Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar paradijs voor bedelaars, leegloopers, bedriegers>dieven en bandieten. Tusschen het schuim der bevolking en den adel stond wel eene klasse van meer gegoede burgerlui, kooplieden, handwerkslieden en geleerden in, doch deze waren in zedelijk opzicht niet meer waard dan de adel en de laagste volksklasse. De kooplieden lielen zich, gedreven door de zucht om spoedig rijk te worden, met de meest gewaagde ondernemingen in, nergens werden er minder soliede zaken gedaan dan in bet oude Rome, waar bankroeten dan ook tot de dagelijksche gebeurtenissen behoorden. Hoe het inel den koopmansstand te Home gesteld was, blijkt onder anderen hieruit, dal voor die betrekkingen, welke als eerloos beschouwd werden, de meeste mededinger» zich opdeden, indien ze maar winstgevend waren.

De nijverheid had daarentegen te Rome in de laatste eeuw aanzienlijke

vorderingen gemaakt.

De weelde, die gedurende den keizertijd lot eene ongeloofehjke boogie "estegen was en zich voornamelijk in het versieren der huizen en in de volmaking van het huisraad openbaarde, had voor de nijverheid eene nieuwe baan "eopend. Het was voor alle vermogenden, en zelfs voor hen, die vermogend wilden schijnen, eene eerste levensbehoefte, hunne woningen mei kunstgewrochten op te sieren. Alle huisraad moest een sierlijken vorm hebben; ten gevolge hiervan werd de kunst ongetwijfeld meermalen tot een handwerk verlaagd, maar ook aan den anderen kant het handwerk tot eene kunst verheven. Nog heden ten dage bewonderen wij het huisraad, dat uit dit tijdperk voor ons bewaard is. en dat onzen handwerkslieden tot model kan dienen.

Kunstenaars en geleerden vonden bij de ingenomenheid met kunst eu wetenschap, die bij alle eenigermate bemiddelde Romeinen werd aangetrotlen. in de hoofdstad eene voortref lelijke ontvangst en eene uitnemende gelegenheid voor winstgevenden arbeid. De geleerden werden van staatswege bezoldigd, de kunstenaars konden nauwelijks aan de talrijke bestellingen voldoen. Zagen hierin de beoefenaars van kunst en wetenschap aan den éenen kant een kraclitigen prikkel tot werkzaamheid zich geschonken, aan den anderen kant werden zij ten gevolge van dit alles lof slaven van den mammon of van de hoogste macht in den staat vernederd. De geleerden werden oogendienaars der vorsten, de kunstenaars gingen arbeiden voor den broode, hunne yverken onderscheidden zich meer door groote vaardigheid en schoone uiterlijke vormen, dan door innerlijk gehalte en oorspronkelijkheid van vinding.

Dewijl de wensch om zich, zoo mogelijk, zonder eenigen arbeid veel genol Ie verschaffen, onder alle standen steeds levendiger werd. ontstond er ook ouder de vrije burgerij eene klasse van ledigloopers, die geen ander levensdoel kenden, dan zich op kosten van rijke en aanzienlijke Romeinen te laten onderhouden. Bij hen sloten de in verval geraakte edelen zich aan. De cliënten maakten in zekeren zin een afzonderlijken stand uit. De cliënten van den keizertijd verschilden in menig opzicht zeer van die uil de dagen der republiek. Zij behoorden niet meer tot het huis van hun patroon, zij riepen diens bescherming ook niel meer in, zij waren niets dan ledigloopers, die door het betoonen van de laagste diensten geschenken, ja hun levensonderhoud trachtten te koopen van rijke lieden, aan wier fafel zij geduld werden. Hun plicht was het, de patronen op de straten te vergezellen, daarvoor leefden zij op hunne kosten zoo goed mogelijk. Een aanzienlijk Romein moest om zijne waardigheid op te houden, een geheelen hoop cliënten bezoldigen. Zij liepen voor en achter zijn draagstoel, wanneer hij een bezoek aflegde; zij zagen zich eene plaats aan zijne tafel ingeruimd, om den luister van den. maaltijd te verhoogen, zij moesten hem vleien en naar de oogen zien. Schertsle hij, dan moesten zij lachen en hem toejuichen, droeg hij een gedicht voor, dan moesten zij alles even schoon en prachtig vinden. Evenals de aanzienlijke heeren zich voor den keizer vernederden en hem vleiden, zoo verlangden deze hetzelfde van hunne cliënten, die daarvoor eene meestal zeer karige bezoldiging, de afgedragen

Sluiten