Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het bericht van deze daad werd door enkele vluchtelingen snel onder de naburige stammen verspreid. Deze grepen naar de wapenen en snelden in ordelooze benden toe, 0111 Germanicus den terugtocht al te snijden. Inderdaad grepen zij hel Romeinsche leger aan, doch zonder eenig gevolg, want de vast aaneengesloten benden wederstonden zonder veel moeite den schok der bijeengeraapte hoopen, die door geen veldheer aangevoerd werden.

Op een tweeden tocht overviel Germanicus op dezelfde wijs de Chatten, de tegenwoordige Hessen; vrouwen, kinderen en grijsaards werden meedoogenloos vermoord. De Romeinen verbrandden en vernielden de woonplaatsen der Chatten en herschiepen tien mijlen in hel rond het geheele land in eene woestenij. Zonder een gevecht geleverd te hebben trok de veldheer zich andermaal terug.

Onwillekeurig rijst bij den lezer de vraag op: Hoe was bet mogelijk, dat reeds zóó kort na de schitterende zegepraal der Germanen over Varus, de Romeinen opnieuw den Rijn overtrekken en de afzonderlijke Duitsche stammen met goed gevolg beoorlogen konden?

De oplossing van dit raadsel is gemakkelijk genoeg. Inwendige tweedracht en huiselijke twist verscheurden den stam. die eens in den oorlog tegen Varus zich het meest onderscheiden en daardoor de bevrijding van Duitschland mogelijk gemaakt had, den stam der Cheruskers.

Segestes en Herman leefden sinds de zegepraal op Varus weder in doodelijke vijandschap, daar het den eerste gelukt was, zijne dochter Thusnelda aan haar echtgenoot te ontrukken en haar gevangen te houden.

Herman belegerde den burg van Segestes en deze ontzag zich niet, de hulp van Germanicus legen zijne eigen stamgenooten in te roepen.

De boden van Segestes troffen den Romeinschen veldheer aan, toen deze juist van zijn tocht tegen de Chatten terugkeerde en oogenblikkelijk volgde hij die welkome roepstem op. Hij drong in Duitschland door en het gelukte hem. den burg van Segestes te ontzetten. De verrader van zijn vaderland gaf zich zonder aarzelen aan hem over. Ook Thusnelda werd de gevangene der Romeinen en de gade van Herman moest later den zegetocht van den overwinnaar opluisteren. Zij stierf in Romeinsche gevangenschap. De zoon, dien zij daar het leven schonk, Thusneldus, werd te Ravenna als gladiator opgevoed -cn vond waarschijnlijk in een der bloedige gladiatorengevechten een rampzaligen dood.

Zoodra Herman bet bericht ontving, dat zijne vrouw ten gevolge van Segestes' verraad in de handen der Romeinen was gevallen, riep hij opnieuw de Cheruskers ten strijde tegen de Romeinen op. Zijne stamgenooten volgden zijne oproeping en met hen ook de in hunne nabijheid wonende Duitsche volken. Opnieuw weerklonk de oorlogskreet door de Duitsche gouwen en noopte Germanicus, die zich al weer over den Rijn teruggetrokken had, om den opstekenderr storm in den beginne te bezweren. Hij ging met 4 legioenen scheep, landde aan den Middel-Eems, en vereenigde zich hier met Caecina, die hem de overige legioenen over land te gemoet voerde.

Met zijn geducht leger drong Germanicus in het hart van Duitschland, tot aan het Teutoburgerwoud door. Hier zocht hij het slagveld op, waar Varus vóór fi jaren door de Duitschers geslagen was. Hier lagen op het afgrijselijke kerkhof nog de gebeenten der gesneuvelde Romeinen te verbleeken. Germanicus liet ze verzamelen en iit een grooten kuil werpen, niet de beenderen der Romeinen alleen, ook die der Germanen werden op zijn last begraven, daar ze niet meer van elkaar te onderscheiden waren.

Het ijzingwekkende slagveld bevatte voor den Romeinschen veldheer eene ernstige waarschuwing, doch hij sloeg die in den wind. Verder trok hij het hart van Duitschland in, om op het geheele Duitsche volk wraak te nemen voor de verloren legioenen van Varus.

Mei bewonderenswaardig talent had Herman intusschen in een ongeloofe-

Streckfuss. II. 40

Sluiten