Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

renen en Ebionieten, die beweerden, dat, ter beërving der eeuwige zaligheid, de strikte opvolging der Mozaïsche wet met al hare ceremoniën een onmisbaar vereischte was. Eene andere sekte, de Gnostieken, die deze stellingen niet was toegedaan, hield staande, dat een hooger inzicht in de godsdienstige waarheid slechts binnen het bereik lag van enkele ontwikkelden en ingewijden, en dat de kennis der lagere begrippen alleen eene zaak van de groote menigte was. Door dit beginsel plaatste deze sekte zich lijnrecht tegenover het oorspronkelijk Christendom, van welks godsdienstige voorstellingen het daarenboven op schier elk punt zeer verre afweek.

Door zekeren bekeerden Pers, Mani genaamd, werd de sekte der Manicheën in het leven geroepen; dezen zochten de leer van Zoroaster met het Christendom lot één geheel samen te smelten.

Eene andere sekte, die der Montanisten, was haar aanwezen verschuldigd aan zekeren Montanus, en trad reeds in de tweede eeuw te voorschijn. Zij schreef een bijzonder strengen levenswandel voor. Ook gaf de leer der Drieëenheid en de vraag, hoe de goddelijke natuur in Christus te verklaren was, hel leven aan een aantal andere sekten.

Tegenover deze sekten stond de Katholieke kerk, die zich de eenig rechtzinnige, orthodoxe noemde, en iedere afwijking van hare stellingen als ketterij verdoemde.

De Christelijke leer vond reeds in de tweede en derde eeuw van haar bestaan ijverige en verlichte verdedigers ook onder de geleerden. Onder dezen muntten vooral uit twee leeraars der Alexandrijnsche school, Clemens en Origenes, die zich in hunne geschriften als grondige geleerden doen kennen. Zij golen de Christelijke denkbeelden in wetenschappelijken vorm, naardien zij de denkbeelden aangaande den godsdienst, volgens de Grieksche philosophie nader ontwikkelden. In de Carthaagsche school onderscheidden zich Tertullianus en de reeds genoemde bisschop Cyprianus; beiden waren den strengen beginselen der Montanisten toegedaan.

ZES EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK.

Diocletianus. Zijn karakter. Vergelijking van Diocletianus met Augustus. Gematigdheid van Diocletianus in het begin zijner regeering. De tweede keizer Maximinianus. De caesars Galerus en Constantius Clorus. Verdeeling van het rijk. Oostersche hofstoet van Diocletianus. Zijn binnenlandsch bestuur. Zijne gelukkige oorlogen. Opstand der Bagauden. Keizer Carausius. Opstand in Egypte. Oorlog met Perzië. Vervolging van de Christenen onder Diocletianus. Het feest van 's keizers twintigjarige regeering. Diocletianus en Maximinianus doen afstand van hunne waardigheid. Diocletianus als ambteloos burger.

Gajus Aurelius Valerius Diocletianus, die na den dood van Carinus in het jaar 285 zonder eenigen tegenstand het bestuur over het wereldrijk aanvaardde, was uit lagen stand geboren. Te Dioclaea in Dalmatië, van welke stad hij zijn naam ontleende, zag hij het eerste levenslicht. Zijne ouders hadden tot den slavenstand behoord, doch waren later vrij geworden. Diocletianus is een der meest beroemde Romeinsche keizers. In een tijd, toen slechts de dapperste en stoutmoedigste veldheeren zich van het keizerlijk purper konden meester maken, beklom hij den troon alleen ten gevolge van zijne onovertroffen geestesgaven en daardoor handhaafde hij zich ook in zijne waardig-

Sluiten