Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dersle kindsheid af in die jonge zielen uitgestrooid en de trek naar zinlijke uitspattingen, waartegen de al te dienstvaardige slaven en slavinnen zich nooit verzetten, dien zij zelfs in hun eigen belang bevorderden, in hun gemoed aangekweekt.

Reeds bij eene vroegere gelegenheid hebben wij onze lezers opmerkzaam gemaakt op den nadeehgen invloed, dien de slaven op het Romeinsche volksleven uitoefenden. Doch nergens deed die schadelijke invloed zich zóó sterk gevoelen als juist bij de opvoeding der jeugd. Alle achting voor menschenwaarde en mensclienrechten moesten de kinderen der Romeinsche grooten wel verliezen, daar zij dagelijks getuigen waren van de vernederende behandeling den slaven aangedaan.

Al werden ook de tot huiselijken dienst bestemde slaven slechts zelden met zooveel hardheid behandeld, als zij, die op bet land werkten, toch waren zij evenals de laatsten aan elke luim van hun meester weerloos onderworpen. Alleen van de willekeur des meer of minder genadigen meesters hing het af of zij gegeeseld, in boeien geslagen, ja zelfs gebrandmerkt, gepijnigd en ter «lood gebracht werden of niet.

Wel vaardigde Augustus wetten uit legen het willekeurig dooden van slaven, maar de ingewortelde kwade gewoonte was sterker dan de wet. Toen de keizer op zekeren tijd bij een rijken man, Vedius Pollio, het middagmaal gebruikte, had een slaaf het ongeluk een kostbare kristallen vaas te breken. De vertoornde heer gaf op staanden voet bevel om den lompert den murenen in den vischvijver als spijze voor te werpen. De slaaf viel den keizer te voet en smeekte hem om genade. Hij vroeg niet om behoud van zijn leven, maar alleen om eene andere dan deze afgrijselijke wijze van sterven.

Augustus had medelijden met den ongelukkige en was zoo vertoornd op zijn onbarmhartigen gastheer, dat hij gebood alle kristallen huisraad in diens woning te verbrijzelen en den afschuwelijken vischvijver te dempen. Doch al had hij ook in dit bijzonder geval door eene daad van willekeur een enkelen slaaf gered, de wreede behandeling der slaven in het algemeen kon hij toch niet verhinderen. Zij was den Romeinen zoozeer tot eene tweede natuur geworden, dat zelfs de vrouwen zich door de onbarmhartigste gestrengheid jegens hare slavinnen onderscheidden. Deze werden door hare schoone meesteressen voor het geringste vergrijp meedoogenloos gegeeseld.

Het aantal der slaven was onder Augustus regeering op eene ongeloofelijke wijze toegenomen. De geheele stoet van bedienden in aanzienlijke huizen bestond alleen uit slaven en ook alle eenigszins welgestelde burgers lieten alle minder aangename werkzaamheden steeds door slaven verrichten. Het gevolg hiervan was, dat meer dan de helft van Rome's inwoners van hunne vrijheid beroofd waren en dit alleen was de oorzaak, dat een wetsvoorstel, volgens hetwelk de slaven eene bijzondere, hen van de vrije burgers onderscheidende kleeding zouden dragen, niet doorging, omdat de onderdrukten daardoor te licht lot het bewustzijn van hun aantal en hunne macht konden geraken.

In Augustus tijd stierf een zekere Claudius Isidorus, die niet minder dan 4116 slaven naliet, ofschoon zijn slavenstoet gedurende de burgeroorlogen zeer gedund was. Hoewel zij voor het grootste deel tot den veldarbeid bestemd waren, maakte toch een aanzienlijk gedeelte dier 4000 den stoel van huisbedienden van Claudius Isidorus uit.

Zulk een slavenstoet alleen vertegenwoordigde dikwijls een groot vermogen, want de prijzen, voor sommige slaven besteed, waren zeer hoog, vooral voor dezulken, die zich door schoonheid, bekwaamheid of geleerdheid onderscheidden. Een door en door geleerde slaaf werd soms met 200,000 sestertiën (f 20,000) betaald, terwijl de gewone prijs van een goeden arbeider, overeenkomstig diens bekwaamheid en lichaamskracht van 2 tot 8000 sestertiën beliep.

Bij dien stand der prijzen moest de slavenhandel eene zeer winstgevende zaak zijn, en ofschoon de slavenhandelaars in een kwaden reuk stonden en

Sluiten