Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelingen, die wij hieromtrent hij de verschillende geschiedschrijvers aantreffen, spreken elkander tegen. Dit alleen is geschiedkundig zeker, dat Alexander Severus, met zijne moeder, den 19en Maart 23a, niel ver van Mainz door de soldaten vermoord en dat Maximinus door hen tot keizer uitgeroepen werd.

Het was ver met het Romeinsche rijk gekomen, dat de legioenen het durfden wagen, een barbaar tot keizer uit te roepen; en de naam barbaar paste in alle opzichten op den nieuwen vorst. Hij was de zoon van een Goth en van eene Alaansche vrouw; in Thracië had hij het levenslicht aanschouwd en Septimius Severus had hem om zijne reusachtige lichaamskracht en grootte onder zijne soldaten opgenomen. Zonder de minste wetenschappelijke opleiding genoten te hebben, was Maximinus toch binnen korten tijd tot de hoogste rangen in het leger opgeklommen, dewijl hij zich niet alleen door zijne reuzenkracht maar ook door schitterende dapperheid onderscheidde. Men verhaalt, dat hij een volgeladen wagen opheffen, met zijn vuist den poot van een paard breken en harde steenen in den grond vermorzelen, ja dat hij een zwaren boom met wortel en al uit den grond rukken kon. Aan zijne spierkracht was ook zijn eetlust geëvenredigd. Hij gebruikte dagelijks 30 kwarten wijn en 30 tot 40 pond vleesch.

Onder Alexander Severus was Maximinus tot den hoogsten rang in het leger opgeklommen. Doch van dankbaarheid jegens zijn weldoener was bij hem geen sprake. Al is bij wellicht onschuldig geweest aan diens dood, toch aanvaardde hij zonder de minste aarzeling diens nalatenschap.

Noch als veldheer, noch als keizer kon Maximinus ooit zijne barbaarsche afkomst doen vergeten, hoezeer hij zich daarover ook schaamde.

«Ofschoon hij zich volkomen verlaten kon op de trouw der soldaten, die hem liefhadden wegens die eigenschappen, welke hij met hen gemeen had, toch gevoelde hij, dat zijne geringe en barbaarsche afkomst, zijn woest uiterlijk en zijne geheele onbekendheid met de regelen en eischen der burgerlijke wellevendheid eene zeer ongunstige tegenstelling vormden met den beminnelijken omgang en de beschaafde zeden van den ongelukkigen Alexander. Ilij herinnerde zich, dat hij in zijn geringen stand dikwijls voor de poorten van Rome had staan wachten en dat het onbeschaatde slavengespuis hem den toegang geweigerd had. Maar hij dacht ook aan de vriendschap van enkelen, die hem in zijne armoede ondersteund en tot zijne bevordering medegewerkt hadden. Doch zoowel zij, die den Thraciër van zich gestooten, als zij, die hem beschermd hadden, stonden aan hetzelfde misdrijf, namelijk bekendheid met zijne lage afkomst, schuldig. Om dit misdrijf werden velen omgebracht en Maximinus schreef door het ter dood brengen van een groot aantal zijner vroegere weldoeners in bloedig en onuitwischbaar schrift de geschiedenis zijner eigen laagheid en ondankbaarheid neer.

De zwartgallige en bloeddorstige ziel des dwingelands was toegankelijk voor iedere verdenking tegen diegenen zijner onderdanen, die zich door geboorte of verdienste het meest onderscheidden. Zoodra het woord verraad hem onrustig maakte, kende zijne wreedheid geene grenzen. Eene samenzwering tegen zijn leven werd ontdekt of verzonnen en Magnus, een oudconsul en senalor, als de hoofdaanlegger genoemd. Zonder getuigenverhoor, zonder vorm van proces, zonder gelegenheid om zich te verdedigen, ondergingen Magnus en 4000 zijner voorgewende medeplichtigen den dood. Italië, ja het geheele rijk werd door een zwerm spionnen en aanklagers overstroomd. Op de geringste aanklacht werden de aanzienlijkste Romeinen, die provinciën bestuurd en legers aangevoerd hadden, die met de eereteekenen van oud-consul of van zegepralend veldheer prijkten, gevangen genomen en in aller ijl voor den keizer gesleept. Verbeurdverklaring van goederen, verbanning en eenvoudige doodstraf behoorden in zulke gevallen tot de zachtste straffen. Eenige dier ongelukkigen werden in de huiden van geslachte dieren genaaid, anderen aan wilde dieren als prooi voorgeworpen, anderen weer met knotsen dood-

Sluiten