Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarom onzen lezers niet worden onthouden. Naar Rome teruggekeerd, poogde de eerzuchtige jonge man zich invloed op liet volk te verwerven. Hij was de beminnelijkste, voorkomendsle oplimaat. dien men zich voorstellen kan. liet eiken burger sprak hij op de vriendelijkste wijze, bij elke gelegenheid gaf hij blijken van de grootste mildheid. Ook de optimaien wist hij door zijn voorkomend en innemend gedrag voor zicli te winnen. Daar hij groote waarde hechtte aan eene sierlijke kleeding. werd hij beschouwd als een onschadelijk pronker, wien de hooge aristocratie het zelfs niet euvel duidde, wanneer hij, gelijk bestendig het geval was, de zijde der democratische partij koos.

Caesar kende geen ander doel van zijn streven dan zijne eigen grootheid, en dat ééne doel verloor hij gedurende zijne geheele staatkundige loopbaan nooit uit het oog; hel volk zelf moest hem tot de alleenheerschappij verhellen. Daarom greep hij met de grootste slimheid elke gelegenheid aan om zich bij het volk bemind te maken. Toen in het jaar 68 de weduwe van Marius, de zuster zijns vaders, stierf, bracht Caesar in de gedachtenisrede, welke hij ter eere der gestorvene hield, aan het volk de verdiensten van Marius in herinnering en vertoonde hij het beeld van den grooten veldheer op het forum, hoewel dit streng verboden was, want Marius was immers de doodvijand van den regeerenden adel geweest. De democratische partij, die nog altijd met geestdrift aan haar voormaligen leider dacht, begroette den stoutmoedigen neef van Marius met luide toejuichingen. Juist in dien tijd werd Pompejus door de democratie op het hoogste toppunt van macht geplaatst, Caesar stelde zich dus als den warmsten vriend van dezen veldheer aan en ondersteunde alle maatregelen, welke in diens belang door liet volk genomen werden. Al werd Caesar door eene brandende eerzucht gedreven, toch wist hij zich zelf te beheerschen, toch bedwong hij zijne begeerte naar roem, want hij achtte zijn tijd nog niet gekomen. Welk eene zucht naar buitengewone daden hem bezielde, blijkt uit een woord, hetwelk hem eens in Spanje ontviel, waarheen hij als quaestor den praetor Antistius gevolgd was. Toen hij op zekeren tijd een standbeeld van Alexander den Grooten in de stad Gades aanschouwde, riep hij uit: »Op mijn leeftijd had Alexander reeds de wereld veroverd en ik heb nog niets gedaan."

Uit Spanje teruggekeerd werd Caesar in het jaar 6'i te Rome tot aedil verkozen; ook van dit ambt trok hij partij om zijn aanzien bij het volk te verhoogen. Zoo liet hij in zekeren nacht het standbeeld van Marius op het Capitool herstellen. Doch boven alles poogde hij zich bij het volk bemind te maken door de verkwistende pracht, welke hij bij de door hem gegeven spelen ten loon spreidde. Ilij verkwistte aan deze spelen niet alleen zijn geheele vermogen, maar laadde zich zelfs een schuldenlast van meer dan 23 millioen van onze munt op het hoofd. Door zulke middelen wist hij inderdaad de volksgunst in liooger mate te verwerven, dan eenig ander optimaat te Rome. en het gelukte hem dan ook later, toen hij met een ander aanzienlijk aristocraat naar het ambt van opperpriester dong, zijne benoeming door te drijven. Caesar ging in die dagen voor een der invloedrijkste en bekwaamste leiders der democratische partij door; aan zijne zijde stond een man van een geheel anderen stempel, Marcus Tullius Cicero, de grootste redenaar, waarop Rome bogen mag.

Cicero, die den 3en Januari 106 v. Chr. het levenslicht zag, was afkomstig uit Arpinum en reeds op jeugdigen leeftijd naar Rome gegaan, om zich hier voor het betreden van eene staatkundige loopbaan voor te bereiden. Begaafd niet een helder oordeel, met een schitterend vernuft en eene buitengewone natuurlijke welsprekendheid, viel het hem niet moeilijk, zich door grondige studie in de redekunst, de wijsbegeerte en de Grieksche letterkunde tot een redenaar te vormen, zooals er nog geen te Rome was opgestaan. De kennis van het Romeinsche recht behoorde niet minder tot de eerste vereischten van een staatsman. Cicero wijdde zich daarom ook aan die studie met den meesten

Sluiten