Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontnomen en aan de comitiën geschonken zou worden, toen hij — om één voorbeeld te noemen — den man; van vvien men verhaalde, dat hij voot 38 jaren Saturninus vermoord had, voor het volksgericht daagde, vonden zulke pogingen weinig weerklank, ja liet volk liet het zelfs toe, dat de vergadering, die tot het vonnissen van den aangeklaagde, Gajus Rabirius, bijeengeroepen was, onder een nietsbeteekenend voorwendsel weer uiteenging, hoewel Rabirius een man was. in misdaden van allerlei aard vergrijsd. Het was althans bewezen, dat hij het hoofd van Saturninus, bij gelegenheid van een adellijk feestmaal juichend ten toon gesteld en zich ook later door wreede daden berucht gemaakt had.

Als welkome volksleiders daarentegen begroette de verblinde menigte zulke mannen, wien het volstrekt niet om de belangen des volks te doen was, die den grooten hoop alleen voor zich wilden winnen, om hunne eigen eerzucht te bevredigen. Mannen als Crassus en Caesar, de rijkste man en de grootste schuldenmaker der stad, wierpen zich als volksleiders op, zij misbruikten het vertrouwen des volks om zich tot de alleenheerschappij te verheften.

Gajus Julius Caesar, dien wij hier voor het eer^t ontmoeten en wiens naam weldra de geheele wereld vervullen zou, was den 12en Juli van het jaar 102 v. Chr. geboren. Hij stamde van een oud patricisch geslacht af en werd door zijne familiebetrekkingen naar de zijde der democraten gedreven, daar Marius zijn oom en Cinna zijn schoonvader was. Toen Sulla te Rome zijn schrikbewind voerde, was de jonge Caesar een der weinige optimaten geweest, die het gewaagd hadden, den wil des gebieders te wederstaan. Sulla had hem bevolen, zich van zijne vrouw Cornelia, Cinna's dochter, te scheiden, doch Caesar weigerde aan dit hevel te gehoorzamen, ofschoon de groote Pompejus hem hierin met een goed voorbeeld was voorgegaan, want deze had op het machtwoord des dictators zijne vrouw verstoolen en Sulla's stiefdochter gehuwd. Heftig was de alleenheerscher op den weerspanneling vertoornd; Caesar moest ter wille zijner veiligheid uit Rome vluchten en niet dan met veel moeite gelukte het zijnen vrienden eindelijk vergiffenis voor hem te verwerven. Sulla bezweek niet dan na een sterken tegenstand voor hunne smeekingen en gaf hun, die als grond voor de aan Caesar te verleenen vergiffenis aanvoerden, dat Caesar een onbeduidend jong man was, dit profetisch antwoord: »Gij weet niet wat gij doet; in dezen slechtgekleeden knaap steekt meer dan een Marius".

Na Sulla's dood keerde Caesar, die intusschen bij het leger in Azië gediend had, naar Rome terug, doch weldra verliet hij zijne vaderstad weer, om naar Rhodus te reizen, waar hij zich bij een van de beroemdste redenaars van dien tijd. bij Mulo, in de welsprekendheid oefenen wilde. Op deze reis had hij het ongeluk, in de handen van zeeroovers te vallen, die van hem een losgeld van 20 talenten vorderden. Caesar bewilligde niet alleen hierin, hij bespotte zelfs de roovers, wijl ze niet meer geëischt hadden en beloofde hun voor zijne vrijheid 50 talenten. Zijne reisgenooten zond hij naar Rome om het losgeld te halen, terwijl hij zelf achterbleef en nu wist hij zich door zijne onweerstaanbare beminnelijkheid, door zijn aangeboren talent om allen, met wie hij in aanraking kwam, te beheerschen, zulk een aanzien te verwerven, dat de roovers hem bijna als hun hoofdman beschouwden en zij hielden het dan ook alleen voor scherts, wanneer Caesar hun meer dan eens ernstig verzekerde, dat hij hen zou laten kruisigen, zoodra hij weder in vrijheid was. Toen het losgeld van 50 talenten aankwam, gaven zij aan een man, die zoo aangenaam in den omgang was, niet dan hoogst ongaarne de vrijheid weder. Caesar hield woord. Zoodra hij in vrijheid was, spoedde hij zich naar Milete; hier bemande hij eenige schepen, waarmede hij de roovers overviel, hunne schatten buit maakte en de meesten hunner gevangen nam; deze laatsten werden zonder uitzondering te Pergamum aan het kruis geslagen. Deze anecdote geeft ons een getrouw beeld van Caesars karakter en mocht door ons

Sluiten