Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moord, — volgens liet beweren van Tiberius, op bevel van Augustus zelf — iloch een wreker stond voor hem op, een slaaf Cleuscus genaamd, die, van eene toevallige gelijkenis partij trekkend, zich voor Agrippa Posthumus uitgaf en weldra eenigen aanhang verwierf. Te gelijker tijd ontstond er te Rome eene samenzwering en, wat nog gevaarlijker scheen, de in Pannonië en Germanië staande troepen, kwamen in opstand. De laatsten eischten dat Germanicus, de zoon van hun zoo geliefden voormaligen veldheer, de erfgenaam van Augustus, hun keizer worden zou.

Het gevaar was groot, doch Tiberius bood het moedig het hoofd en kwam het gelukkig te boven. Den gewaanden Agrippa, dien bij door list in zijne macht wist te krijgen, liet bij ter dood brengen; de samenzweerders te Rome strafte hij niet oogenblikkelijk, hij wilde niet terstond het aantal doodvonnissen te zeer vermeerderen. Daarom spaarde hij hen, doch bij vergat hen daarom niet. Voorloopig werden zij slechts scherp in het oog gehouden en op die wijze onschadelijk gemaakt. Tegen de legioenen in Pannonië zond bij zijn zoon Drusus en den bevelhebber zijner lijfwacht, Aelius Sejanus, met eene sterke krijgsmacht af. Hel gelukte dezen mannen, het oproer te dempen.

Het gevaarlijkst van alles was de opstand der Germaansche legioenen, van welke er 4 bij Mainz en 4 bij Keulen gelegerd waren. De neef en aangenomen zoon des keizers, Germanicus, die te Rome even bemind was als bij het leger, voerde over deze legioenen het opperbevel; bij was in hel begin van het jaar t 4 lot stadhouder van Gallië benoemd.

In het leger was hel volstrekt niet onbekend, dat Tiberius zijn neet met een wantrouwend oog aanzag. Des te onstuimiger drongen de soldaten hierom er op aan. dal Germanicus zich aan hun hoofd zou plaatsen, terwijl zij zich bereid verklaarden om den keizerlijken troon voor hem te veroveren. Doch Germanicus wilde van alle dergelijke plannen niets weten. Hij dacht te edelmoedig om zijn adoptiefvader met geweld van wapenen van den troon te slooten; nam hij daarenboven de keizerskroon als een geschenk uil de hand der legioenen aan, dan was zij slechts eene onzekere bezitting, welke het leger hem evengoed weer ontnemen kon, als het hem die geschonken had.

"ij wees dus die voorstellen af en verwekte daardoor onder de soldaten zulk eene woede, dat hij bijna onder hunne mishandelingen zou bezweken zijn. Slechts met groote krachtsinspanning gelukte bet hem, den opstand Ie dempen, deels door verhooging van soldij en verkorting van den diensttijd toe te staan, deels door maatregelen van gestrengheid. Bij de legioenen aan den Neder-Rijn werd de rust eerst na hevigen strijd hersteld.

In de eerste plaats achtte Germanicus het thans noodig, zijne soldaten door oorlog voeren bezig Ie houden. Alleen wanneer hij hen tot nieuwe zegepralen voerde, meende hij van hunne trouw zeker te kunnen zijn. Hij besloot daarom den strijd tegen de Germanen te hervatten.

"Ü wilde het voorbeeld zijns vaders volgen, door op de Duitsche slagvelden eerlaurieren in te oogsten en den smaad van Varus in het Duitsche bloed uit te wisschen. Omstreeks de maand October van het jaar li trok bij daarom, niet ver van het tegenwoordige Xanten, over den Rijn. Maar de eerste veldtocht, dien hij begon, was alles behalve roemrijk. Zijn eerste aanval gold de Marsen, een volk dat in vollen, ongestoorden vrede met de Romeinen leefde en dus in de verte niet vermoedde, dat het tot slachtoffer van Romeinsclie wreedheid uitverkoren was.

De Marsen vierden juist een groot feest, toen Germanicus eensklaps aan het hoofd zijner legioenen onder hen verscheen. Aan engelen der verdelging gelijk stormden de bloeddorstige en wraakgierige Romeinsche soldalen op de weerlooze en grootendeels slapende Marsen los.

Geen enkel droppel Romeinsch bloed werd vergoten. Honderden, ja duizenden niets kwaads vermoedende Germanen vielen onder het moordend staal der Romeinen. Na deze gemakkelijke zegepraal trok Germanicus zich terug.

Sluiten