is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENTIGSTE HOOFDSTUK.

Strooptochten der Germanen. Krijgsbedrijven van Drusus. Oneenigheid der Germaansche stammen. Dood van Drusus. De Germanen onderworpen. Marbod. De Romeinsehe stadhouders in Duitschland. Sentius Saturninus. Varus. De Romeinsehe rechtspleging in Duitschland ingevoerd. Herman. Samenzwering tegen de Romeinsehe heerschappij. Schaking van Thusnelda. Verraad van Segestes. Tocht van Varus Opstand der Germanen. Slag in het Teutoburgerwoud. Dood van Varus. Wraakoefening der Germanen. Nieuwe Kinibrische schrik te Rome. De laatste jaren van Augustus regeering. Ongelukkige huiselijke omstandigheden van Augustus. Zijn dood.

Nadat Caesar de landen op den linker Rijnoever veroverd had. waren de Germanen bijna 40 jaren de naburen der Romeinen geweest. Er bestond tusschen hen eene soort van wapenstilstand, die echter dikwijls genoeg verbroken werd, door koene strooptochten van Germaansche krijgsbenden. In den loop der jaren werden deze invallen steeds van grooler beteekenis. In het jaar lfi v. Chr. drongen de Germanen zelfs over den Rijn; meer dan een volksstam, de Sicambren, Usipeten en Tenkléren vereenigden zich met hen tot een sterk leger, dat aan den Romeinschen stadhouder van Gallië eene gevoelige en smadelijke nederlaag toebracht.

De eer der Romeinsehe wapenen was bezoedeld, de Rijn vormde niet langer eene veilige grensscheiding. Augustus zag zich dus genoodzaakt om den Germanen den oorlog aan te doen en, daar het niet in het karakter der Romeinen lag, een bloot verdedigenden krijg te voeren, zijne legioenen ter verovering van Germanië uit te zenden.

Drusus, de jongste stiefzoon van Augustus, een talentvol veldheer, werd met het opperbevel over het tegen de Germanen afgezonden leger bekleed. IIij kende en waardeerde de dapperheid zijner vijanden en ging daarom niet lichtvaardig te werk. Twee jaren lang — van 17 tot la v. Chr. — rustte hij zich toe tot een strijd, die in zijn eigen oog zeer gevaarlijk was. Met de Ratavieren en eenige in hunne nabijheid wonende stammen sloot hij een verbond; vervolgens liet hij, ten einde van zijne vloot partij te kunnen trekken, een kanaal graven, dat den Rijn met den IJsel vereenigde en nog heden ten dage de Drususgracht heet. Eerst nadat hij alle noodige loebereidsels gemaakt had, opende hij den veldtocht, waarin hij met afwisselend geluk streed. Eene plotseling opkomende ebbe belette echter de landing zijner vloot in den mond van de Jahde; ook verkeerde hij gedurende den oorlog dikwijls in zulk een hachelijken toestand, dat de ondergang van het Romeinsehe leger onvermijdelijk zou zijn geweest , indien er onder de Germanen de noodige eendracht geheerscht had. Doch juist de eendracht ontbrak den Duitschers in die dagen, evenals in schier alle volgende tijden.

Drusus, die diep in het Duitsche land doordrong, ontmoette overal slechts de afzonderlijke stammen, welke hij zonder moeite ten onder bracht. Indien zij de handen ineen hadden geslagen, om hem vereenigd het hoofd te bieden, zouden zij onoverwinlijk zijn geweest.