Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hierop eene uitzondering; terstond overtrad hij de nieuw aangenomen wet, liet door den senaat zijn stadhouderschap voor de vijf volgende jaren verlengen, en toonde hierdoor ten duidelijkste, dat de bedoelde wet gericht was tegen Caesar, wiens stadhouderschap in Gallië niet verlengd werd.

Met de meeste gedweeheid keurden de optimaten al de nieuwe wetten van den dictator goed; want Pompejus was in dezen tijd de gevierde inan. Toen hij eens ernstig ziek werd, maar spoedig weder genas, werden in geheel Italië, als vreugdeblijk over zijne herstelling, schitterende feesten gevierd, gelijk anders slechts in meer aanzienlijke staten ter eer van een koning werden gegeven.

Pompejus, trotsch op zijne macht, achtte hel niet noodzakelijk langer het dictatorschap te bekleeden; op den lea Augustus 82 legde hij deze waardigheid neder, ofschoon hij wel consul bleef. Om de zaken der repubiek weder op den ouden voet te brengen, koos hij als tweeden consul zijn schoonvader Metellus Scipio. Door deze verkiezing gaf' hij andermaal het bewijs, dat hij besloten had, de zijde van Caesar te verlaten. Had hij het verbond, dal hem in schijn nog aan dezen hechtte, oprecht nageleefd, dan zou hij aan den wensch zijner vrienden gehoor gegeven en Caesar tot zijn medeconsul benoemd hebben. Deze was echter een te scherpzinnig staatsman, dan dat hij niet begrepen zou hebben, dat de vriendschap van Pompejus slechts eene ijdele vertooning was; hij deed echter alsof liij haar op hoogen prijs stelde, want hij wilde den strijd niet beginnen, eer hij van de overwinning zeker was. Eerst moest de opstand in Gallië geheel gedempt zijn, voordat hij zijne legioenen naar Rome kon voeren: derhalve nam hij genoegen in alles, wal Pompejus gedurende zijn dictatorschap goedvond te doen, en wanneer zijne vrienden hem voor den valsehen bondgenoot waarschuwden, wees hij elke verdachtmaking omlrent Pompejus als laster af. In het geheim werkte hij nochtans meer dan zijn tegenstander; met volle handen strooide bij zijn geld uit, oin zich aanhangers te verwerven, en het gouden zaad bracht te Rome, gelijk altoos, rijke vruchten voort.

De strijd tusschen de beide eerzuchtige veldheeren om de alleenheerschappij werd in stilte voorbereid; terwijl beiden nog het masker der vriendschap droegen, wachtten zij slechts op eene gunstige gelegenheid om het zonder gevaar te kunnen afwerpen.

Het was niet meer de strijd van twee partijen in den staat, maar die van twee eerzuchtige mannen; niet meer de strijd der republiek tegen de monarchie, maar die van twee vorsten om de kroon. De republiek was reeds op hare grondvesten geschokt, sedert alle partijen gewoon waren geworden, zoodra men er maar eenig voordeel in zag, de wet te verbreken, sedert uit de burgerij de republikeinsche burgerzin geweken was. Het triumviraat had de monarchie voorbereid, en bet was nu alleen nog de vraag, wie monarch zou zijn, Pompejus of Caesar. Onder de burgers en zelfs onder de betergezinde optimaten waren echter nog vele rechtschapen mannen, die trouw vasthielden aan den republikeinschen regeeringsvorm, en geen van beide mededingers naar de kroon begunstigden, maar beiden evenzeer haatten en vreesden. De groote massa van volk en adel was evenwel van geheel andere meening; de een liet zich meesleepen door de schoone woorden en beloften van Pompejus, de ander door die van Caesar. De eerste verkondigde de beginselen der optimaten, de tweede was schijnbaar der democratische partij toegedaan, en alzoo een verdediger van de vrijheden des volks. Hoe ijdel deze laatste vertooning ook was. hoe weinig de meer helder zienden zich daardoor lieten blinddoeken, zij voldeed de onnadenkende en baatzuchtige menigte der ontaarde burgers.

Al waagde Pompejus het nog niet, openlijk legen Caesar op te treden, toch trad spoedig een ander op, die ongeduldig den strijd begon. De consul Marcus Claudius Marcellus, een ijverig optimaat en vurig aanhanger van Cato, drong er in het jaar 53 op aan, dat de senaat zou vaststellen dat Caesars stadhouderschap in Gallië niet met 1 Januari 48, maar reeds met 1 Maart 49

Sluiten