Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van tien beleedigden echtgenoot te ontgaan; een huisvader zond zijne schoone vrouw tot zijn machtigen vijand, om door hare schoonheid diens haat te bezweren, enz. Ongedachte lotswisselingen, die ons de tooversprookjes van onze kinderkamer herinneren, werden in de kluchtspelen dier dagen vertoond. Bedelaars werden op eenmaal rijk; rijken, genoodzaakt hun heil in de vlucht te zoeken, liepen over het tooneel. den mantel over het hootd met uitzondering van de ooren, die zij blijkbaar spitsten, om te luisteren of hunne vervolgers ook naderden. Bij de mimen regende het klappen en oorvegen, op dik gezwollen wangen, alles tot groot vermaak der toeschouwers. De taal wemelde van uitdrukkingen en spraakwendingen, die alleen bij de laagste volksklasse voorkwamen; de grap was somtijds potsierlijk bedacht, doch meestal plat en gemeen, het spel ruw en ongemanierd, bet gebarenspel was lachverwekkend, maar overdreven. Verder ontbrak het hierbij ook niet aan allerlei grillige dansen. Bij deze dansen, die met begeleiding der (luit werden uitgevoerd, spreidde men eene wulpschheid ten toon, die het zegel drukte op al het lage en gemeene der overige grappen. De vrouwenrollen werden door vrouwen vervuld, die op verlangen van het publiek dansen plachten uit te voeren, waarbij zij bare bovnnkleeding aflegden en geheel of ten deele naakt optraden.

Zulke tooneelen konden alleen bijdragen om den smaak des volks, die reeds genoeg bedorven was, nog meer te doen ontaarden; het kan ons alzoo niet bevreemden, dat geen dichter van eenige beleekenis onder bet volk opstond, die zijne kracht aan de tooneelpoëzie wijdde. Het blijft nochtans een merkwaardig verschijnsel, dat, hoe meer het drama kwijnde, de overige Romeinsche letterkunde zich daarentegen tot eene nooit gekende hoogte verhief. De laatste jaren der republiek en de eerste van den keizertijd worden te recht de gouden eeuw van literatuur en kunst genoemd. Spoedig komen wij, bij onze verdere beschouwingen, op de ontwikkeling der letterkunde in dit tijdvak terug.

ACHT EN ZESTIGSTE HOOFDSTUK.

Drievoudige triomf van Octavianus. Het Romeinsche stads- en staatsbestuur. Octavianus als alleenheerscher. Moderne staatsgrepen in den ouden tijd. Octavianus legt in schijn zijne waardigheden neder. De eernaam Augustus. Benoeming van stadhouders. De macht van den senaat onder Augustus. Verdienste van Augustus met betrekking tot het nieuwe staatsbestuur. Agrippa, Maecenas en Messala. Kunst en literatuur onder Augustus. Romeinsche dichters en prozaschrijvers onder Augustus en in de laatste jaren der republiek. Bouwkunst.

In Augustus van het jaar 29 v. Chr. was Octavianus naar Rome teruggekeerd. Door een drievoudigen triomf werden de zegepraal bij Actium, de onderwerping van Egypte en de vroegere overwinningen in Dalmatië verheerlijkt.

Antonius, de laatste vijand, die den erfgenaam van Caesar de wereldheerschappij had kunnen betwisten, was niet meer in leven. Octavianus, de afgod van het leger, kon, zonder ergens wederstand te ontmoeten, zich lot alleenheerscher opwerpen, hij kon zelfs den koningstitel, naar welken ook Caesar gestreefd had. zonder schroom aannemen; doch het geschikte oogenblik was zijns inziens nog niet daar. Zijne eerzucht streefde naar het wezen, niet naaiden schijn der heerschappij. Den blooteu titel versmaadde bij en, terwijl hij alle pogingen in hel werk stelde om zijne macht te bevestigen, wees hij alle

Sluiten