Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeischap uit en liet leger ontving verlof om op den marsch naar Rome naar hartelust te rooven en te plunderen. De soldaten mochten, evenals hun veldheer. aan elke uitspatting, hoe laag ook, zich overgeven.

Eerst in Juli 69, drie maanden na Otho s dood, kwam \ ïtellius te Kome aan Hier zette hij dezelfde leefwijze voort, die hij op den marsch geleid had. Hij betoonde zich geen minder wreed despoot dan Caligula en Nero; in onzinnige verkwisting wedijverde hij met den laatste, ja hij was in de oogen des volks nog verachtelijker door zijne gemeene zwelgerij. Dagelijks werden 3 of 4 weelderige maaltijden voor hem aangericht. Door braakmiddelen stelde hij zich in staat aan elk daarvan volle recht te laten wedervaren, terwijl de uitgezochtsle spijzen den keizerlijken disch moesten versieren. Vitellius verkwistte daaraan zulke onnoemlijke sommen, dal het geheele Romeinsche rijk, rrelijk een oud Romeinsch schrijver zegt, niet rijk genoeg zou geweest zijn om de keizerlijke maaltijden te bekostigen, indien zijne regeering niet gelukkig slechls kort van duur was geweest, indien niet de troepen opnieuw waren opgestaan, om een anderen keizer te verkiezen.

De militaire omwenteling ging ditmaal van de legioenen in het oosten uit die zich evengoed gerechtigd achtten om een keizer te verkiezen als hunne makkers in liet westen. Zij hadden in den oorlog tegen de oproerige Joden, dien wij weldra zullen verhalen, onder een uitstekend veldheer Titus r lavius Vespasianus gediend en hem leeren vertrouwen. Hem riepen zij tot keizer uit Vespasianus aarzelde aanvankelijk de benoeming aan te nemen, doch toen zijn vriend Mucianus, de stadhouder van Svrië, hem dringend er om smeekte en hem zijne hulp beloofde, toen ook de soldaten onstuimig op zijn toestemmend antwoord aandrongen, gaf bij toe. Hij maakte zich voor den tocht naar Italië gereed, terwijl hij aan zijn zoon Titus in last gaf, den opstand

der Joden geheel te onderdrukken.

Op het bericht, dat Vespasianus de keizerlijke waardigheid had aangenomen, vielen in de meeste gewesten van het uitgestrekte Romeinsche rijk de legioenen van den ellendigen Vitellius af. ,

Antonius Primus, die de legioenen aan den Donau aanvoerde, rok met zijne troepen naar Italië, om Vitellius uil Rome te verdrijven. Onophoudelijk drong bij voorwaarts. Bij Cremona versloeg hij een leger van \ïtellius, daarop nam bij de stad stormenderhand in. wier straten door zijne krijgers vier dagen achtereen met moord en brand vervuld werden. Vervolgens rukte

hij verder tegen Rome op.

Intusschen bad Vitellius bier louter voor zijn genot geleefd. Het uitvaardigen van doodvonnissen, de zorg om zijne tafel van de uitgezochtste lekkernijen te voorzien en het houden van zijne vier maaltijden nam al zijn tijd in besla- Toen hij hoorde, dat overal volk en leger voor Vespasianus partij kozen dat op alle plaatsen de legioenen van hem afvielen, had hij slechls één wensch, namelijk zijne door roof samengeschraapte rijkdommen te behouden Hij wendde zich daarom lot Flavius Sabinus, den broeder van \esnasianus. die toen toevallig praefectus urbi was en bood hem op den 18"> December 69 aan, vrijwillig de heerschappij aan Vespasianus af te staan, indien hem een aanzienlijk jaargeld werd toegelegd. Flavius Sabinus nam dit voorhiel zonder bedenken aan. Het verdrag kwam tot stand. Een deel der senatoren en vele ridders huldigden reeds Vespasianus in den persoon zijns broeders toen eensklaps de aanhangers van Vitellius. de deelgenooten zijner slemppartijen, die praetorianen, welke hij met geschenken overladen en wien hij elke daad van roofzucht en geweld veroorloofd had en die thans vreesden, dat zij onder de strenge krijgstucht van Vespasianus hunne vrijheid zouden

verliezen, in opstand kwamen. , . ,

Zonder zich te bekommeren om de belofte, door hun keizer afgelegd, vielen zij op Sabinus aan en dwongen zij hem om zich met zijne aanhangers naar het Capitool terug te trekken. Doch ook hier was hij niet veilig; hij

Sluiten