Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onmenschelijke wijze onder de aanhangers van zijn vermoorden broeder te woeden. Zijne lijfwachten, slaven, vrijgelatenen, dienaren en gezellen al degenen die door hem met ambten in den staat of in het leger bekleed waren, allen die ooit tot Geta in eenigerlei betrekking gestaan hadden, die zijn dood beklaagden of zelfs maar zijn naam met ingenomenheid noemden, werden op de proscriptielijsten geplaatst, vervolgd en ter dood gebracht. Velen hunner sleepten in hun val zelfs hunne dienaren en bloedverwanten mede. Meer dan 20,000 menschen en onder hen ook de beroemde Papinianus, hebben, naar men zegt, in dien tijd als aanhangers van Geta het leven verloren.

Caracalla beval namelijk dezen rechtschapen staatsman, al zijne kunst en welsprekendheid aan te wenden om in eene uitvoerige rede den dood van Geta te rechtvaardigen. "Het valt gemakkelijker een broedermoord te begaan dan dien te verdedigen", antwoordde Papinianus op het schandelijk voorstel. Hij moest hier kiezen tusschen zijne eer en zijn leven en hij aarzelde niet het laatste ten ofler te brengen.

Caracalla kon ongestraft het ééne doodvonnis op hel andere doen volgen, dewijl bij de afgud des legers was. De soldaten, wier soklij hij verboogde, die hij bij elke gelegenheid met gunsten overlaadde, met wie hij omging, alsof hij huns gelijke was — in de legerplaats deelde hij zoowel in hunne ontberingen als in hunne uitspanningen — de soldaten aanbaden hem, vooral de Germaansche huurlingen, die zich zeer gestreeld voelden, dewijl Caracalla, om op hen te gelijken, zijn haar afschoor en eene blonde pruik droeg.

Hel is onnoodig, nog meer bijzonderheden van Caracalla's regeering te verbalen; wij kunnen volstaan met de mededeeling, dat zij bestond in eene aaneenschakeling van moorden, van geldafpersingen in allerlei vorm, van de onzinnigste verkwisting, van doellooze reizen in de provinciën, van veldtochten eindelijk, die noch den roem, noch de macht des rijks verhoogden.

Ook Caracalla viel eindelijk als het slachtoffer zijner eigen wreedlieid. Den praefect der lijfwacht Opilius Macrinus was door een sterrewichelaar voorspeld, dat hij den troon van het Romeinsche rijk zou beklimmen. Macrinus wist, dat Caracalla hem onmiddellijk ter dood zou laten brengeu, zoodra hij die voorspelling vernam. Om zich hiertegen te beveiligen, haalde hij een ontevreden onderbevelhebber over om den tyran te vermoorden. Den 8en April 217 werd Caracalla door den moordenaar op eene reis omgebracht.

Sluiten