Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onmogelijk gemaakt zijn. Hij liet dus zijn uitzicht op den triomf varen en 'rad als candidaat te Rome op. De gelieele adel was thans vijandig gestemd tegen den man, dien hij vroeger voor een onbeduidend wezen gehouden had. Caesar kon dus geene hoop koesteren, dat hij tot consul benoemd zou worden, wanneer hij geene invloedrijke bondgenooten vond. Hij wendde zich daartoe tot Pompejus en Crassus. Met den laatste was hij sinds lang bevriend en ook de eerste had veel aan hem te danken, daar Caesar steeds voor hem in de bres gesprongen was. Het gelukte hem, de twee oude vijanden, Pompejus en Crassus, met elkaar te verzoenen, beiden hield hij voor oogen, dat geene macht ter wereld hunne vereende pogingen zou kunnen weerstaan; wanneer Pompejus, de grootste veldheer, Crassus.de rijkste man te Rome, en Caesar, de meest bevoorrechte lieveling des volks, zich met elkaar verbonden, dan zouden zij de- beheerschers der wereld zijn. Door zijne overredende taal en zijne betooverende beminnelijkheid kwam tot stand wat eene onmogelijkheid scheen te zijn, namelijk de nauwe verbintenis van drie staalkundige partijhoofden tot bereiking van één doel: elkander wederkeerig bij alle openbare handelingen te ondersteunen, eikaars belangen steeds te bevorderen. Het verbond van de drie machtigste mannen te Rome scheen voor de heerschappij der optimalen zóó gevaarlijk, dat alle aristocraten zonder uitzondering zich zoo vast mogelijk bij elkander aansloten, om aan het driemanschap het hoofd te bieden. Ook Cicero sloot zich bij de optimaten aan. Doch al hunne pogingen waren vruchteloos. Zoolang Pompejus, Caesar en Crassus eensgezind bleven, was bun woord het hoogst gebod; door hun aanhang onder de burgerij belieerschten zij de republiek met even onbeperkte machl als waarmede ooit of ergens een despotisch vorst zijn slaat geregeerd had. Zonder de wel te schenden trokken zij van de bepalingen der staatsregeling tot bereiking van hunne oogmerken partij.

Alle krachtsinspanning der oplimalen was niet in staat de benoeming van Caesar tot consul te verhinderen en slechts door middel van de meest schaamteloze omkooping zette de adel het door. dal een onbekwaam en onbeduidend aanhanger zijner partij, Marcus Calpurnius Bibulus, naast Caesar tot tweeden consul voor hel jaar 59 verkozen werd.

Wel hadden de optimalen in den senaat de meerderheid, doch daarom bekommerden de drie beheerschers van Rome zich niet. Zoodra hunne plannen in den senaat tegenstand ontmoetten, wendden zij zich tot de volksvergadering, waar zij van de overwinning zeker waren. De oude soldaten van Pompejus verschenen in dichte drommen in de vergadering en beslisten den uitslag der stemming. Ook de gewelddadige middelen, waarvan de adel zich zoo gaarne tegenover de volksvergaderingen placht te bedienen, bleken krachteloos, want de aanhangers van Pompejus kwamen ter stemming op met wapenen onder hunne kleederen verborgen en zij lieten zich door het aan de optimaten gehoorzame gepeupel geene vrees aanjagen. Caesar, de eerzuchligste. stoutmoedigste, scherpzinnigste, maar tevens <le meest gewetenlooze der drie bondgenooten, was de ziel van het driemanschap; hij had het verbond met Pompejus en Crassus alleen gesloten, om zelf in macht en aanzien te stijgen en zich den weg tot de alleenheerschappij te banen, maar hij wist zeer gued, dat hij geduldig zijn tijd afwachten moest. Door zijn betooverenden omgang wist hij zijne bondgenooten dagelijks vaster aan zich te boeien; den band, die hem aan Pompejus hechtte, snoerde hij nog sterker toe, door hem zijne schoone en beminnelijke dochter Julia tot vrouw te geven. Alle beloften, door Caesar vóór het sluiten van het verbond gedaan, werden door hem stiptelijk vervuld; hij stelde het tot zijne levenstaak, als consul de eischen van Pompejus te doen inwilligen. In de eerste plaats trad hij in den senaat mei de akkerwet op, en toen deze hier verworpen werd, bracht hij haar voor de volksvergadering: dit was de eerste maal, dat een consul, zonder voorafgaand besluit van den senaat, eene wet aan het volk voordroeg; tot dusver hadden alleen de natuurlijke voogden des volks, de tribunen, dit gedaan.

Sluiten