Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVEN EN ZEVENTIGSTE HOOFDSTUK.

Vespasianus. Zijne deugden en gebreken. Helvidius Priscus. Julius Sabinus. Bouwwerken van Vespasiauus. Oorlog tegen de Batavieren. Claudius Civilis. Opstand der Galliërs en Germanen. VelleJa. Petillius Cerealis. Voordeelen, door de Romeinen in Brittannië behaald. l)e dappere koningin Boadieea. Agrieola.

Titus Flavius Vespasianus was geen Romein; hij was in het Sabijnsch gebergte geboren. Toen hij tot keizer uitgeroepen werd, was hij reeds een bejaard man: hij had den ouderdom van 60 jaren bereikt. Ifij haastte zich niet, de roepstem van den senaat op te volgen; eerst in den zomer van het jaar 70 verliet hij Alexandrië, waar hij zich langen tijd opgehouden had, om te Rome de regeering te aanvaarden. Hier verscheen hij als een redder uit diepe ellende; de troepen van Antonius Primus hadden, zoo lang de keizer afwezig was, zich geheel als de heeren en meesters der stad gedragen; ongestoord hadden zij geroofd en geplunderd, daar Mucianus en Domilianus. des keizers zoon, die gedurende Vespasianus' afwezigheid in zijn naam regeerden, den soldaten niet alleen de handen ruim lieten, maar zich zelfs allerlei daden van willekeur en wreedheid veroorloofden.

Nauwelijks kwam Vespasianus te Rome aan, of hij maakte aan dien toestand van verwarring een einde. De keizer, wien de senaat alle rechten had afgestaan, welke senaat en volk tot dusver bezeten hadden, maakte van zijne onbeperkte macht gebruik, om eindelijk weer de orde in den boezem van den geteisterden staat te herstellen.

Hij was een man van groote geestkracht, een uitstekend veldheer en een bekwaam regent en juist daaraan had het ontaarde volk in dien tijd behoefte. \espasianus tienjarige regeering vormt zulk eene scherps tegenstelling met het gruwelijk despotisme zijner voorgangers, dat zij nog roemrijker schijnt.' dan zij inderdaad was, en het is ten gevolge hiervan bij de geschiedschrijvers mode geworden, dezen keizer als het kort begrip van alle mogelijke regentendeugden voor te stellen, terwijl men daarentegen Tiberius alle mogelijke regentenzonden ten laste legt. Het een is even onwaar als het andere, want \ espasianus was evenmin een toonbeeld van menschelijke deugd als Tiberius een monster in menschengedaante. Hij was hebzuchtig, spaarzaam tot gierigheid toe, streng en heerschzuchtig, ja somtijds bijna wreed. Al had hij ook Ce? i,a. van tegennatuurlijke zonden zijner voorgangers, toch was zijn zedelijk leven volstrekt niet zonder smet of blaam. Hij, de GOjarige grijsaard,

liet zich door zijne onwaardige geliefde geheel overheerschen en duldde, dat zij een schandelijken handel in ambten en gunstbewijzen dreef, welks opbrengt hij zelfs met haar deelde.

Overal straalde zijne heerschzucht door. Hij schaamde zich zelfs niet, in de provinciën roofzuchtige menschen tot stadhouders aan te stellen. Zoo zeide hij eens lachend: »ik gebruik hen als sponsen, waaruit men het vocht, dat zij in drogen toestand hebben ingezogen, later gemakkelijk weer uitpersen kan . Hij voerde zeer drukkende en hatelijke belastingen in, waardoor het volk boven zijn vermogen belast werd. Toen hij op zekeren tijd eene belasting

Sluiten