Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Caesar als dictator.

tenten waren feestzalen, die in prachtige priëelen herschapen werden; de grond was op sierlijke wijze met groene takken bedekt, klimopranken omslingerden de wanden der tenten, waar de aanzienlijke heeren dag en nacht bij woeste drinkgelagen juichten en schertsten. De mannen, die in Pompejus'legerplaats bijeen waren, werden door het Romeinsche volk evenzeer verdacht als gehaat; al beminden de burgers Caesar niet. toch konden zij niet nalaten, zijne gematigdheid te vergelijken met de wraakzucht der voortvluchtige edelen; zelfs tegenstanders van Caesar hebben verklaard, dat de rust, die gedurende zijne, afwezigheid te Rome bleef heerschen, een gevolg was van de vrees der burgers voor den bloeddorst der adellijke partij, indien deze weer aan het roer mocht komen.

Pompejus bevond zich te midden zijner adellijke landgenooten in den treurigsten toestand. Hij wist, dat de optimaten hem haatten, dat zij hein slechts zoolang trouw bleven als zij hem noodig hadden; hij gloeide van naijver op hunne invloedrijkste leiders, vooral op den bekwaamsten en edelsten hunner. Marcus Porcius Cato, wiens onbuigzame republikeinsche beginselen hij kende, en dien hij dus als een machtig tegenstander duchtte. Door zijn naijver had hij zich zelf van Cato's ondersteuning beroofd en hij moest dus de edelen hun gang maar laten gaan; hij zelf kon niets doen dan met inspanning van al zijne krachten een leger op de been brengen, om op den beslissenden strijd voorbereid te zijn. Dit deed hij dan ook met lofwaardigen ijver en met onmiskenbaar talent. Uit de bewoners der Grieksche gewesten, uit de Aziatische lichtingen en uit het overschot der Italiaansche en Spaansclie legers bracht hij eene aanzienlijke krijgsmacht bijeen; onder anderen bad bij 7000 ruiters onder zijne bevelen, waaronder zich ook hulptroepen van koning Juba van Numidië bevonden. De vloot was door de oorlogsschepen van Egypte, van Klein-Azië en van de eilanden tot eene sterkte van 500 weibewapende vaartuigen gebracht. Voegen wij hierbij, dat Pompejus eene welgevulde krijgskas en een ruimen voorraad van krijgsbehoeften en levensmiddelen bezat, dan blijkt ons, dat bij eene aanzienlijke macht tot zijne beschikking had. Ongetwijfeld had hij op de overwinning mogen rekenen, wanneer hij maar op zijne eigen bondgenooten, die verwilderde optimaten. staat had kunnen maken.

Caesar vertoefde na zijn veldtocht in Spanje slechts gedurende korten lijd te Rome; door Lepidus tol dictator uitgeroepen, nam hij in die betrekking eenige noodzakelijke beschikkingen. Om een blijk te geven van zijne geneigdheid tol verzoening, werden allen, die sinds jaren uit Rome waren verbannen, met uitzondering van Milo, teruggeroepen. Ook de kinderen van hen, die door Sulla verbannen waren, werden in hel volle genot hunner burgerschapsrechten hersteld. De bewoners van de trouw aan Caesar verknochte Cisalpijnsche provincie ontvingen het Romeinsche burgerrecht; ook de verhouding tusschen schuldenaars en schuldeischers werd geregeld.

Slechts 11 dagen lang bekleedde Caesar de waardigheid van dictator, wier naam nog altijd bij het volk gehaat was. Hij legde die neder, nadat hij zich zelf en een zijner aanhangers tot consuls voor het jaar 48 had doen verkiezen. In December van het jaar 49 besloot hij, den oorlog naar Griekenland over te brengen. Hij voerde zijn leger naar Brundisium, om van hier naar Epirus over te steken. Twaalf legioenen wilde hij naar het oosten overvoeren, doch hij vond le Brundisium geene schepen genoeg voor den overtocht van zijne geheele krijgsmacht, slechts 15,000 man voetvolk en 500 ruiters kon hij inschepen; met deze troepen bereikte hij gelukkig de kust van Epirus op den len Januari van het jaar 48.

De vloot van Pompejus, die de landing der vijanden had moeten beletten, kwam te laat; het gelukte haar slechts, een deel der terugkeerende transportschepen op te vangen; doch ook dit was erg genoeg voor Caesar, want te land was Pompejus in aantocht met eene veel sterker macht. Caesar moest eene versterkte legerplaats opwerpen, om zich tegen den aanval van zijn overmachtigen vijand te dekken. Met brandend verlangen verbeidde hij de aankomst

34*

Sluiten