Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer dan 100.000 man voetvolk en 10,000 ruiters sterk, drongen in Cappadocië en Phrygië door. De Romeinen zonden de beide consuls naar Azië. Lucius Licinius Lucullus ontving als stadhouder van Azië en Cilicië het opperbevel over de vier in Azië staande legioenen en over een vijfde, dat hij uit Italië medebracht, zoodat hij in het geheel ongeveer 30,000 man voetvolk en 1000 ruiters onder zijne bevelen had. De tweede consul, Marcus Aurelius Cotta. ontving het bevel over de vloot; hij had in last om naar de Propontis te zeilen, ten einde de provincie Azië en het onlangs verworven gewest Bythynië te dekken. Aanvankelijk scheen het krijgsgeluk Mithridates te begunstigen. De steden van Klein-Azië stonden voor het grootste deel legen de Hoineinen op en openden met geestdrift hare poorten voor het Pontische leger, dat door een Romeinschen balling werd aangevoerd. Evenals in hel jaar 88, bij het begin van den strijd, vermoordden ook thans de Aziaten de gehate Romeinsche kooplieden, die zich in hunne steden neergezet hadden.

Andermaal oogstten de Romeinen de bittere vrucht van de vreeselijke mishandeling, waaraan zij zirli tegenover de provincie Azië schuldig hadden gemaakt. We hebben reeds vroeger gezegd, dat de Romeinsche stadhouders nergens schandelijker hadden huisgehouden dan hier; in den laatsten tijd vooral was de vroegere welvaart van dit gewest door knevelarijen van allerlei aard en door een schier ongeloolelijken woeker bijna geheel vernietigd. Sulla had namelijk aan deze provincie eene schatting van 20.000 talenten opgelegd. Reeds het betalen van deze som ging de krachten der inwoners te boven; om haar te voldoen, moesten zij het geld van Romeinsche kapitalisten leenen en daardoor niet alleen eene schandelijk hooge rente, maar interest op interest betalen, zoodat het bedrag der som in den loop van enkele jaren van 20,000 tot 12'j.OOO talenten gestegen was. Met eene wreedheid zonder weerga behandelden de Romeinsche geldschieters hunne Aziatische schuldenaars; zij lieten hen folteren, in boeien slaan en in den kerker werpen; velen zelfs werden met vrouw en kind als slaaf verkocht.

Het vreeselijke woekerstelsel sleepte thans zijne eigen straf na zich in den moord, op de in Klein-Azië wonende Romeinen gepleegd; slechts met de grootste krachtsinspanning gelukte het Lucullus de Pontische legerbenden uil de provincie Azië terug te dringen.

Nog grooter tegenspoed trof de vloot. Marcus Aurelius Cotta leed eene zware nederlaag en Mithridates kon tot de belegering van de rijke stad Cyzicus. de bondgenoot der Romeinen, overgaan. Thans echter keerde eensklaps de krijgskans. De belegerden verdedigden zich met eene schitterende dapperheid, totdat Lucullus met zijn leger tot ontzet naderen kon. Mithridates werd geheel verslagen, zijne gansche legermacht werd vernietigd, zoodat hij slechts met een klein aantal troepen over zee Pontus bereiken kon.

Eene niet minder schitterende overwinning behaalde Lucullus, die een even bekwaam bevelhebber ter zee als te land was, op de Pontische vloot in de Aegaeïsche zee. Deze werd tweemaal geslagen. Hierop rukte de overwinnaar het koninkrijk Ponlus binnen en ook hier bleef zijn gelukkig gesternte hem getrouw. In den belangrijken slag bij Habira bracht hij in het jaar 72 Mithridates zulk eene beslissende nederlaag toe. dal deze uil zijn rijk vluchtte en eene schuilplaats bij zijn schoonzoon Tigranes zoeken moest. Al de vrouwen van zijn talrijken harem, zijne zusters en bijzitten, die hij niet kon meenemen en niet wilde achterlaten, werden vóór zijne vlucht, op zijn bevel, neergehouwen.

Het geheele koninkrijk Pontus viel met al de daarin opgestapelde schatten den Romeinen in handen; slechts enkele Grieksche kuststeden boden nog tegen stand, doch werden later insgelijks overwonnen.

Lucullus' eerste zorg was, in de veroverde landen, zoowel in Pontus als in Klein-Azië. de zaken op een geregelden voet te brengen. Hij nam krachtige maatregelen om den schandelijken woeker der Romeinen tegen te gaan. hij

Sluiten