Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam hel tijdstip, waarop het beslist zou worden, wie van beiden hel geheele Romeinsche rijk aan zijn schepter onderwerpen zou.

Antonius had in het jaar 39 den oorlog tegen de Parthen door zijn legaal Ventidius laten voeren en het geluk had zijne wapenen gekroond: Labienus en Pacorus waren gesneuveld, de Parthische legers verslagen. Niet zoo gelukkig echter was Antonius zelf, toen hij in het jaar 36 een nieuwen veldtocht tegen de Parthen ondernam. Hij had Cleopatra uit Egypte naar Azië ontboden; in de armen der schoone koningin, bij weelderige feestmalen, waarvan de boeleerster de ziel uitmaakte, vergat hij zijne plichten als opperbevelhebber.

Hij had den zomer te ver laten verstrijken, toen hij den veldtocht begon, die hem dan ook geene lauweren aanbracht, zoodal hij eindelijk, daar ook de trouw van koning Artavasdes van Armenië scheen Ie wankelen, met zware verliezen terug moest trekken.

Bij de schitterende feesten, die hij met Cleopatra vierde, vergat hij echter spoedig de ongemakken van den krijg.

Octavia, de vrouw van Antonius en Octavianus' zuster, was in Italië achtergebleven. Hoe diep deze edele vrouw zich ook gekrenkt moest gevoelen door de schandelijke wijze, waarop haar echtgenoot haar verwaarloosde, toch bleef zij aan beur plicht getrouw. Aan hare tusschenkomst, aan beur invloed op haren broeder is het wellicht toe Ie schrijven, dat het tusschen de beide mededingers niet vroeger tot eene uitbarsting gekomen is.

In bet jaar 35 verliet Octavia Italië, om 2000 man keurtroepen en een ruimen krijgsvoorraad voor den oorlog legen de Parthen haar echtgenoot toe te voeren. Doch deze, die in het bevredigen van zijne dierlijke lusten geheel was ondergegaan, bad voor zulk eene daad van zelfverloochening geen gevoel. Toen zij in Azië aangekomen was, deed haar echtgenoot haar het bevel toekomen om hare reis niet verder voort te zeiten. Ootmoedig smeekte zij, dat hij haar ten minste zou doen weten, waar zij hem de wapens, troepen en krijgsbenoodigdheden, die zij meegebracht had, toezenden zou. Voor een enkel oogenblik was Antonius door het edel gedrag zijner gade getroffen, doch toen Cleopatra, van wie hij zich losrukken wilde, om tot Octavia terug te keeren, al de tooverrnacht harer bekoorlijkheden aanwendde, toen zij in tranen wegsmolt, ja ziek werd van droeffieid, toen gelukte het haar, den lichtzinnigen man vaster dan ooit aan zich Ie boeien.

Cleopatra beheerschte den aan het genot verslaafden man geheel; hij was een blind werktuig in hare hand. Hij leefde slechts voor zijne schoone geliefde, voor de bedwelmende feesten, die zij dagelijks voor hem aanrichtte. De Romeinsche veldheer werd een Aziatisch despoot. Hij nam de gewoonten en de kleeding der oosterlingen aan, en noemde zich den god Dionysos of Osiris, terwijl Cleopatra de godin Isis heette. Als god en godin traden beiden openlijk voor het volk op.

Antonius schonk de rijken van het oosten aan Cleopatra en hare kinderen, verklaarde Caesarion, den zoon, door Caesar bij haar verwekt, tol wettigen erfgenaam van zijn vader, en benoemde hem tot Cleopatra's mederegent; te gelijk beval hij, dat de kinderen, welke Cleopalra hem zelf geschonken had, als koningen der koningen geëerd zouden worden. Al de schatten van Azië legde bij aan de voeten zijner geliefde neder. Zoo liet hij, om één voorbeeld te noemen, de beroemde Pergamenische bibliotheek, die uit 200,000 kostbare boekwerken bestond, naar Alexandrië overbrengen.

Het Romeinsche volk zag met verontwaardiging, hoe Antonius al dieper en dieper zonk. Octavianus droeg zorg, dat de schandelijkste schotschriften over den omgang van zijn mededinger met Cleopalra in de hoofdstad verspreid werden, want hel besluit van Antonius, waarbij Caesarion tot den wettigen erfgenaam zijns vaders verklaard was, achtte hij hoogst nadeelig voor zijne belangen. De zoon van den grooten Caesar kon, indien hij door Antonius ondersteund werd, hem vroeger of later lichtelijk zijne heerschappij over het

Sluiten