Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen de geregelde troepen, die op hen werden afgezonden, en zij rustten niet, voordal de laatste hunner neergehouwen was.

Ook als regent gaf Prohus blijken van dezelfde bekwaamheid, die hij als veldheer had ten toon gespreid. Met lofwaardigen ijver was hij er op bedacht, de wonden te heelen, welke de voortdurende oorlogen aan de welvaart van het rijk hadden geslagen. Het leger, welks onderhoud schier al de door het volk opgebrachte belastingen verslond, zou althans in vredestijd geen geesel voor liet rijk zijn, maar tol het algemeen welzijn medewerken. Daarom bezigde Probus de soldaten, onder wie hij de strengste krijgstucht handhaafde, tot het tol stand brengen van werken van algemeen nut. In Pannonië en aan den Rijn liet hij de heuvels met uitgelezen wijnstokken beplanten; hierdoor legde hij den grondslag tol den wijnbouw in die streken, die tot op dezen diig eene bion van welvaart voor de bevolking is. De openbare wegen liet hij verbeteren, woeste gronden ontginnen en moerassige streken door het graven van waterleidingen droogleggen. Voor de ruwe soldaten, die tot dus\ei geyvoon waren geweest, wanneer zij niet te velde trokken, zich aan een zalig nietsdoen over te geven, was de ingespannen arbeid, hun door Probus opgelegd, een ondragelijke last. /ij sloegen aan het morren en toen de keizer de uitingen hunner ontevredenheid met dreigende taal beantwoordde, wierpen zij op zekeren dag in Augustus 282 de werktuigen weg, waarvan zij zich bij net ilioogleggen der moerassen moesten bedienen. Woedend grepen zij naar de wapens en bemachtigden stormenderhand een toren, waarin Probus zich teruggetrokken had. Met ontelbare wonden bedekt stierf een der beste keizers, die ooit over het Romeinsche rijk geregeerd heeft, als het slachtoffer zijner edele bedoelingen. J

Marcus Aurelius Carus, de praefect der praetorianen, werd in de plaats van den vermoorde door de soldaten tot keizer uitgeroepen; hij nam het purper aan, zonder de goedkeuring van den senaat te vragen. Carus was een uitstekend veldheer, maar een streng, ja hardvochtig man. die alleen voor den oorlog leefde Hij benoemde zijne beide zonen Carinus en Numerianus lot medekeizers; den eerstgenoemde, zijn oudsten zoon. droeg hij bet binnenlandsch bestuur op, terwijl hij zelf met zijn jongsten zoon een Sarmatischen volksstam, die Thracie verwoestte, uit het land verjoeg en zich tot een veldtocht tegen de Perzen uitrustte.

Carus bleef ook als keizer een eenvoudig soldaat, die in alle bezwaren en ontberingen zijner soldaten deelde. Zijn roem als krijgsman was zóó groot, dat de koning der Perzen gaarne den vrede gekocht zou hebben. Toen de Romeinen de grenzen van hel Perzische rijk bereikt hadden, zond hij dan ook gezanten naar de vijandelijke legerplaats. Deze kwamen daar aan op het tijdstip, dat de troepen door een eenvoudigen maallijd hun honger stilden, en wensenten terstond aan den Romeinschen keizer voorgesteld te worden Doch nauwelijks konden zij hunne oogen gelooven, toen men hen naar een bejaard krijgsman geleidde, die zijn avondmaal nuttigde, hetwelk uit een stuk oud spek en eenige harde erwten bestond. Alleen aan het grove, een weinig vers Ie te li purperen kleed, dat hem omhulde, konden zij zijne keizerlijke "waardigheid herkennen.

Toeii de Perzen hun verzoek om vrede hadden voorgedragen, antwoordde Larus hun, terwijl hij zijn hoofddeksel afnam, om hun zijne kale kruin te toonen, dat er geen sprake van vrede kon zijn, indien niet de koning der lerzen de opperheerschappij van het Romeinsche volk erkende, en dat, wanneer deze dit niet verkoos, hij, de keizer, Perzië even arm aan boomén zou maken als zijn eigen hoofd arm aan haren was.

Sidderend verwijderden zich de gezanten des groolen konings en Carus toonde hun spoedig, dat hij de man was om zijne bedreigingen te vervullen. Uewijl de Perzische vorst de opperheerschappij van Rome niet wilde erkennen, drong Carus met zijne legioenen in het vijandelijke land binnen. Hij fnuikte

Sluiten