Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stroomden geheel Thracië, veroverden Philippopolis en verwoestten het land te vuur en te zwaard. De kolonisten werden als slaven weggevoerd, hunne bezittingen vernield.

Decius gevoelde, dat in de eerste plaats de plicht op hem rustte, om de veiligheid van de grenzen des rijks te herstellen; eerst nadat hij zich van deze taak gekweten had, kon hij zich weder aan zijne hervormingsplannen wijden. Vol moed plaatste hij zich aan het hoofd zijner troepen; aanvankelijk behaalde hij groote voordeden, daarop echter werd hij In het jaar 25! bij Forum Trebonii totaal verslagen. Bijna hel geheele Romeinsche leger kwam op de ellendigste wijze om. Decius zelf sneuvelde.

Een tweede Romeinsch leger, dat tegen de Gothen moest oprukken, verhief na den dood van Decius zijn veldheer Gajus Yibius Trebonianus Gallus tot keizer. Gallus, wien het in de eerste plaats om de bevestiging zijner macht te doen was, durfde den gevaarlijken strijd met zulk een geduchten vijand niet voortzetten. Hij sloot met de Gothen een vredesverdrag, waarbij hij zich verbond om hun eene jaarlijksche schatting te betalen, terwijl zij van hun kant moesten beloven, in het vervolg geene invallen meer in het Romeinsche gebied te zullen doen.

Het was een verdrag, dal den trots der Romeinen op de gevoeligste wijze kwetste en des te vernederender was, daar het aan het Romeinsche rijk zelf niet het geringste voordeel aanbracht, want het deed zijn verzwakten toestand slechts al te duidelijk in het oog springen en prikkelde de barbaren tot nieuwe strooptochten in de Romeinsche provinciën. Weldra drongen opnieuw Scythen en Gothen over de grenzen des rijks, totdat liet den stadhouder van Pannonië en Moesië, Marcus Aemilianus, in het jaar 253 gelukte, hen in een bloedig treffen te verslaan en uit het Romeinsche grondgebied te verdrijven.

Het leger verhief den overwinnaar juichend tot keizer. Aemilianus trok naar Ralië. Gallus rukte hem te gemoet en riep te gelijk zijn uitstekenden veldheer Publius Licinius Valerianus met de Gallische en Germaansche legioenen ter hulp, om hem in den strijd tegen zijn medekeizer ter zijde te staan.

Eer Valerianus zijn leger met dat van Gallus vereenigen kon, werd de laatste vermoord door zijne soldaten, die hem wegens het smadelijk verdra", dat hij met de Gothen had gesloten, haatten en verachtten. Al kon Valerianus den vermoorde niet meer helpen, toch wilde hij zijn dood wreken. Hij rukte derhalve tegen Aemilianus op, doch eer het lot een slag kwam, werd deze in de nabijheid van Spoleto door eenige zijner officieren vermoord. Zij wilden een nieuwen burgeroorlog verhoeden en meenden, dat Valerianus, die algemeen voor den uitstekendsten Romeinschen veldheer gehouden werd, een beter en bekwamer keizer zou zijn dan zijn mededinger.

Valerianus was CO jaren oud, toen hij met het purper werd bekleed. Niet alleen het leger, ook de senaat en het volk begroetten hem met luide vreugdekreten. Geen enkel man in den geheelen staat scheen zoozeer alle vereischten van een regent in zich te vereenigen als hij, die zich niet slechts door eene edele geboorte, maar ook door onberispelijke zeden, niet alleen door veldheerstalent, maar evenzeer door kennis en ondervinding aanbeval.

Al deze voortreffelijke eigenschappen bezat Valerianus of hij had ze althans bezeten, want zij waren door zijn hoogen leeftijd reeds verzwakt. Hij zelfgevoelde, dat hij in die dagen van onrust en verwarring niet de nood ige kracht zou bezitten om het rijk te besturen; derhalve zag hij naar een deelgenoot zijner heerschappij om, wiens jeugdige kracht zijne grijsheid ten steun kon verstrekken. Hij deed eene ongelukkige keus; door zijne vaderlijke liefde verblind benoemde hij zijn zoon Gallienus, een losbol van de eerste soort tot mederegent.

Vader en zoon regeerden gezamenlijk 7 jaren, van 253 tot 260, Gallienus na dien fijd alleen nog 8 jaren, tot 268, en dit geheele tijdperk werd gekenmerkt door eene onafgebroken reeks van rampen van allerlei aard.

Sluiten