaamheid den oorlog voort. Hij was zulk een uitstekend veldheer, dat bij zich zelfs niet door zijn eigen voorspoed verblinden liet. Hoewel zijne krijgslieden zeer dapper streden, zoodra het tot een gevecht kwam, toch was het na den strijd niet mogelijk eene strenge orde en krijgstucht onder hen te bewaren. Roovend en plunderend verstrooiden zij zich, zelfs op het gevaar al, van te veel uiteen te geraken en zoo geslagen te worden.

Spartacus kende de Romeinen. Hij wist, dat zij door de geleden nederlagen slechts tot des te heftiger tegenstand geprikkeld zouden worden, en hij besloot daarom, zijn leger naar het noorden te voeren; hij wilde de Alpen overtrekken en van zijne behaalde overwinningen slechts gebruik maken om met de buitgemaakte schatten zijn vaderland te bereiken. Doch de Gallische slaven, die in het leger de meerderheid uitmaakten, weigerden, het tooneel hunner heldendaden zóó spoedig te verlaten. Het leger splitste zich; een groot deel verliet Spartacus en schonk -daardoor den Romeinen gelegenheid om de eerste belangrijke overwinning op de slaven te bevechten. De Gallische aldeeling werd verslagen en vernietigd.

De beide consuls van het jaar 72 trokken tegen Spartacus op, doch vonden in hem een tegenstander, tegen wien zij niet waren opgewassen. Op denzelfden dag sloeg deze de beide consuls in twee afzonderlijke gevechten, terwijl bij kort daarna nog twee andere overwinningen op Romeinsche legers behaalde. Thans rukte bij naar Rome op, nog ééue schitterende overwinning werd door hem behaald, doch toen keerde de fortuin hem den rug toe.

De Romeinen besloten alle krachten, waarover de staat beschikken kon, tot afwending van het dreigend gevaar in te spannen. Doch men miste een

Streckiuss. II. Q 1

Sluiten