Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zulk eene onbeschaamdheid moest hij streng getuchtigd worden. Diocletianus vertrouwde den caesar Galerius het opperbevel over zijne legioenen toe, terwijl hij zelf zich in Antiochië ophield. Na twee gevechten, waarin de overwinning onbeslist bleef, leed Galerius eindelijk eene volkomen nederlaag. Hij moest vluchten en kwam als overwonneling te Antiochië bij den keizer aan. Deze ontving hem met al den toorn van een beleedigd vorst. Galerius, de fiere met het purper bekleede caesar, werd gedwongen om den keizerlijken wagen meer dan een uur lang te voet te volgen. Voor de oogen van het geheele hof moest bij deze vernedering ondergaan. Hierin zien wij een duidelijk bewijs, dat Diocletianus zijn keizerlijk oppergezag ten strengste handhaafde tegenover de caesars, die hij vrijwillig had aangesteld.

Slechts met moeite gelukte het eindelijk Galerius, den toorn van Diocletianus te doen bedaren; op zijne dringende bede werd hem nog eenmaal het opperbevel over een nieuw leger toevertrouwd en hiermede behaalde hij zulk eene schitterende en beslissende overwinning, dat Narses genoodzaakt was, om een vrede te sluiten, waarbij hij Armenië benevens eeuige landstreken in Mesopolamië aan de Romeinen moest afstaan.

Had Diocletianus de grenzen des rijks volkomen beveiligd en alle pogingen tot opstand onderdrukt, toch bestond er nog een vijand, op wien hij geene enkele overwinning had behaald en wiens macht gevaarlijk genoeg scheen: het Christendom.

Kon de plaatsvervanger van Jupiter op aarde, de met roem gekroonde keizer het dulden, dat eene godsdienstige sekte, die de goden bespotte, een staat in den staat vormde? Mocht hij hel toelaten, dat een onafhankelijk volk, hetwelk zijnen bisschoppen meer gehoorzaamde dan den keizer zelf,zich in alle provinciën verspreidde, onophoudelijk in aantal toenam en zelfs zich in hooge staatsambten indrong? Scheen het niet gevaarlijk, dat de Christenen, die hunne eigen wetten en overheden hadden, die in het bezit waren van aanzienlijke schatten, reeds in enkele provinciën, gelijk in Gallië, de meerderheid der bevolking uitmaakten? Wel hadden zij lot lieden bijna altijd de bevelen des keizers opgevolgd, maar toch waren er reeds onder hen enkele dwepers opgestaan, die weigerden de wapenen voor den keizer te dragen.

Een centurion, Marcellus genaamd, had bij gelegenheid van een openbaar feest, zijne wapenen en de teekenen zijner waardigheid weggeworpen en met luider stem uitgeroepen, dat bij niemand wilde gehoorzamen dan Jezus Christus, den eeuwigen koning, en dat hij zich aan den dienst van den afgodischen keizer voor altijd onttrok. Wel was Marcellus op staanden voet ter dood veroordeeld en onthoofd, maar het voorbeeld was eenmaal gegeven en hel kon gevaarlijk worden.

Gevallen, als het verzet van Marcellus, kwamen wel is waar hoogst zelden voor, maar toch waren zij geschikt om eenige bezorgdheid in te boezemen, en deze werd nog gevoed door de maatregelen, welke Maximinianus en Galerius, twee verbitterde vijanden der Christenen, den keizer voorsloegen.

Op voorstel van Galerius werd in Januari 303 te Nicomedië eene raadsvergadering belegd, die uit de aanzienlijkste beambten van den staat en van het leger bestond. In deze bijeenkomst werd tot eene algemeene vervolging van de Christenen door het geheele rijk besloten.

Den 23en Februari 303 drongen keizerlijke troepen de hoofdkerk van Nicomedië binnen, die in het meest bevolkte en fraaiste gedeelte der stad op eene hoogte was gebouwd. Het heiligdom werd geplunderd en binnen weinige uren zoo geheel verwoest, dat het bijna met den grond gelijk was gemaakt.

Den volgenden dag werd een keizerlijk besluit afgekondigd, waarbij de Christenen met de strengste straffen bedreigd werden. Al hunne kerken in alle provinciën des rijks moesten geslecht worden, terwijl ieder Christen, die het waagde, eene geheime bijeenkomst tot een godsdienstig doel bij te wonen, ter dood veroordeeld werd. De heilige oorkonden der Christenen moesten uit-

Sluiten