Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet beeld van Germanicus de overige niet in grootte mocht te boven gaan, dewijl er in de letterkunde geen onderscheid van rang bestond en omdat het eers genoeg was, zich in de tegenwoordigheid der classieke schrijvers te bevinden.

Eerst toen er maar geen eind aan het rouwbetoon scheen te zullen komen, en het staken van alle werkzaamheid bedenkelijk werd, stelde Tiberius daaraan paal en perk. Hij vaardigde een bevelschrift uit, waarin hij den Romeinen gebood, weer tot hunne gewone bezigheden terug te keeren, en ook weer deel te nemen aan de openbare uitspanningen, dewijl men ook in het rouwbetoon de rechte maat moest weten te bewaren. De vorsten, verklaarde hij daarin, waren sterfelijk, maar de staat was eeuwig en daarom moest het volk zich ook boven zijne smart weten te verheffen.

Om de verdenking, dat hij zelf' aan den dood van Germanicus medeplichtig was, te ontzenuwen, gebood Tiberius een streng onderzoek naar de toedracht der gebeurtenis. Tegen Piso, die in het jaar 20 te Rome was aangekomen. werd een rechtsgeding aangevangen, waaraan de stadhouder zich door zelfmoord onttrok. Plancina bleef ongestraft, ofschoon op haar de zwaarste verdenking van vergiftiging rustte. Livia had haar de genade en vergiffenis des keizers verworven, wellicht ten einde zelf een lastig onderzoek te ontgaan.

Na den dood van Germanicus werd Tiberius nog somberder en wantrouwender dan vroeger. Was bij werkelijk medeplichtig aan den dood des mans, dien hij als zijn mededinger beschouwde? Pijnigden hem de verwijtingen van zijn geweten? Of maakten de onrechtvaardige vermoedens, die voor hem niet verborgen konden blijven, hem bitterder en wraakgieriger dan vroeger? Wij weten bet niet; doch onbetwistbaar zeker is het, dat Tiberius zich strenger en wreeder gedroeg, sinds Germanicus gestorven was.

Zijne met goeden uitslag bekroonde pogingen om overal in het reusachtige Romeinsche rijk wet en orde te herstellen, zette hij met kracht door, doch meermalen dan voorheen greep hij thans persoonlijk in de uitoefening van het recht in en gretiger leende hij het oor, wanneer men hem beschuldigingen tegen ware of vermeende vijanden aanbracht.

Had hij vroeger zich vaak zachtmoedig gedragen en beleedigingen, hem persoonlijk aangedaan, vergeven, thans strafte hij zonder verschooning. Sinds het jaar 10 was eene nieuwe wet, de wet op de majesteitsschennis, uitgevaardigd.

In de dagen der republiek had men onder deze misdaad slechts zulke handelingen verstaan, waardoor öf de veiligheid óf de waardigheid van den staat in de waagschaal werd gesteld. Door deze wet van Tiberius werd elk vergrijp tegen den persoon des keizers als majesteitsschennis beschouwd.

De rechtbanken spoorden zulke misdadigers ijverig op en wanneer soms eenig onderzoek de moeite niet beloonde, vond men lichtelijk weder andere zaken; de aanzienlijkste Romeinen schaamden zich niet, door de laagste diensten als verklikkers zich rijkdom en aanzien te verwerven.

Wie het maar gewaagd had, in een toornige luim, ja zelfs in een oogenblik van droefheid een ongepast woord tegen Tiberius of den overleden Augustus te spreken, werd wegens de misdaad van majesteitsschennis aangeklaagd. Ja, zelfs zij, die in de nabijheid van het beeld van Augustus eene onwelvoegelijke handeling verricht hadden, werden beschouwd daardoor de keizerlijke majesteit beleedigd te hebben.

Het getal aanklagers groeide steeds aan. Ware en valsche beschuldigingen werden in menigte bij den senaat ingebracht en grootendeels door veroordeeling tot verbanning of tot den dood achtervolgd, waarmee steeds verbeurdverklaring van goederen gepaard ging.

De majesteitswet trof het pijnlijkst de aanzienlijke Romeinen. Het volk leed niet het minste onder de strenge en vaak wreede vonnissen, want alleen door het aanklagen van rijke en hooggeboren lieden konden de aanbrengers

Sluiten