is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allen, die trouw aan den Jalivehdiensl verkleefd waren, zich legen deze nieuwigheden met kracht verzetten, nam Antiochus de toevlucht tot geweld. Hij nam Jeruzalem in, richtte daar eene vreeselijke slachting aan en ontwijdde en beroofde den tempel; kort daarna verbood hij op vreeselijke straf den Joden elke uitoefening van hun voorvaderlijken godsdienst.

Gelijk altijd en overal, zoo waren er ook nu onder de Joden velen. die. hetzij uit dorst naar zingenot, hetzij uit vrees voor hun leven, van Jahveh afvielen. Doch duizenden lieten zich door geene vervolging, hoe onmenschelijk ook. tot het offeren aan de afgoden en het overtreden van de wet bewegen.

Onder die getrouwen behoorde ook een zekere priester Mattathias met zijn vijftal even godvruchtige als dappere zonen, Deze grijsaard plaatste zich aan het hoofd van een opstand, waarbij zich weldra alle ij veraars voor Jahveh aansloten. Na zijn dood werd Judas tol legerhoofd verkozen, die vijf jaren, van 166 tot 161 v. Chr., met schitterenden uitslag de Svriërs bestreed en om zijne onweerstaanbare dapperheid den bijnaam Makkabeër strijdhamer) verkreeg. Ilij werd opgevolgd door zijne broeders Jonathan en Simon. die den vrijheidsoorlog met het beste gevolg voortzetten, totdat eindelijk het groote doel bereikt, het Joodsche land van zijne overheerschers verlost en Simon als vorst en hoogepriester der Joden ook door den Syrischen koning Demetrius erkend werd (143 v. Chr.).

Simon bleef ook na het einde van den oorlog met inspanning van al zijne krachten tot heil van het volk werkzaam en werd daarin trouw door zijn zoon Johannes Hyrcanus I nagevolgd. De regeering der volgende vorsten was veel minder zegenrijk voor de Joden. Zij zagen hun roem tanen, hun welvaart verminderen en toen eindelijk Arislobulus II de hulp van Pompejus inriep, om zijn broeder Hyrcanus II van den troon te stooten; toen de Romeinsche veldheer zich van Jeruzalem meester maakte, (63 y. Chr.) en Hyrcanus wel tot hoogepriester benoemde, maar hein de koninklijke waardigheid ontnam, toen was het gedaan met de onafhankelijkheid van den ongelukkigen staat, die in de laatste jaren door oneenigheden tusschen de leden van het koninklijk gezin en door twisten tusschen de Farizeen en Sadduceën op de jammerlijkste wijze verscheurd was. Hyrcanus bezat slechts eene schaduw van machl. Inderdaad regeerde zijn eerste staatsdienaar Antipater, een Idumeër van geboorte, die zelfs later door Caesar tot werkelijk regent werd aangesteld.

Antipater werd opgevolgd door zijn zoon Herodes, die in de geschiedenis zeer ten onrechte de Groote wordt bijgenaamd. Herodes was een eerzuchtig en doortastend, maar gewetenloos man. Om zich van de koninklijke waardigheid meester te maken en zich in het bezit daarvan te handhaven, beging hij den eenen moord na den anderen. Even slaafs en kruipend als hij zich jegens de Romeinen gedroeg, even wreed behandelde hij de Joden. Zijne geslepenheid verschafte hem de middelen om zich zoo diep in de gunst van Antonius en Octavianus in te dringen, dat de Romeinsche senaat hem op hun voorstel in het jaar 3!) v. Chr. tot koning der Joden benoemde. Met de hulp van Romeinsche legioenen veroverde hij twee jaren later de hoofdstad Jeruzalem, waar Antigonus, de jongste zoon van Aristobulus II zich genesteld had.

Nadat Herodes zich van de heerschappij had meester gemaakt, bevestigde hij zijne macht, door alle nog levende afstammelingen van hel Makkabeeuwsche geslacht te vermoorden. Zelfs zijne schoone gemalin Marianne, de kleindochter van Hyrcanus. en de drie zonen, die zij hem geschonken had, liet hij ombrengen, om het geheele huis der Makkabeën uit te roeien.

Even wreed ging hij te werk jegens allen, van wie hij slechts in de verte vermoeden kon, dal zij op de eene of andere wijze zijn troon in gevaar zouden kunnen brengen. Het volk droeg hem een doodelijken haat toe, maar werd door de bescherming, welke hij van de zijde der Romeinen genoot, van alle oproerige bewegingen afgeschrikt.