Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk korten tijd de Duitschers lot een machtig leger verzameld. Hunne krijgsbenden, in de ondoordringbare bosschen en moerassen verscholen, omsingelden het Romeinsche heir.

Herman trok met eene kleine bende, schijnbaar voor den vijand terugwijkend, voor het Romeinsche leger uit en lokte het op die wijze in deonbegaanbaarste streken. Eindelijk had hij eene heide bereikt, die een uitmuntend slagveld opleverde, een open veld, aan den eenen kant door het woud, aan de andere zijde door diepe moerassen omzoomd. In het woud en in de moerassen was de hoofdmacht der Duitschers vereenigd en thans bood Herman op deze kleine heide aan Germanieus het hoofd.

De Romeinsche ruiterij ging onmiddellijk tot den aanval over. Weder trok Herman, door de ruiters vervolgd, langzaam terug. Doch nu stormde eensklaps van achter elk boschje eene bende Duitschers met een woedend krijgsgeschreeuw te voorschijn. De Germanen wierpen zich op de Romeinsche ruiters en stieten hunne speeren in de borst der paarden, zoodal deze in hun doodsstrijd zich steigerend ophieven en hunne berijders afwierpen. In grenzenlooze verwarring drongen de ruiters op elkaar, hunne gelederen waren verbroken, zij vluchtten naar de moerassen. Doch hier was alle strijd hun onmogelijk, daar hunne zware harnassen hen al dieper en dieper in den modder deden wegzinken.

Tevergeefs gaf Germanieus zijne legioenen bevel om voorwaarts te rukken. Het gelukte hem niet de overwinning te behalen en alleen aan zijn onbetwistbaar veldheerstalent dankten de Romeinen het, dat zij niet eene nederlaag ondergingen, gelijk aan die, welke Aarus getrollen had.

Germanieus moest terugtrekken. Hij deed het in gesloten gelederen en zond, om den trein wal in te korten, zijn onderbevelhebber Caecina met vier legioenen een anderen weg uit. dan dien, welken hij zelf' nam. over den zoogenaamden Domitiaanschen dam naar den Rijn. Hem zelf gelukte het. zonder dat hij een aanval van eenige beteekenis te verduren had, zijn terugtocht te volbrengen. Caecina was niet zoo gelukkig. Hij had groote bezwaren te overwinnen en slechts ten koste van zware verliezen bracht hij een deel zijns legers in veiligheid.

De verliezen, door Germanieus ondergaan, hadden slechts zijne eerzucht te meer geprikkeld. Hij moest en zou de geleden schade herstellen. Duitschland moest en zou door de Romeinen heroverd worden. De lauweren, eenmaal door den vader behaald, moesten en zouden ook het hoofd zijns zoons versieren. Hij besloot tot een nieuwen krachtigen veldtocht. Weder werd een «root leger bijeengebracht. Van de Noordzee uit wilde hij de Eems opvaren en zoo in het hart van Duitschland doordringen. Eene kolossale vloot, ongeveer van duizend schepen, werd uitgerust en met krijgsvolk bemand, en met deze vloot opende Germanieus in het jaar 16 n. Chr. den nieuwen veldtocht.

Nadat de manschappen ontscheept waren, drong Germanieus in Duitschland door. Het Romeinsche leger was meer dan 100,000 man sterk, daar meer dan een Germaansche stam zijne hulptroepen bij de Romeinsche krijgsmacht aangesloten had. Duitschers stonden weer gereed om onder de Romeinsche adelaars tegen Duitschland te strijden.

Het le<»er bereikte den Wezer, aan welks overzijde de Duitschers onder het opperbevel van Herman stonden. Daar waar de Wezer, na korten tijd westwaarts te hebben gestroomd, zijn loop weder noordwaarts richt, breidde eene uitgestrekte, met gras begroeide plek zich uit, die door de Romeinen Idistavisus genoemd werd. Deze naam is uit het Duitsch afkomstig. De Romeinen, verhaalt men ons, vroegen een boer. hoe die streek heette; doch deze verstond die vraag niet recht en antwoordde: »Id is a Wis (Dies ist eine Wiese). Hiervan hebben de Romeinen Idistavisus gemaakt.

Hier kwam het tot een slag, die zeer ongelukkig voor de Duitschers afliep. De Cheruskers geraakten spoedig in wanorde. Zij moesten terug-

Sluiten