Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trokken, de groote meerderheid was nochlans in Italië achtergebleven, zij begaf zich, gelijk wij reeds opmerkten, weder naar Rome, en liet zich de handelingen van Caesar welgevallen, zonder echter openlijk voor hem partij te kiezen. De woeste anarchisten, voormalige volgelingen van Calilina, waren vooral niet ingenomen met de toegevendheid van Caesar, want daardoor ging het uitzicht op moord en plundering, waarop zij zoozeer gehoopt hadden, voor hen verloren.

Aldus vond Caesar bij zijne komst te Rome geen wederstand, maar evenmin een vriendelijk onthaal. Nog altijd was de groote meerderheid der burgerij den republikeinschen staatsvorm toegedaan; zij kon den veldheer het streven naar de alleenheerschappij niet vergeven, geen maatregel van gematigdheid kon zulk streven billijken. l)it viel vooral in den senaat duidelijk in betoog; want ofschoon reeds Caesars heftigste tegenstanders Pompejus gevolgd waren, ofschoon zelfs Cicero, die tot lieden besluiteloos geweest was, eene bepaalde partij gekozen had, door op bevel van Pompejus Rome te verlaten, toch verklaarden zich thans de overige senatoren voor hel grootste gedeelte tegen hem.

Indien de overwinnaar beloufd had, de proscriptiën te zullen vernieuwen, zouden de laaghartige edelen zich terstond al vleiend uit vrees aan hem onderworpen hebben, doch zachtzinnigheid en rekkelijkheid meenden zij wel te kunnen trotseeren. Caesar wenschte, dat de senaat al zijne vroegere handelingen wettig verklaren en hem liet voortzetten van den oorlog toestaan zou.

Tot dit einde riepen de tribunen van zijne partij den senaat tegen den len April samen; men gaf nochtans geen gehoor aan dien wenscli van Caesar, en toen de senaat zich eindelijk na lang dralen geneigd toonde om ten minste zijne voorstellen van bemiddeling aan Pompejus over te brengen, was er niemand te vinden, die het wagen durfde, dien last op zich te nemen.

Verder verzocht hij eene verlenging van zijn dictatorschap, doch ook dit verzoek werd afgeslagen; de tribuun Lucius Caecilius Metellus ging zelfs zoo ver, dat hij tegen alle stappen, door Caesar gedaan, protest indiende, en toen de overwinnaar zich in bezit wilde stellen van de door zijne tegenstanders achtergelaten schatkist, verzette Metellus zich in den senaat ook hiertegen; hij beriep zich op de wet, totdat Caesar hem eindelijk toornig toeriep, dat de soldaat wapens, geene wetten noodig had. Hoe dreigend dat woord ook klonk, toch liet Metellus daarom zijn tegenstand niet varen; hij plaatste zijn ambtszetel voor de gesloten deur van den tempel, waarin de staatsschat bewaard werd, en week, op zijne onschendbaarheid als volkstribuun steunend, niet eer, dan toen Caesar hem ernstig met den dood bedreigde. »Het valt mij moeielijker," riep deze den tribuun toe, »u dit te zeggen, dan het te doen." Op deze bedreigingen zwichtte Metellus eindelijk voor hel hem aangedaan geweld.

Dit was de eerste daad van geweld, door Caesar gepleegd, die tot dusver achting voor de wetten betoond had. Hij aarzelde ook niet, thans in zijn verzet tegen den senaat verder te gaan, want hij had de wetten slechts zoolang geëerbiedigd, als hij de hoop koesteren mocht, daardoor zijn doel te zullen bereiken. Zoodra hij echter zag, dat hij op deze wijze niet vorderde, sloeg hij openlijk den weg van geweld en willekeur in. Hij verklaarde in den senaat, dat hij gehoopt had, langs wettigen weg en met de hulp van de hoogste machten in den staat een einde te maken aan den verwarden toestand, waarin de zaken van het gemeenebest verkeerden, doch dat hij, nu de senaat zijne medewerking weigerde, die ook wel ontbeeren kon.

Hij hield woord. Als oppermachtig gebieder heerschte hij binnen Rome en dewijl bij besloten had, zich niet lang in de hoofdstad op te houden, bekleedde hij den praetor Marcus Aemilius Lepidus, zijn trouwen aanhanger, met het ambt van praefectus urbi. opdat deze in zijne plaats te Rome de teugels van hel bewind zou voeren, en rustte zich vervolgens opnieuw len strijde toe.

Het was in zijn oog gevaarlijk, Pompejus naar Griekenland te volgen, want in Spanje stonden diens krijghaftige legioenen, onder aanvoering van

Stbickflss. II. 84

Sluiten