Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgslieden moesten zij worden, want alleen de koene, dappere en krachtige mannen waren in tel, de lafaard was eerloos. °

iPrïi ,£ 8?dMien3.t der 0U(le D"il,schers was uitnemend geschikt om hen tot krachtige helden te vormen. Volgens hunne godenleer streden de goden

hef W-flIi'dh i " '1, |U[', , vla.kle I(V ®n beerden zij daarna vroolijk naar i' f.. (de verblijfplaats der goden) terug, om daar den vollen beker

/alpn nil i 'r '?Ugaa"1' ,I" gouden schilden versierde hemelzaal

zaten ook, bediend door bekoorlijke hemelsche jonkvrouwen, de valkvren de 111 den strijd gesneuvelde helden aan; daar namen zij deel aan den maaltijd en de drinkgelagen der goden, terwijl zij uit gouden bekers eene ongeloofelijke hoeveelheid kostelijken most dronken. Maar alleen aan hen, die door liet zwaard gevallen waren, kende de godenleer deze eeuwige zaligheid toe; daarom doodden oude of kranke lieden zich zelf of werden zij, op hunne begeerte, dooi hunne bloedverwanten omgebracht.

De naam van held te verwerven was hel hoogste doelwit, de hoogste loem der oude Duitschers. De dichters, barden genaamd, kozen de daden der gesneuvelden tot stofle voor hun lied.

i i,/(' 00rj°8 was de liefste bezigheid der Germanen; avontuurlijke veldtochten maakten hunne hoogste genieting uit. Menigmaal vereenigden de jongeïngen zich en verkozen zij uit hun midden den dapperste tot aanvoerder, tot hertog, door hein op hun schild omhoog te heffen. De hertog riep dan zijne volgelingen op om hem te volgen; in dichte drommen schaarden koene en op buit beluste mannen zich rondom hem, om den woesten, avontuurlijken krijgstocht te ondernemen. J

Eene schande was het, den aanvoerder in den steek te laten; zelfs in den dood bleven zijne volgelingen hem getrouw. Wanneer de aanvoerder viel stortten zijne wapenbroeders zich meermalen in hun eigen zwaard, of zochten zij, in plaats van te vluchten, den dood op het slagveld door des vijands hand.

De oorlog moest op eerlijke wijze gevoerd worden. Een verraderlijken strijd te voeren, vergiftigde wapens te gebruiken of een weerloozen vijand te overvallen was een eerlijk man onwaardig. Desgelijks werd het als groote schande, als een bewijs van laaghartigheid beschouwd, den vijand met noodelooze wreedheid te behandelen. De gevangenen werden óf tot slaven gemaakt of gedood, meermalen ook den goden geofferd. De hoofden der gedoode' vijanden weiden door de krijgslieden als zegeteekens aan de zadels hunner paarden bevestigd.

Duitsche trouw en rechtschapenheid werden reeds in de oudheid zeer geroemd. Eerst toen de Duitschers in nauwer aanraking met de Romeinen kwamen, wendden ook zij in den oorlog de middelen aan, die zij van hunne vijanden hadden geleerd. Wij zullen bij het verhalen van hun strijd legen de Romeinen weldra in de gelegenheid zijn om het bewijs voor deze laatste stelling te leveren.

38*

Sluiten