Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechten weder, die zij bezeten hadden; zijn eenige wensch was, voorlaan als ambteloos burger in het bevrijde vaderland te leven en te deelen in de zegeningen van rechtvaardige wetten.

Wat Octavianus verwacht had. gebeurde. De senatoren waren verschrikt, dat de alleenheerscher zijn gezag wilde neerleggen, waardoor de slaat opnieuw in een poel van jammeren zou gedompeld worden. Al waren ook eeni«en gezind om het aanbod van den machtigen man aan te nemen, toch durfden zij hunne stem niet doen hooien, want het was hun geenszins onbekend, dat de groote meerderheid geheel anders dacht; bovendien vreesden zij later de wraak van Octavianus te zullen ondervinden, wanneer zij nu, juist door het goedkeuren van zijn voorstel, zich zijne vijanden betoonden.

Met algemeene stemmen besloot dus de senaat, het gevraagd ontslag niet aan te nemen; eenstemmig smeekte men hem, de republiek, die hij van den ondergang had gered, niet aan haar lol over te laten. Voor den schijn aarzelde Octavianus zijn woord weder in te trekken, doch eindelijk onderwierp hij zich bereidwillig aan het bevel van het hoogste staatslichaam. Hij zou als imperator het bevel over het leger blijven voeren en zijne waardigheden behouden. doch slechts voor een tijdvak van 10 jaren. Na dien lijd (zoo sprak hij) zullen alle wonden zijn geheeld, die den staal door inwendige onlusten zijn toegebracht; na dien lijd zal hel niet meer noodig zijn dal zulk eene buitengewone macht door de vereeniging der hoogste staatsambten aan één persoon worde opgedragen. Hiermede was de senaat tevreden. Uit dankbaarheid voor de bereidwilligheid, waarmede Octavianus zich naar den wensch der senatoren geschikt had, dachten dezen den I7e" Januari 27 een nieuwen eernaam uit, en noemden zij hem Augustus (de doorluchtige of verhevene). Onder dezen naam komt Octavianus bij uilsluiting, ofschoon zijne opvolgers denzelfden titel gevoerd hebben, in de geschiedenis voor; ook wij zullen hem voortaan met dien naam aanduiden.

Later herhaalde Augustus nog meermalen de vertooning eener abdicatie, doch altijd mei hetzelfde gevolg; de senatoren wisten immers, dal zulk een aanbod niels dan eene ijdele vertooning was en blijven moest.

Om ook in de provinciën als keizer Ie kunnen heerschen, stelde Augustus aldaar naar goeddunken stadhouders aan. Met den titel van imperator, die hem bij bijzonder senaats- en volksbesluit verleend was, was de waardigheid van oppersladhouder nauw verbonden. Om een bewijs van groole gematigdheid te geven, maakte hij intusschen van zijn recht een schijnbaar bescheiden gebruik; hij liet aan den senaat de benoeming der stadhouders van die provinciën over, wier veiligheid niet bedreigd werd, en in welke geene noemenswaardige krijgsmacht stond, tot bescherming tegen woelige naburen of Ier beteugeling van dreigende oproeren. In deze provinciën droegen de stadhouders den titel van proconsul; zij werden slechts voor één jaar gekozen, terwijl de stadhouders, door Augustus aangesteld, bestempeld werden met den naam van legaten of propraetoren; deze laatsten waren de persoonlijke dienaren van den imperator, die hen naar goedvinden kon benoemen en terugroepen.

Als princeps senalus behield Augustus ook bij de keus der proconsuls de eerste stem, en deze was steeds beslissend, naardien de senaat zich niet durfde versloulen om iets in te brengen tegen den wil van den alleenheerscher.

Om nu ten slotte toch alle hooge staatsambten in zijn persoon te vereenigen, belastte Augustus zich, na den dood van Lepidus, met de waardigheid van Pontifex Maximus (opperpriester). Aldus stond hij ook aan het hoofd der priesterschap, en zoodoende kon hij het bijgeloof der menigte tot zijn voordeel aanwenden.

Wij zien Augustus thans bijna lot het doel zijner wensclien genaderd; de vereeniging van alle aanzienlijke ambten en waardigheden in zijn persoon, gaf hem geheel het aanzien van een absoluut vorst. De senaat, dien hij van 1000 leden op 600 had teruggebracht, stond wel is waar nog altijd als hel

Sluiten