Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze woorden eene te diepe beteekenis gegeven; want het was slechls toeval dal de samenspanning gelukte.

Caesar had de vergaderzaal nog niet betreden, toen hem een schrijven werd overhandigd, waarin hem het plan der saamgezworenen werd medegedeeld. Hij stak den brief bij zich zonder dien te lezen, en liep alzoo den dood 111 de kaken.

Nauwelijks had hij zijne plaats ingenomen, of Tullius Cimber trad voor en smeekte om genade voor zijn gebannen broeder. Caesar had dit verzoek herhaaldelijk afgeslagen en volhardde ook thans in zijne weigering. Hierop omringden de eedgenooten hunne prooi; Cimber rukte hem zijii gewaad van de schouders, dit was het afgesproken teeken.

Publius Servilius Casca, weleer Caesars vriend, thans een der saam^ezworenen, bracht hem den eersten dolksteek toe, doch verwondde zijn offer slechts licht. Caesar greep den arm van den roekelooze. »Dat is geweld," nep hij uit «vermetele Casca, wat wilt gij?" Maar nauwelijks had hij dit gezegd, of ook de anderen drongen op hem aan.

Thans zag hij in, dal hij verloren was. Toen hij Brutus ontwaarde, zou hij uitgeroepen hebben: »Ook gij, Brutus!" *) Hierop hulde hij zich m zijne toga en ontving alzoo, zonder een woord te uiten, de dolksteken der moordenaars. Door 23 wonden bedekt, zonk bij zielloos neder.

De senatoren zagen verschrikt dit vreeselijk tooneel aan, maar snelden Hun gebieder niet ter hulp; zij vloden uit de zaal en lieten de moordenaars met hun bloedig slachtoffer alleen.

VIER EN ZESTIGSTE HOOFDSTUK.

Stemming te Rome na Caesars dood. Houding van Marcus Antonius. Cicero's oordeel over den moord. Onderhandeling der saamgezworenen met Antonius. De eerste senaatsvergadering na den moord. Caesars testament. Volksvergadering en Caesars uitvaart. «Wraak over de moordenaars!" Despotiek bestuur van Antonius. Octavianus. Philippische redevoeringen van Cicero. Antonius verlaat de aristocratische partij. L)e oorlog breekt uit. Octavianus in dienst van den senaat. Antonius geslagen. Sluwheid van Octavianus. Octavianus als consul. Verbanning der moordenaars van Caesar.

Een onbeschrijfelijke schrik heerschte te Rome. Toen de saamgezworenen na het volbrengen van hunne bloedige daad door de straten der stad trokken, om aan het volk de vrijheid te verkondigen, werden zij geenszins met kreten van bijval begroet; integendeel was het in de stad stil en doodsch, de burgers verscholen zich in hunne huizen, en waagden het niet, openlijk partii in deze zaak te kiezen.

Zelfs de ijverigste dienaren van Caesar hadden den moed niet, eene slem van afkeuring over den gepleegden moord te doen hooren, terwijl ook Marcus Antonius, de getrouwste volgeling van den imperator, met de overige senatoren uil de vergadering gevlucht was en zich verborgen hield, uit vrees dat hel moordend staal ook hem mocht treilen.

Niet minder verslagen dan de vrienden van Caesar waren de moordenaars

*> 11T"? i. ... , ... „

) Wij kunnen geenszins instaau voor de waarheid van Caesars laatste woorden. Reeds vele schrijvers der oudheid trekken deze in twijfel, en verklaren tevens, dat het verhaal, als zoude Brutus de zoon van Caesar geweest zijn, geheel uit de lucht gegrepen is.

Sluiten