Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

532

Caesar in Griekenland.

zijner overige legioenen, die hij onder bevel van Antonius achtergelaten had. doelt die zich niet zóó spoedig met hem vereenigen konden als hij gewenscht had, dewijl er gebrek was aan transportschepen; eindelijk waren deze bijeengebracht, doch nu woedden de winterstormen op de Adrialische Zee en Marcis Antonius waagde het niet, zijn leger aan een bijna onvermijdelijken ondergang bloot te stellen. Maanden verliepen, de lente was ophanden; Caesar begreep, dat hij verloren was. indien het gunstiger jaargetijde kwam, voordal hij zich met het overige gedeelte zijner troepen had vereenigd, dan toch kon de vijandelijke vloot hem geheel van Italië afsnijden, dan was Pompejus in staat om van alle zijden nieuwe strijdkrachten te verzamelen, die het zwakke leger van zijn tegenstander zouden verpletteren. Caesar stampvoette van ongeduld over het dralen van Antonius; eindelijk besloot hij, in persoon zijne troepen te gaan halen. Als slaaf verkleed vertrouwde hij zich aan eene ranke boot toe; een paar schippers hadden zich laten overhalen om hem naar Italië over te brengen, doch de storm woedde zóó hevig, dat de stuurman den tocht niet durfde voortzetten, hij keerde naar land terug en weigerde het bevel van Caesar te volgen. Nu sprong deze op. »Gij hebt Caesar en zijn geluk aan boord!" riep hij uit, »vrees niets!' Nog eenmaal drong hij er bij de schippers op aan, dat zij den stouten tocht zouden ondernemen, maar de storm was machtiger dan hij; bet was hem niet mogelijk de Italiaansche kust te bereiken. Eindelijk werd de weersgesteldheid kalmer en thans waagde Antonius in de lente van iK den overtocht; hij landde voorspoedig aan de kusten van Epirus en Caesar kon zich met zijn trouwen veldheer vereenigen; hij sloeg zijne legerplaats tegenover de veel sterker krijgsmacht van Pompejus op. Er werd meer dan één bloedig en hardnekkig gevecht geleverd, waarin Pompejus meestal de overhand behield en eindelijk was het Caesar onmogelijk zich langer in de nabijheid der kust staande te houden, dewijl zijne soldaten gebrek hadden aan levensmiddelen, terwijl Pompejus, wiens vloot de zee beheerschte, overvloedig daarvan voorzien was. Ilij besloot derhalve, naar Thessalië op te rukken; schier zonder slag of stoot veroverde bij dit gewest, de meeste steden openden voor hem hare poorten en weldra was hij meester van het geheele landschap. Alleen Larissa, waar Pompejus' schoonvader, Melellus Scipio, bet bevel voerde, bood den overwinnaar het hoofd. Pompejus had belangrijke voordeelen behaald, thans was het slechts de vraag, op welke wijze bij daarvan partij zou trekken. Er werd krijgsraad in zijne legerplaats belegd; een deel der onderbevelhebbers drong er op aan, dat het leger naar Italië zou oversteken, daar zou men, naar zij meenden, in Caesars afwezigheid, zonder moeite tot Rome kunnen doordringen en vervolgens geheel Italië. Sardinië, Sicilië, Spanje, ja zelfs Gallië heroveren. Caesar, die geene vloot had, zou in dat geval genoodzaakt zijn om op een hoogst moeielijken weg over land langzaam naar Italië op te rukken en zou zonder groote krachtsinspanning teruggeslagen kunnen worden. Dit plan droeg Pompejus' goedkeuring niet weg. Mij meende, dat Caesar, wanneer hij in Griekenland geslagen was, van alle vroeger door hem behaalde voordeelen beroofd zou zijn. achtte het daarenboven zijner onwaardig, andermaal voor Caesar te wijken en Metellus Scipio, die zich binnen Larissa dapper verdedigde, aan zijn lot over te laten. Van dezelfde meening waren de onstuimigste partijgangers der optimaten; zij waanden, dat zij Caesar reeds geheel overwonnen hadden en dat er niets te doen overbleef, dan hem volkomen te vernietigen, derhalve rieden zij. dat men hem zoo spoedig mogelijk vervolgen zou. Hun gevoelen behield in den krijgsraad de overhand.

Pompejus trok naar Thessalië op en sloeg daar, in de nabijheid van de stad Pharsalus, zijne legerplaats tegenover die van Caesar neder. Hij poogde zoolang mogelijk een slag te vermijden; zijn leger had overvloed van levensmiddelen, terwijl dat van Caesar gebrek leed. Elke vertraging van den beslissenden strijd moest hem dus meer zeker maken van de overwinning. Doch thans bleek het, dat Pompejus alleen in naam opperbevelhebber was. De

Sluiten