Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het aanvaarden van zijn ambt had Caesar alle moeite aangewend, om zijn collega Bibulus door zijne beminnelijkheid voor zich te winnen en tot zijne partij over te halen, doch dit gelukte hem niet. Bibulus bleef zijn aris tocralischen vrienden getrouw. Toen Caesar ten aanlioore van hel volk hem vroeg, of' hij zijne slem aan de akkerwei geven zou, antwoordde hij barsch: «Zoolang ik consul ben, zult gij de wet nooit krijgen, al verlangde! gij het ook allen!" Pompejus en Crassus daarentegen spraken krachtig voor het voorstel. De eerste verklaarde zelfs onverholen, dat wanneer iemand het durfde wagen het zwaard tol bestrijding van de wet te trekken, hij naar het zijne grijpen zou, om haar te verdedigen. Zoo hadden de hoofden der verschillende partijen zich uitgelaten in eene voorloopige vergadering, waarin de wet wel besproken, maar nog niet aangenomen mocht worden; zij maakten zich gereed om bij de eigenlijke stemming hun gevoelen door te drijven. Den dag voor de vergadering verklaarde Bibulus, dat hij waarnemingen wilde doen aan den hemel. Het was een oud gebruik, dat in zulk een geval, wanneer een onweer dreigde, geene volksvergadering mocht gehouden worden. Caesar echter stoorde zich niet aan dit verbod, hij liet gedurende den nacht het forum mei gewapende aanhangers bezetten en betrad met het aanbreken van den dag hel redenaarsgestoelte voor hel in grooten getale saamgestroomde volk. Bibulus wilde met geweld het in stemming brengen van de wet verhinderen. Omringd door de aanzienlijkste mannen der aristocratische partij. Lucullus, Metellus Celer, Calo en anderen, verscheen hij op hel forum; ook drie tribunen, die den senatoren hunne hulp toegezegd hadden, vergezelden hem. Het volk liet den tweeden consul, die begon te spreken, niet aan het woord komen; er ontstond een tooneel van grenzenlooze verwarring, Bibulus werd van de trappen van den tempel der Dioscuren *) naar beneden geworpen, hij geraakte in levensgevaar en werd slechts met moeite door zijne vrienden gered. Calo wist het redenaarsgestoelte te bereiken, en het tot tweemaal toe te beklimmen, maar hij kwam niet aan het woord, hij werd er afgedrongen en moest eindelijk liet forum verlaten. De vijanden waren afgeslagen, de wet werd aangenomen. Het was de eerste beslissende zegepraal, door het driemanschap behaald.

Thans kon Caesar een slap verder gaan. Om de ridders geheel van de optimaten los te maken en tot zijne partij over te halen, dreef hij de aanneming van eene tweede wet door, waarbij de pachters der staatsmiddelen in Azië zeer begunstigd werden, daar de door hen verschuldigde sommen met een derde werden verminderd; alle beschikkingen, door Pompejus in Azië gemaakt, werden nu insgelijks zonder verderen tegenstand bekrachtigd.

De driemannen hadden zulk eene schitterende overwinning behaald, dat de partij der optimalen het nauwelijks waagde, den strijd voort te zetten. De consul Bibulus trok zich vertoornd in zijn huis terug en liet Caesar alleen als consul het bewind voeren. Spotters noemden daarom het beroemde jaar 59 v. Chr. het jaar van het consulaat van Julius en van Caesar, dewijl men het met den naain van twee consuls moest aanduiden.

Had Caesar lol dusver voor Pompejus gewerkt, thans wenschte hij ook voor zich eenig voordeel uit het driemanschap te trekken. Daar hij echter geen voorstel ten eigen behoeve aan het volk wilde doen, deed het de volksIribuun Publius Vatinius. De gehoorzame volksvergadering besloot, dat Caesar, na afloop van zijn consulaat, met het stadhouderschap over Gallia Cisalpina en met het opperbevel over de drie, daar liggende legioenen, voor den tijd van vijf jaren bekleed zou worden. Op voorstel van Pompejus voegde de senaat hierbij nog hel stadhouderschap over Gallia Transalpina en het opperbevel over een legioen, insgelijks voor den tijd van vijf jaren; wellicht deed Pompejus dit. dewijl hij vreesde, dat het volk dit anders toch buiten hem om

*) Dioscuri - -zonen van Zeus", de tweelingbroeders Castor en Pollux. Bij de Romeinen werden ze ook wel Castores genoemd.

Sluiten