Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wege bekostigd, de rechtbanken van onrechtvaardige, omkoopbare rechters gezuiverd. Vespasianus nam zelfs meer dan eens in persoon als rechter zitting ten einde het vervallen recht te herstellen; de senaat werd door hem van 200 op een getal van 1000 senatoren gebracht.

Deze maatregel was van het hoogste belang, daar de keizer zoowel in den senaat als in de ridderschap niet alleen Romeinen en Italianen, maar aanzienlijke mannen uit alle provinciën opnam. De senaat verkreeg daardoor het karakter van een rijksraad, de ridderschap dat van eene rijksridderschap. Het vooroordeel der Romeinen tegen de bewoners der provinciën verdween hoe langer zoo meer. De stad Rome hield op de eenige beheerscheres der oude wereld te zijn.

Door zulke maatregelen herstelde Vespasianus de orde in het staatsbestuur en in de geldmiddelen, terwijl hij ook naar buiten de macht van liet rijk wist te handhaven en te vergrooten, ofschoon hij reeds in het begin zijner regeerin" meer dan een heeten strijd te voeren had.

In het westen was een nog veel gevaarlijker oorlog ontbrand, dan de strijd met de oproerige Joden, dien wij reeds verhaald hebben. Op het eiland, dat door den Rijn, de \\ aal en de Maas gevormd wordt, woonde een krijgshaftige volksstam, de Batavieren, die sinds lang de vrienden en bondgenooten der Komeinen waren. In weerwil hiervan waren zij door de Romeinsche stadhouders meer dan eens beleedigd en daarom had dit bondgenootschap hen sinds lang verdroten. In de dagen van Vitellius maakte Claudius Civilis, een aanzienlijk Batavier, van den twist om den keizerlijken troon gebruik om zijn volk tut die vernedering op te heffen. Civilis was 23 jaren in Romeinschen dienst geweest, en had zich de krijgskunst der Romeinen eigen gemaakt. Onder voorwendsel, dat hij partij wilde trekken voor Vespasianus en tegen vitellius, deed hij zijne landgenooten naar de wapenen grijpen en wekte hij tevens de in den omtrek wonende Duitsche stammen tot het sluiten van een bondgenootschap op. Claudius Civilis ging van hoogvliegende plannen zwangei. Hij wilde de Romeinen geheel en al uit de noordelijke provinciën verdrijven. Tot bereiking van dit doel moesten ook de Galliërs bevrijd worden. Ingeval deze een bondgenootschap sloten met alle Duitsche stammen, kon een gelukkige uitslag niet achterwege blijven. Zijne welsprekende taal vuurde de balhers aan; hij hield hun voor, dat niets de pogingen der onderdrukte volken tot herwinning van hunne vrijheid meer begunstigde dan de tegenwoordige machtloosheid der Romeinen, ten gevolge van den strijd van Vespasianus en Vitellius om den troon. Thans konden zoowel de Galliërs als de Germanen zich zonder moeite van beide meesters ontslaan.

r. ...^a^al Vespasianus zijne tegenstanders overwonnen had, kon Claudius

is wel niet meer voorgeven, dat hij voor Vespasianus de wapenen had opgevat, maar dit was thans ook niet meer noodig, want overal waren de onderdrukte Germanen en Galliërs reeds in opstand. * Onder de Gallische stammen ontstond eene krachtige beweging. De aanzienlijkste mannen stelden zich aan hun hoofd. Onder hen bevond zich ook Julius Sahinus, die den titel van keizer der Galliërs aannam en zich met de meest geachte a invoerders zijns volks verbond om een onafhankelijken Gallischen staat te grondvesten.

Met niet minder geestdrift grepen de Germaansche stammen naar dis wapens; zij werden vooral tot den strijd opgewekt door eene beroemde protetes, Velleda, aan wier woorden zij onbepaald geloof sloegen.

De opstand verkreeg spoedig voor de Romeinen een onrustbarend aanzien, daar met alleen de belangrijkste vestingen aan den Rijn in de handen der opstandelingen geraakten, maar zelfs meer dan een Romeinsch legioen tot hen overliep. Tacitus zegt, dat bet gevaar, dat Rome in dien tijd bedreigde, niet mmder groot was dan in de dagen, toen Hannibals tochten den Romeinen zooveel schrik inboezemden.

Doch ook thans, gelijk altoos, was het geluk den Romeinen gunstig.

Sluiten