is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fimbria, die ver over den gewonen diensttijd onder de wapenen geslaan hadden, zouden afgedankt worden. Nauwelijks kwam de lijding van dit besluit in de legerplaats van Lucullus aan, of de soldaten eischten terstond, dat de veldheer hen ontslaan zou; zij weigerden langer te vechten. Lucullus moest naar de provincie Azië terugtrekken, daar de consul Glabrio, die intusschen in Azië aangekomen was, in weerwil van de beden des veldheers, zich niet bewegen liet om het opperbevel metierdaad over te nemen, maar geheel werkeloos bleef. Mei een beklemd gemoed zag de overwinnaar zich in de lente van 66 van al de vruchten zijner schitterende zegepralen beroofd. Na een achtjarigen strijd had hij ten slotte niets uitgericht; de muiterij zijner soldaten had al de door hein behaalde voordeelen doen verloren gaan. In dezen lijd had Pompejus den oorlog tegen de zeeroovers ten einde gebracht; zijn naam werd te Rome met eene aan aanbidding grenzende vereering uilgesproken en hel viel den volkstribuun Gajus Manilius, die zich in Pompejus' gunst wilde dringen, dan ook licht, het volk te bewegen om de buitengewone volmacht, welke het den opperbevelhebber voor den oorlog tegen de zeeroovers verleend had, ook voor den oorlog in Azië hem op te dragen. Pompejus, die zich in Cilicië bevond, begaf zich terstond in de lenle van 66 naar Galatië, om hel opperbevel van Lucullus over Ie nemen.

De veldheeren hielden eene samenkomst, waarin het lot harde woorden kwam. Lucullus wilde zich aan Pompejus, dien hij haatte, niet onderwerpen; hij ging voort met het verrichten van zijn ambtsbezigheden, totdat Pompejus eindelijk openlijk verklaarde, dat Lucullus afgezet was. en dus geen recht meer had om te bevelen, dat niemand hem mocht gehoorzamen en dat al zijne beschikkingen als nietig beschouwd moesten worden.

Na deze vernedering ondergaan te hebben, verliet Lucullus het looneel zijner overwinningen en keerde naar Rome terug. Hier werd hem in den beginne het vieren van eene zegepraal ontzegd, doch eindelijk toegestaan. Daarna echter onttrok hij zich geheel aan de staatszaken en leefde hij als ambteloos burger in het genot der meer dan vorstelijke rijkdommen, die hij op het Aziatische krijgslooneel verworven had. De weelde, waarin hij zich baadde, was zóó groot, dal zelfs de aan het ten loon spreiden van ontzaglijken rijkdom gewende Romeinen daarover ten hoogste verbaasd waren. De «Lucullische maaltijden" zijn tot een spreekwoord geworden. Men verhaalt, dal hij dagelijks een aantal vrienden ontving en hun, zonder eenige bijzondere toebereidselen gemaakt te hebben, een middagmaal voorzette, dat meer dan /' '»000 van onze munt kostte.

Pompejus, die het opperbevel van Lucullus overgenomen had, zag zich in slaat om eene geheel andere macht in het veld Ie brengen dan zijn voorganger. De uitslag van den strijd kon nu des te minder twijfelachtig zijn, daar ook de koning der Parihen, Phraates, zich tot het sluiten van een bondgenoolschap met Rome bereid toonde en met zijne krijgsmacht in Armenië viel. Tot ongeluk voor Tigranes was deze in zijn eigen land niet meer veilig; zijn zoon. ook Tigranes genaamd, stond tegen hem op. Pompejus kon hem daarom rustig aan zijn lot overlaten en al zijne strijdkrachten tegen Mithridates aanvoeren.

In een treffen bij den Euphraat werd hel Pontische leger in het jaar 66 overwonnen en verstrooid, en Mithridates gedwongen om naar de gewesten aan den Rosphorus de wijk te nemen. Op de plek, waar deze overwinning behaald was, slichtte Pompejus eene nieuwe slad, welke hij Nicopolis of zegestad noemde; vervolgens keerde hij zijne wapens legen Tigranes. Hij knoopte een verbintenis aan met den oproerigen zoon des konings, rukte met zijne troepen naar de vesting Artaxata op en bracht zonder slag of stool het koninkrijk Armenië in de macht der Romeinen.

Tigranes had den moed lol verderen legenstand verloren. Ontdaan van zijn koninklijk gewaad, alleen met den tulband en den diadeem versierd, ver-