Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te gemoet. In den herfst van liet jaar 62 landde de opperbevelhebber met zijn zegevierend leger bij Brundisium. Alle partijen verwachtten, dat hij aan liet hoofd zijner troepen naar Rome trekken en de waardigheid van dictator voor zich eischen zou, welke de senaat hem ternauwernood zou kunnen weigeren. Pompejus was wel een eerzuchtig man. wel was de alleenheerschappij liet doel van zijn streven, maar hij achtte het beneden zich, door kracht van wapenen zich daarvan meester te maken. Hij wilde in alles den wettigen weg bewandelen en de dictatuur aan den vrijen wil des volks, niet aan hel zwaard zijner legioenen danken. Vele geschiedschrijvers, waaronder ook Mommsen, nebben hem hierom bespot; zeer ten onrechte. Pompejus heeft door zijne trouw aan de wet, in een lijd, toen hij ongestraft de staatsregeling der republiek omver had kunnen werpen, vele staatkundige zonden, vroeger en later door hem begaan, uilgewischt; hij heeft door deze handelwijze geenspol en verachting, maar onze hulde en onzen eerbied verdiend. Het legt een treurig getuigenis at aangaande de geschiedkundige en staatkundige denkbeelden me in onzen lijd gangbaar zijn, dat bet streven van Pompejus om aan de wet trouw te blijven, om aan haar zelfs zijne eerzucht ten otter te brengen, bij onze beste geschiedschrijvers niets dan hoon en verachting vindt. Mommsen zegt: »De weg naar den troon voerde nu eenmaal midden door den burgeroorlog en dat bij (Pompejus) dezen krijg met allen schijn van recht beginnen kon, dankte hij aan Cato's dubbelen misslag. Na de onwettige veroordeeling van Latihna s aanhangers, na het ongehoord geweld, tegen den volkstribuun Metellus gepleegd, kon Pompejus dien oorlog voeren èn als voorvechter van ue beide grondzuilen der Romeinsche volksvrijheid (het recht van beroep op net volk en de onschendbaarheid der volkstribunen) tegenover de aristocratie ij1 a'S vo°•'vechter van de partij der orde tegen de bende der Catilinaristen. liet scheen bijna onmogelijk, dat Pompejus dit nalaten en zich met open oogen ten tweeden male in den pijnlijken toestand plaatsen zou, waarin het ontslag van zijn leger in het jaar 70 v. Chr. hem gebracht en waaruit eerst de (jabinische wet hem verlost bad. Intusschen, hoe weinig moeite bet hem ook behoefde te kosten, den witten band om zijn voorhoofd te binden; hoe vurig zijne eigen ziel dit ook wenschte, wanneer het er op aan kwam, den beshssenden slag te slaan, ontzonken hem moed en krachten. Deze in alles, behalve in zijne aanspraken op eer en aanzien, zeer gewone man zou zich wel gaarne buiten de wet gesteld hebben, indien dit slechts had kunnen geschieden

zonder den bodem der wet te verlaten. — Vooreen man van Pompejus'

stempel, die. bij gebrek aan geloof in zich zelf en in zijn gesternte, zich in zijn openbaar leven angstig aar. den vorm van het recht vastklemde, en bij vvien een voorwendsel ongeveer evenveel afdeed als een redelijke grond, was de omstandigheid, dat vóór zijne aankomst te Rome de troepen van Manlius

en Latilina reeds vernietigd waren, van het hoogste gewicht.

ij behoort tot die menschen, die wel tot eene misdaad, maar niet tot eene daad van verzet tegen de wettige macht in staat zijn. Zoowel in den goeden als m den kwaden zin van het woord was bij in merg en been soldaat, uitstekende personen beschouwen de wet als de zedelijke noodwendigheid, gewone menschen als den van buiten af aangebrachten alledaagschen regel; juist daarom houdt de militaire tucht, waarin meer dan elders de wet den vorm van regel en gewoonte aanneemt, eiken mensch, die niet vast in zijne schoenen staat als met looverkracht geboeid. Men heeft het menigmaal opgemerkt, dat de soldaat, ook wanneer hij het besluit genomen heeft om zijnen bevel"ebbeis de gehoorzaamheid op te zeggen, toch. wanneer het bevelwoord klinkt onwillekeurig weder in het gelid treedt; het was dit gevoel, dat Lafayelte en uumounez m het laatste oogenblik voor hunne trouwbreuk deed weifelen en terugtreden en dat ook op Pompejus zijn invloed uitoefende. In den herfst van 02 scheepte Pompejus zich naar Italië in. Terwijl in de hoofdstad alles zien gereed maakte om den nieuwen monarch te begroeten, kwam het bericht

Sluiten