Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was hem geenszins onbekend, dat het volk hem haatte doch ook

mUna%v,in0nVrh?li8- T°'T Cicer?, eens •»»» - ïïü

tPPK.ii r- ' 'le' Caesar zich ontvallen: »Iloe, ik zou niet gehaat ziin

r2en tonhT l8 °P JVadlten moel' Indien iemand geduldig is, hij 1 nlr „Vh i-if" !li °yerU,,S(1- da' 1'ij mij hilleren haat toedraagt". Caesar neder °on allpn df.'f 'T ,als koning, en zag met voorname minachting nTsllt, pn' ' ,be,U'dfn ,hem s,0nden- Alleen de koningstitel ontbrak Wifzen hnipn fn.„ , •rJ1 , daar,limi; streefde, werd door onloochenbare beworden d-ii l i " "' verheven, die zelfs daardoor niet konden ontzenuwd woruen, dat hij menigmaal betuigde den diadeem niet te beceeren.

versierd ZHp7in,!! !!• Van hel Jaar U w?rd ziJn standbeeld met een diadeem "eloofde' dat dil l?a "(l,va" verspreidde zich spoedig door Rome, en iedereen stemmine omW hit Plaalf1Jgel,aJ °P ^ van Caesar zelf. die zich van de beiden vnriw r m i rt • w,,de,.oveiïu|gen. De tribunen Marcellus en Flavus, "eliale sierifd ï "ii- 'en °ndfir a|gemeenen 'AM «'es volks, het

bevel hadden v,, g"emen- "ieroP verklaarde Caesar, dat de tribunen zijn teidl n l ÏT; E""1 l,ie"la ,lieId hiJ bÜ zekere Westelijke gelegen„leve de Anninni" "y OC Ro,ne- Uil de menigte ging een kreet op:

De beide'renul fli- • {? anl,VÜ0"' ^as: "Ik ben Caesar en niet uw koning", de «'evin.r,.,,; ■ ' ,n,Junen lie,en daarop eenigen dier schreeuwers in

hii over "de/e h' 'i"r .erov.er Was ^aesar zeer verstoord; niet alleen sprak zelfs ,Ip i ;,T, l,a.lldel,ng 1,1 den senaat zijn misnoegen uit, maar hij ontzette hierdoor £ !fne", Va."? ambL Het kon "iel a»ders- Caesar had al toonde 1, i K !J 'JS gel?verd' dat '"J naar liet koningschap streefde, uf 1 .L,1' a,arVan ,n°S .all,Jd in scl,'Jn afkeerig. Toen Marcus Antobruari hii ppi.o ™i ^rouwde vriend en warme aanhanger, hem den locn Fevan de hand ' e( lti8e gelegenheid de koningskroon aanbood en Caesar haar ueonenba d ,, 7'-nt' de on|evredenheid des volks zich luid en openlijk met hem li, ni n'J l(e ni(!mand er meer aan, of Antonius had in overleg S . T |!landeIdp Al verkondigde hij ook luid, om deze verdenking van het Canilool ,fpn 'r,reng ,aan Jupiler, den eenigen koning der Romeinen, op tv' l,r |,i;, diadeem. niels moclil baten: men had hem doorgrond.

li tel vpripld wece.n ,ei.' middelen aangewend, om hem den koninklijken urofetie der 4/iV ii ' i' Ia"g, sloeSen de Romeinen geen geloof meer aan de het voordeel van V 6 boeken; nochtans werden deze opgeslagen, om in dat in den iI! ,aesar geraadpleegd le worden. Daarin vond men voorspeld, een knnin.r J, gen dc Parthen, welken Caesar ondernemen wilde, alleen minste inD|iPt i ^®8ePra,en- Overeenkomstig deze voorspelling, zou hij ten schouwde de/P Buitenland den tl,e.' van koning voeren. Doch het volk be-

Mpi l.-.n 1)10 ,le als cfn verzinsel, door hem zelf in stille uitgedacht.

naar dpn 1 ? Z°rg .?anschouwde de republikeinsche parlij al dat streven verzet 1 ,8em; .Z!J, was /0° dieP vernederd, dat aan opstand of openlijk di"e maifnpn r g®w®'denapr niet te denken was. Toch waren er nog moein te voë," n'' ' '0t elken P«JS de oude staatsregeling weder

vriihfü^n hi!l(,e nie' erkennen, dat de republiek haar roem had overleefd, dal allppn Jtai i ee." . zo"(lt'r burgerzin geen stand kunnen houden; men meende

. at de dood van Caesar den ouden staatsvorm kon herstellen.

ilnnr ".'.'"ï8 .SS1IIS Longinus, weleer een aanhanger van Pompeius, doch die hoofd pÏp°PI"8 '°' de Zijde van Caesar was overgegaan, s.eldezich aan het üike pi. 5?l??®nzwerl"g 'egen het leven van den imperator; vele aanzienaanhan.-pi v n r manne"' d®?ls voormalige volgelingen van Pompejus, deels zich hii hpm Caesar, welke diens streven naar de kroon verfoeiden, sloten

bevelliphkmra na": rotndezei1 'aatsten behoorden ook Caesars beproefde ondernevelhebbers Decimus Brutus, Albinus en Gajus Trebonius.

wam ei nu alleen op aan, een man le vinden, wiens algemeen

35*

Sluiten