Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duitsche bondgenootschap legen de Romeinsche overheerscliing aan Ie sporen. De algemeene verontwaardiging had reeds zulk eene hoogte bereikt, dat allen als om strijd hunne medewerking beloofden. Varus in zijn eigen hoofdkwartier aan te tasten was onmogelijk, want 50,000 man Romeinsche troepen konden door de ongeregelde Duitsche benden niet uit hunne welverschanste legerplaats verdreven worden. Het kwam er dus op aan , den Romeinschen veldheer buiten die legerplaats te lokken, om hem ver van zijne verschansingen slag te kunnen leveren.

Een verwijderde stam, waarschijnlijk die der Sicambren (juiste berichten hieromtrent ontbreken ons), kwam ten jare !) na Chr. op Hermans heimelijk gebod in opstand en Varus zag zich thans genoodzaakl om, tot onderdrukking van dezen opstand, zijne oude legerplaats te verlaten. Den Duitschen heirvoerders, die zich in het kamp bevonden, waartoe ook Herman en Se<Timer Itehoorden, gebood hij, hem te volgen met de Duitsche hulptroepen, tot welker levering zij gedwongen waren. Op den avond vóór zijn vertrek richtte Varus nog een weelderig feestmaal aan, waarop al de Duitsche legerhoofden en onder anderen ook Segestes, Hermans doodvijand, genoodigd waren. Nog eenmaal trachtte de laatste den Romeinschen stadhouder te waarschuwen. Hij deelde hem mee, dat het plan tot den opstand rijp was en bood zich zelf als gijzelaar aan, ingeval de eerste Herman gevangen wilde nemen. Maar het was. alsof de Romeinsche veldheer met blindheid was geslagen. In zijn overmoed, door de zekere hoop op overwinning hem ingestort, sloeg hij de waarschuwingen van den verraderlijken Segestes in den wind. Het Romeinsche leger ving zijn marsch aan, alsof het land in een toestand van volkomen vrede verkeerde. Slecht.: uiterst langzaam werd de tocht voortgezet. Eene onafzienbare rij van wagens scheidde de legioenen van elkander. Een berg pakkage, eene ontelbare menigte vrouwen en kinderen werden meegesleept. Varus hield zich verzekerd, dat geen gevaar, hoe ook genaamd, hel sterke Romeinsche leger van 50,000 man bedreigen kon.

Overeenkomstig Varus' bevel volgden de Duitsche legerhoofden de Romeinsche troepen met hunne kleine benden. Maar terwijl zij zoo schijnbaar gehoorzaam het gebod van den Romein opvolgden, weerklonk overal in het Duitsche land de luide kreet om vrijheid. Van dorp tot dorp snelden de ijlboden rond, en de pijl, vroeger het teeken waarop de vrije mannen in de volksvergadering bijeenkwamen, riep hen thans tot opstand tegen de onderdrukkers, lot het verdelgen der Romeinen, tot eene samenkomst op het slagveld op.

Van de Elbe tol den Rijn kwamen de Duitsche stammen in opstand. Een brandende dorst naar vrijheid ontwaakte in aller hart. Ook de oude edelingen, die zich tot dusver onverschillig, ja zelfs vijandig jegens den opstand beloond hadden, werden door de geestdrift hunner landgenooten meegesleept. Segestes' zoon. Siegmund, die een Romeinsch priester geworden was, verscheurde zijn priestergewaad en schaarde zich in de gelederen der Duitsche krijgers. Zelfs Segestes durfde aan de volksstem geen gehoor weigeren; ook hij greep naar de wapenen, om deel te nemen aan den verdelgingskrijg tegen Rome. Ook de arme hoorigen gevoelden thans wellicht voor hel eerst, dal zij Germanen waren; zij werden gewapend om voor hun vaderland testrijden. Herman was de ziel der gelieele onderneming. Hij had door zijne vurige taal de geestdrift zijner Duitsche broeders ontvonkt; op hem staarden aller blikken; hem was het opperbevel, de leiding van het geheel toevertrouwd. In weerwil van zijne jeugd — hij was nauwelijks 25 jaren oud — had het gansche volk al zijn vertrouwen, al zijne hoop op hem gevestigd.

Intusschen Irok Varus met zijne ongeordende legermacht langzaam door de Duitsche landen voort. Hij had het Teutoburgerwoud bereikl, een woest en onherbergzaam, met reusachtige hoornen begroeid, bergland, welks smalle en oneffen wegen, die dikwijls door onpeilbaar diepe veenen en moerassen voerden, hel Romeinsche leger het voortzetten van zijn marsch hoogst be-

Sluiten