Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Romeinsche rijk was in dezen tijd prijsgegeven aan de onbeteugelde eerzucht van overweldigers en werd tevens van alle kanten door buitenlandsche vijanden bedreigd Bijna scheen het, dat zijn ondergang onvermijdelijk was, want behalve oorlog en revolutie, teisterde ook de pesl het land.

Het was een vreeselijke tijd! Alle handwerken stonden stil ten <*evol"e van de voortdurende oorlogen en om den handel geheel te vernietigen ^bracht eene vervalsching der munt, zoowel van staatswege, als door bijzondere personen ondernomen, zelfs het vertrouwen op het geld aan het wankelen. Reeds sinds langen tijd hadden de keizers het gehalte van het zilveren geld verminderd en daarbij de onzinnige bepaling gemaakt, dat de belastingen niet met dit geld betaald mochten worden, maar in goud moesten worden voldaan, terwijl zij zelf hun vervalscht zilveren geld tot een gedwongen koers uitgaven. Het voorbeeld dei \orsten was natuurlijk door een groot aantal valsche munters gevolgd en ofschoon deze, wanneer zij ontdekt werden, de vreeselijkste straffen ondergmgen, was toch alle vertrouwen op de zilveren munt verloren.

Hoe verderfelijk deze treurige innerlijke gesteldheid voor den bloei van net rijk ook was, nog bedenkelijker schenen de invallen der barbaren, die thans van alle zijden kwamen opzetten. Uit de Donaulanden drongen de (lothen, Mareomannen en andere Germaansche volksstammen in lllvrië en Macedonië door. Zij werden slechts met moeite teruggedreven. De Alemannen vielen zelfs in Italië en plunderden het land. tot zij bij Milaan doorGallienus \erslagen werden. Het gevaarlijkst van alles scheen een nieuwe volkenbond, welke naam toen voor het eerst genoemd werd, die der Franken. Onder dezen naam komen die Germaansche volksstammen voor, welke aan den Middelen Beneden-Rijn woonden. De Sicambren, Chatten, enz. die wij vroeger meermalen bij de oude schrijvers vermeld vonden, verdwijnen van nuaanófgeheel of worden slechts eene enkele maal genoemd, daar deze en andere volken onder de franken versmolten zijn. Franken en Alemannen plunderden en verwoestten gezamenlijk Gallië, ja drongen zelfs tot in Spanje door.

Gallienus en zijn beproefde veldheer Posthumus moesten al hunne krachten inspannen om Gallië tegen de invallen der Franken te beschermen. Nauwelijks was dit gevaar althans voor eenigen tijd afgewend, of daar kwamen opnieuw de Gothen in grooter getale dan ooit te voren opdagen. Zij hadden eene vloot weten uil te rusten, staken van de Krim uit de Zwarte Zee over en plunderden en verwoestten de rijke kuststeden. Te gelijker tijd ondernam bapores l, koning der Perzen, een nieuwen aanval tegen hel Romeinsche rijk. Hij bezette Cappadocië en Mesopotamië en nam zelfs in het jaar 2S3 Antiochie in. J

Valerianus beschouwde het als zijn plicht, de Perzen terug te drijven en rukte in het jaar 257 met zijne legioenen tegen Sapores op. De oorlog werd inet afwisselend geluk gevoerd, totdat de krijgskans den Romeinen ten slotte den rug toewendde. Na het verliezen van een slag verkeerde het Romeinsche leger m zulk een hachelijken toestand, dat Vrlerianus het aanbod van Sapores, om in persoon over den vrede te onderhandelen, wel aan moest nemen. Bij het onderhoud, waartoe hij zich liet vinden, werd hij in strijd met alle volkenrecht gevangen genomen en door den overmoedigen koning op eene waarlijk schandelijke wijze behandeld.

1 • ve''laa'!' ('a' Sapores op zijn tocht door het land den gevangen

keizer met het purper bekleed, maar tevens in boeien geklonken met zich voerde. Zoo dikwijls de Perzische monarch te paard steeg, moest de Romeinsclie keizer hem tot voetbank dienen, dan plaatste de overwinnaar hem den voet op den nek.

. Toen } a'enanus eindelijk van verdriet over de ondergane vernederingen stierf, werd zijne huid met stroo opgevuld en zoo, als gedenkteeken van de overwinning, door de Perzen op de beroemde Romeinen behaald, in een Perzischen tempel ten toon gesteld.

Sluiten